Kwintessens
Geschreven door Nick De Clippel
  • 691 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

25 februari 2022 Genderdysforiefobie?
'Her explanation (…) is eloquent and moving. It rings agonizingly true and earns our deep sympathy. We rightly address her with feminine pronouns, and treat her as a woman in social interactions. We should do the same with others in her situation, honest and decent people who have wrestled all their lives with the distressing condition known as gender dysphoria.'
Dat is een citaat van Richard Dawkins over een persoon die nu als transvrouw door het leven gaat. Ik heb het overgenomen uit een bijdrage van Nele Strynckx op deze blog. Ik sluit me daar helemaal bij aan. Waar ik me niet bij aansluit is de mening dat Dawkins transfoob zou zijn, omdat hij elders stelt dat het geslacht 'pretty damn binary' is. Genderactivisten vinden dan niet kunnen. Dawkins hanteert echter een duidelijk verschil tussen geslacht en gender. In de betrokken tekst stelt hij vragen bij de opmars van het non-binaire denken. Zoals hij zelf opmerkt, is vragen stellen niet hetzelfde als antwoorden geven. Activisten hebben dat anders begrepen en nagelden de wetenschapper aan de schandpaal. Wat zich hier vooral toont, is de vermenging van wetenschap (vragen stellen) en activisme (antwoorden opdringen), wat helaas aan beide kanten van de scheidingslijn problematisch is.
Om een en ander te evalueren is het nodig even na te gaan wat men eigenlijk bedoelt met transfoob. Volgens mijn woordenboek staat een fobie voor een overmatige, irrationele angst voor iets. Het is een wetenschappelijke term. Zo is een arachnofoob bang voor spinnen en een triskaidekafoob voor vrijdag de dertiende. Dat wil niet zeggen dat die personen iets hebben tegen spinnen of tegen noodlottige vrijdagen. Voor afkeer bestaan andere termen. Zo is een misogyn persoon (m, x) niet erg blij met het bestaan van vrouwen en is misandrie een afkeer voor mannen. Gynefobieis een woord voor horror feminae, maar een misogyne figuur (m/x) is niet noodzakelijk bang voor vrouwen. Bij homofoob en transfoob is de betekenis verschoven van angst naar onaanvaardbare discriminatie. Foben zijn geen mensen die bang zijn, maar om bang voor te zijn. Dan is de volgende vraag of transfoben bang zijn voor transpersonen. Er is niets dat daarop wijst, maar waarom dan die betekenisverschuiving? Voor zover ik kan nagaan is Dawkins niet bang voor transpersonen en is hij evenmin tegen. Zie hierboven. Duidelijk is dat de transfoob anders wordt beoordeeld dan de agorafoob. De eerste is slecht, de andere kan niet genieten van een koffie op de Piazza Navone. Het gaat hem dan niet meer om de feitelijke, maar om de morele inhoud. Transfoob is een morele term.
In De Standaard van 2 februari beschuldigt Lena Verhaegen Lisa Littman en David Bell van transfobie omdat die het hebben over ROGD, een acroniem voor Rapid Onset Gender Dysphoria. Dat is een term voor jongeren die plots – tijdens de pubertijd – problemen krijgen met hun genderidentiteit, wat in sommige gevallen leidt tot een keuze voor puberteitsremmers en geslachtsoperaties.
De term ROGD is schatplichtig aan onderzoek van vernoemde Littman en stelt dat ROGD veel te maken heeft met beïnvloeding van leeftijdsgenoten, met sociale media en vaak gelinkt kan worden aan andere psychologische problematieken. Volgens Verhaegen is ROGD geen erkende diagnose en is het onderzoek van Littman verdacht, want gebaseerd op een te kleine groep respondenten die bovendien geneigd zouden geweest zijn (sorry voor deze werkwoordgroep) de hypothese van Littman te onderschrijven. Die kritiek snijdt hout. Alleen zegt Littman zelf dat ROGD slechts een hypothese is en geen diagnose en dat haar onderzoek voldoet aan dezelfde criteria als de onderzoeken van haar tegenpartij. Lees: die zijn doorgaans in hetzelfde bedje ziek. Dat is evenmin verzonnen.
Over naar David Bell, een Britse psychiater. Je zal de man niet gauw een lans zien breken voor inclusiviteit en progressiviteit. Hij wekt bij mij weinig sympathie, maar dat is een argument ad hominem. Zijn adagium om een rem te zetten op medische of chirurgische behandeling van jongeren met (vermeende) ROGD, is 'first do no harm' en dat voorzorgsprincipe is dan weer een gezonde insteek, al vertolkt hij dat helaas met veeleer reactionaire argumenten. Men kan het daar wel of niet mee eens zijn, maar het is een legitieme bekommernis. We zijn allemaal mee verantwoordelijk voor onze jongeren (m, v, x). Moeten we dan niet opletten dat we per definitie zoekende en twijfelende pubers niet te snel levensbepalende keuzes laten maken? Voor wie worstelt met genderdysforie zijn er drie mogelijke pistes: men verzoent zich met zijn lichaam, men aanvaardt het lijden of men gaat voor een transprocedure. Petra De Sutter is een rolmodel voor de derde mogelijkheid, maar er zijn gevallen genoeg die kiezen voor een detransitie (terug naar vroeger) of ongelukkig blijven in het nieuwe lijf.
Lena Verhaegen heeft ongetwijfeld het goede voor ogen, maar net zoals aan de overkant wordt wetenschap voor de kar van de eigen overtuigingen gespannen en diaboliseert ze de tegenpartij te gemakkelijk tot transfoob. Het kan best dat nieuw onderzoek mevrouw Verhaegen later in het gelijk zal stellen, maar zelfs ongelijk hebben is geen transfobie. Met het losse gebruik van die term verlaat Verhaegen het wetenschappelijke discours, terwijl ze net pretendeert dat daar de fout van Littman en Bell te vinden is. Bovendien is haar morele standpunt niet a priori het juiste.
Verder gaat het voor een stuk over schaarse middelen. Wie zich wil informeren over transgenderproblematiek, kan in Vlaanderen terecht op transgenderinfo.be, een zeer degelijke webstek, met steun van de overheid, die nauw samenwerkt met UGent. Zoekende jongeren en ouders vinden er betrouwbare informatie en steun. Je vindt er ook dat het RIZIV de meeste ingrepen voor een transitie terugbetaalt en dat één psychologisch consult binnen de Conventie Transgenderzorg (q.v.) volstaat om puberteitsremmers te krijgen. We betalen daar dus allemaal aan mee, maar als iemand de vinger opsteekt, krijgt die meteen de nieuwe betekenis van fobie naar de kop geslingerd.
Er lijkt, ongeacht de meningen over Littman en Bell, overigens echt wel wat aan de hand te zijn met de toename van genderdysforie bij pubers. Dat tonen ook cijfers van bijvoorbeeld GIDS (Gender Identity Development Service) in het Verenigd Koninkrijk, of officiële getallen uit Finland en Zweden. Het essentialistische geloof in een specifieke genderziel is geen uitgemaakte zaak.
Kwintessens
Nick De Clippel is master in de filosofie (KULeuven).
_Nick De Clippel -
Meer van Nick De Clippel

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws