Kwintessens
Geschreven door Herman Torfs
  • 674 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

23 februari 2022 Kwestie van parameters
Nog eens doordenken over de eerste vraag van Kant: wat kan ik kennen? De epistemologie die nadenkt over het verschil tussen weten en geloven. Of wat directer uitgedrukt: kan ik iets met zekerheid weten? Kunnen we zomaar voortgaan op onze waarneming? Zijn de naakte feiten als dusdanig kenbaar? En uiteindelijk zitten we met de vraag of 'objectieve' kennis wel bestaat, of elke kennis niet neerkomt op een 'denken dat we kennen'. Zeer snel zitten we bij de dualiteit van het kennende subject en het gekende (of te kennen) object.
_Een filosofisch opstapje
Over het subject, IK dus, (een nog veel diepere filosofische vraag) weet ik uit ervaring dat geheel mijn kennen doordrenkt, alleszins ingekleurd is door mijn mentale K-T-R-uitrusting (karakter, temperament en rugzakje). Ik zal wat ik waarneem onmiddellijk 'naar mijn hand' zetten.
Over het object is mijn ondervinding dat eender welke uitspraak hierover schatplichtig is aan het R-T-O-complex (ruimte, tijd en omstandigheden), met andere woorden dat geen enkele kennis hiervan geldt voor eeuwig en altijd.
Om het niet nog verder te compliceren laat ik even terzijde dat elke kennis, en alvast elke communicatie hierover, een talig gebeuren is, en dat we voor we er acht in hebben, in een bepaald taalspel zitten. Zelfs aan de wiskunde zit uiteindelijk een talige component. Het getal 2 is op zich een totaal ledig begrip, terwijl Twee Wereldoorlogen geheel duidelijk iets uitdrukken, zij het dat meteen een bepaald taalspel wordt geopend.
Heel graag stel ik hierbij nog een schema voorop waarbinnen wij met de werkelijkheid omgaan. Allereerst het blote feit dat ik principieel als onvatbaar aanzie. We kunnen ons over die werkelijkheid uitsluitend opinies vormen die al dan niet 'plausibel' zijn. Daarnaast werken wij met afspraken die niet waar of vals zijn, maar waarvan wij afspraken om ze voor vaststaand te nemen. Dat geldt voor ons juridisch of ethisch bestel, met dien verstande dat de afspraken steeds kunnen wijzigen of buiten gebruik gesteld. Daarnaast hebben we nog een categorie aannames die meestal apert niet waar zijn, maar die we binnen een bepaalde context als sine qua non meenemen. Banaal voorbeeld: de man die op het toneel doodgaat is helemaal niet dood, maar moeten we even voor dood aannemen, zo niet wordt theater onmogelijk. Tenslotte moet hier nog de immense groep nescio aan toegevoegd: al die dingen die wij niet weten, niet kunnen weten, niet willen weten, en vooral niet weten dat wij ze niet weten.
Om zo snel mogelijk dit vrij abstracte kader te ruilen voor ma vie vécue, leg ik de vraag op tafel of en hoe ik het waarheidsgehalte van een uitgedrukte mening kan toetsen, à la limite mijn eigen meningen. Waar haal ik zekerheid? Hebben we relevante parameters bij de hand om dit na te gaan?
Makkelijkste en zekerste oplossing is het werken met een absolute, alles bepalende parameter, God, om maar iets te noemen. Alleen moet je je dan verzoenen met het niet bevragen van je eigen parameter. Trapje daaronder staan de wetenschap en de experten, alhoewel de ervaring wel eens moeilijk doet als twee experts mekaar vrolijk tegenspreken. Het blijft een feit dat ook de wetenschapper onmogelijk los kan van zijn geheel eigen K-T-R-installatie en dat het R-T-O-gehalte van zijn bevindingen soms pijnlijk zichtbaar wordt. Herschrijf de geschiedenis maar als de Duitsers in WOII, zoals gerekend, de Russische klus in negen weken hadden geklaard.
Heikel punt is ook die basale vrijheid van mening die het elk individu gunt de machtspositie van de expert te betwisten. Het is allemaal begonnen met de Verlichting: aude sapere, die ons met zoveel nadruk aanraadt zelf na te denken, minstens te twijfelen. Een instelling die vandaag geleid heeft tot de overtuiging dat ikzelf de ultieme parameter ben. Iets voor te zeggen, alleen het desastreuze gevolg erbij nemen dat hij slachtoffer valt van andere, niet belangeloze 'influencers' waaraan hij amper weerstand kan bieden: het grote mediageweld en de sociale druk van de sociale media. Het gedroomde speelveld van de populisten die grossieren in comfortabele, makkelijk te behappen 'evidenties'. Zodat we op een ogenblik dat het seculiere experiment afgerond schijnt, opnieuw via een zijdeur de goden zien opduiken. Winstpunt: voorlopige zekerheden, met als kind van de rekening de 'hele' waarheid.
Zoveel is intussen duidelijk, beslissende parameters liggen niet voor het grijpen, integendeel.
Misschien is het bestaan van het blote feit, de werkelijkheid zelf een illusie. Esse est percipi, daar kwam Berkeley al op vierhonderd jaar geleden, het zou wel eens het geval kunnen zijn.
En toch moet er geleefd worden en kunnen we niet omheen het trancheren van onzekerheden. Met absolute chaos is niemand gediend.
Eerstens nog vaststellen dat het, alle geharrewar in acht genomen, in beschaafde middens redelijk meevalt met die chaos. We komen er doorgaans wel uit en vaak blijken heel wat problemen een kwestie van semantiek, we bedoelen hetzelfde maar zeggen het anders.
Toch ga ik nog graag in op drie gevoelige thema's waar je je niet met een foefje van afmaakt. Ik wil nog even ingaan op de kunst, de ethiek en het goede leven in de ruime betekenis.
_Kunst
Onlangs nog vroeg iemand me of 'ik iets had met kunst'? Context was een bankgebouw volgestouwd met prestigieuze kunstobjecten en mijn relatie wou me wel even rondleiden. Ik stamelde iets van geen tijd nu, maar ik had eigenlijk eerlijk moeten zijn en toegeven dat ik 'het moeilijk had' met kunst.
Ons probleem met parameters ten top, net zoals de babelse verwarring rond dit thema. Geen mens die bij benadering een definitief antwoord kan geven op de vraag 'wat is kunst', 'waaraan herken je kunst', en vooral 'wat is niet-kunst'. Waarom is een echte zonnebloem op haar mooist geen kunst, maar de zonnebloem van Van Gogh de allergrootste kunst? Want daar begint het al: er schijnt een ondiscutabele categorie te bestaan, genoemd: 'allergrootste kunst'.
En daarover gaat mijn 'het moeilijk hebben'.
Kunst lijkt mij steeds vaker een machtsspel met alles erop en eraan. Allereerst de zware economische component, de geldwaarde die in de buurt komt van wat ik ervoor kan krijgen als ik verkoop. Het jongleren met de grote namen. Het zelf creëren en investeren in grote namen in spe.
Maar dat is nog niet het ergste. Het wordt een totale afgang als ik zie in welke mate de kunstconsumenten zich in handen van belanghebbende experts overleveren. Hoe die plots het onfeilbare kunstevangelie schrijven. En hoe het ventileren van een incorrecte opvatting als gênant wordt ervaren. Ik ken zelfs mensen die niet begrijpen dat je in bepaalde milieus niet mag zeggen dat je dol bent op André Rieu. Mensen die bezweren dat 'mooi' bij kunst en helemaal bij hedendaagse kunst geen rol meer speelt. Of dat in de muziek de melodie, het melodische er niet meer toe doet. Wie heeft dat eigenlijk zo beslist? Over wat dan wel een beslissende rol speelt, bestaat alleszins minder eensgezindheid. Maar het is vooral dat blindelingse voor lief nemen dat mij stoort.
Bovendien moet je bij die kenners, meestal zelf geen kunstenaars, niet vragen naar de juiste 'papieren' om zo door te spreken. Maar ik herhaal het, het zijn die gedachteloze volgelingen die mij storen. Na vijfhonderd jaar Verlichting nog altijd niet zelf durven oordelen.
Het is bijna als met de religie: ik zou nog wel met een god of een godenrijk kunnen werken als ik mijn goden zelf mag 'aankleden', maar dat vooral geen autoriteit mij wat dan ook gaat opleggen.
Een schoolvoorbeeld van het rampzalige van een totale afwezigheid van parameters.
Eigenlijk is Kunst en kunstbeleving iets dat zich allereerst zou moeten afspelen binnen het gemoed (zoek de betekenis van dat woord maar eens op) van het subject. Waarbij het aan- en invoelen de taal van het gemoed is, in plaats van het weten, kennen, of de arrogantie van de experts, soms ook 'de marchands' genoemd.   
Toppunt was wel enige maanden geleden toen een fait divers de grote media haalde: een man had op een rommelmarkt voor enkele centen een duister vervuild schilderijtje gekocht van een lijdende Christusfiguur. Nadien bleek het een authentieke Caravaggio te zijn die plots miljoenen waard werd. Duidelijker kan het toch niet meer?
_Ethiek
Een onbetwijfelbare parameter inzake een mogelijke ethische canon. Waardoor wij feilloos goed en kwaad, want daar gaat het hier om, uiteen kunnen houden. Om het heel scherp te stellen: wie besliste ooit dat egoïsme, egocentrisme fout was, en dat altruïsme goed was? Natuurlijk komen hier de rol van de religie en de openbaring van de juiste bedoelingen van God zwaar meespelen. Hoe een god dat, als god aan zichzelf verplicht, in de meest absolute zin bedoelde. Zo zou het zijn en blijven tot in de eeuwen der eeuwen, voor minder gingen we niet. Helemaal duidelijk wordt dat als we geconfronteerd worden met een religie die zichzelf overleeft, en toch nog twee miljard mensen in haar ban houdt. 
Voor de seculieren is het een uitgemaakte zaak dat we het niet moeten hebben van een gedecreteerde, gedogmatiseerde zedenleer.
Maar wat dan wel? Het gaat altijd nog over parameters.
Een ogenblik, nou wel iets langer, scheen de natuur de weg te wijzen. We konden met wat hulp van experts, de exegeten in dit geval, de inhoud van een ethische canon zo aflezen. Het was het verhaal van de bloemetjes en de bijtjes. Je mag het proberen, maar zult alras op je stappen moeten terugkeren als je merkt wat een genadeloze logica de wet en het recht van de sterkste in de natuur beheerst. Het is eten of opgegeten worden. Nee, dat is vast geen goed model om een humane canon bijeen te krijgen.
Waar we bij de kunst finaal nog konden overschakelen op het subject dat het laatste woord zou krijgen ('kunst is wat ik kunst noem', dat soort werk), dat is in het ethisch debat totaal uitgesloten. Temeer omdat de Sapiens nog niet zo lang geleden afstand nam van zijn evolutionaire voorgangers, en alles erop wijst hoe groot nog het zoogdierresidu is dat hij meesleept en waarmee hij voortdurend met zijn briljante geest (lees rationaliteit) in de problemen komt. Gewoon toegeven dat dat mensje echt niet beter kan. God weet hoe lang houdt onze soort het hier nog uit? Dat is geen banale bedenking. 
En hoe moet het rebus sic stantibus dan verder?
En kom ik weer uit op een thema dat ik al een half leven lang hanteer: het doel is de weg, vallen en opstaan, met opvallende successen en soms dieptreurige terugvallen (de twee wereldoorlogen van de twintigste eeuw). En zo onderhoud ik aan het eind nog één heilige aan wie ik zeer toegewijd ben: het is het heilige Sisyphus daar op de flank van zijn steile helling. En dan proberen voor te stellen dat die Sisyphus een gelukkig man was ...
_Het goede leven
Tot hiertoe bleef het allemaal, spijt mijn beste intenties, nog allemaal vrij cerebraal en amper betrokken op mijn vie vécue van gisteren, een donkere dag waarop ik hooguit vijf mensen sprak. En toch was het mijn bedoeling van die dag weer het beste te maken. Niks grote dingen neerzetten, de wereld verbeteren. Niks daarvan, proberen een dag 'goed te leven'. Dat gaat voorbij aan de ethiek hierboven, waarbij het uiteindelijk allereerst om principes gaat. Over goed en fout. Bij het goede leven landen we terug op de begane grond en is er goede reden om nu eens na te gaan wat ik met de dag van morgen ga aanvangen. Hoe ik een stukje 'goede leven' ga proberen armen en benen te geven?
En dus weer die vraag naar parameters om uit te maken wat ik morgen moet laten en nog meer wat ik moet doen. En zeg nu niet dat ik theoretiseer, ik weet heel goed dat er wel iets van te maken valt.
En zo kom ik terug bij mijn basisopvatting van de decisieve rol die mijn K-T-R daarbij speelt. Nemo dat quod non habet, en zo is het maar goed ook. En dus zeg ik aarzelend: probeer er met de gedeelde kaarten het beste van te maken. De kaartmetafoor die mij ook zo lief is. Een metafoor die ik tot in het oneindige durf uit te putten. Maar of via die fijne metafoor die dag van morgen 'een goede dag' zal worden ... Dat hangt er allemaal zo van af, en hierbij mijn finaal levensmoto: het hangt er allemaal zo van af, laten we ons niet teveel illusies maken over ons potentieel in dat scenario. Want inderdaad, dat wordt morgen zeker weer bewezen … het hangt er allemaal zo van af, Claudius.
Kwintessens
Herman Torfs (°1932, Lier) is dr. in de rechten en medeoprichter van het bedrijf Schoenen Torfs.
_Herman Torfs -
Meer van Herman Torfs

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws