Kwintessens
Geschreven door Wietse Wiels
  • 1735 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

8 februari 2022 Handen aan het bed
Over humanistische zorg
Uit respect voor de patiënt zijn medische en persoonlijke gegevens fictief.
Even na middernacht lig ik eindelijk in bed. De wachtdienst was zo stevig dat zelfs de notoir slechte matras op de spoedgevallendienst m'n slaap niet kan beletten. Tot het agressief vibreren van mijn telefoon dat wel doet.
' … Hallo met Wietse, neurologie', prevel ik.
'Ja dokter, dienst A520 hier, sorry om te storen, maar … kamer …. heeft … komt van … en … paracetamol … is echt ...', hoor ik een verpleegkundige zeggen, voorzichtig en beleefd.
' … Eh, wat, zeg het nog eens?', probeer ik mezelf wakker te schudden.
'Ja, sorry om u 's nachts te bellen, dokter, maar mevrouw C. op kamer 40 is echt niet goed', herhaalt ze. 'Ze is daarstraks van cardio gekomen met ernstig hartfalen en lag daarvoor ook al bij kno met een hervallen tumor, maar ze zou ook een trombose hebben gehad en … '
'Ja, maar, hoe, en wat heb ik daar mee te maken? Ik weet van niks', onderbreek ik haar brommend.
'De cardioloog is bezig en de kno-arts is al geweest en zei dat ze niets meer konden doen, en dat dat zo is besproken met de neuroloog', legt ze uit.
Ik herhaal al zuchtend en zeurend de vragen in een poging de antwoorden ook echt te onthouden.
'Wietse. Die is echt niet goed. Wil je alstublieft komen?', zegt ze plots, veel minder formeel. Van mens tot mens.
Nu ben ik wakker.
Nog voor ik goed en wel de kamer binnen ben, is de situatie duidelijk. Een uitgemergelde dame van middelbare leeftijd kreunt en snikt huilend van de pijn, zit in een gewrongen positie rechtop in bed en ademt veel te snel. Ze is lijkbleek en kletsnat van het zweet. Het verband rond de operatiewonde is met bloed doordrenkt. Zelfs het optillen van de lakens of het verstellen van de matras veroorzaakt pijn.
We proberen de wonde te stelpen en dienen meteen morfine toe. Zo snel als mijn nog halfgesloten ogen toelaten, ga ik door het eindeloze medisch dossier. Een recent multidisciplinair verslag is duidelijk: 'Uitbehandeld. Comfortabel. Na het weekend verder te bekijken met patiënte, familie en sociale dienst.'
Terwijl ik alvast om extra medicatie vraag en gauw iets neertik in het dossier, sluit ik snel kort met de supervisor van wacht. Mijn collega verpleegkundige verontschuldigt zich: ze moet nog naar vier andere patiënten die hulp nodig hebben.
Inmiddels is de patiënte een beetje rustiger, maar duidelijk nog steeds in een ernstige acute toestand. Ze heeft zo'n ademnood dat ze amper een volzin kan uitbrengen. Haar expressieve gelaat compenseert gelukkig: gerichte vragen maken een gesprek mogelijk.
Wanneer ik de televisie probeer uit te zetten, schudt mevrouw C. met getuite lippen en opgetrokken wenkbrauwen: 'Nee nee, hoeft niet'. Ze geeft aan dat het al wat beter gaat: ze scoort haar pijn nu 8 op 10, komende van 10 op 10, en voelt zich minder benauwd. Tot mijn verbazing weigert ze een bijkomende dosis pijnstilling of andere behandelingen. Telkens ze wat suffer wordt of trager begint te ademen, schudt ze zichzelf wakker. Haar blik is gefixeerd op de televisie. Terwijl ik de mogelijke doelen van een symptomatische behandeling uitleg, pols ik voorzichtig of ze goed begrijpt in welke situatie ze verkeert.
'Het gaat … niet lang … meer duren hé', bevestigt ze.
'Maar ik hoor dat u toch zo lang mogelijk zo wakker mogelijk wilt blijven, ondanks de pijn?'
Ze wendt haar blik voor het eerst af naar de mijne en knikt.
We spreken af dat ze laat weten wanneer ze een pijnstiller wil. Een lage dosis die het bewustzijn niet verlaagt. Vanuit een licht paternalisme en persoonlijk ongemak bij het vele kreunen en kuchen, vraag ik een aantal keer of ze daar echt zeker van is. Dat is ze.
Ik vraag of ze akkoord gaat met het opbellen van haar dochter. Door haar schouders op te halen en met licht opgeblazen wangen het hoofd te schudden, beeldt ze 'Bwoo, hoeft niet' uit.
'Ge moet … dat kind … daarmee niet … ambeteren', zegt ze zachtjes.
'Maar mevrouw, wilt u in deze situatie echt alleen zijn?', vraag ik.
Ze knikt ja, maar minder overtuigend dan zonet.
Ik denk na.
'Zou u een ander toewensen op zo'n moment alleen te zijn?'
De dame fronst en kijkt aarzelend rond.
'Zou u, moest uw dochter in uw situatie verkeren, bij uw dochter willen zijn?'
Ze kijkt me aan en knikt bevestigend.
Wanneer diezelfde dochter de telefoon opneemt, weet ze meteen hoe laat het is. Ze vertrekt onmiddellijk. Het is zo'n anderhalf uur rijden naar Jette.
Terug in de kamer is de patiënte opnieuw veel sneller aan het ademen en erg onrustig. Tegelijk is ze suffer. Voorzichtig maak ik haar wakker. Ze trekt haar ogen open en fluistert 'merci'. Nog steeds wil ze geen pijnstillers of verdoving. Ze fixeert haar aandacht op de televisie die ik nog steeds niet mag uitzetten. Er speelt een belabberde actiefilm die bovendien in het Frans is gedubd.
Ik vraag haar nogmaals of ze inderdaad wakker wil blijven. 'Zo ... lang … als … kan.'
Ik ga in de stoel naast mevrouw C. zitten. Iedere keer de ogen van de dame toe beginnen te vallen schud ik zachtjes aan haar schouder. Tot mijn huivering en enig vermaak van mijn kamergenote wordt de film gevolgd door een tv-winkel over keukenmessen.
'Dag mama', klinkt het plots.
'Maar ziet eens, zo'n braaf maske. Die komt haar moedertje bezoeken', grijnst mevrouw C., nu met heldere stem. Ze knipoogt naar me.
Nadat ik de situatie nog eens heb samengevat, neem ik afscheid om te gaan slapen.
'Tot de volgende', werpt ze me nog toe, met een kwajongensblik.
Wanneer ik na een kort dutje terug op de afdeling kom, vraag ik wat er verder nog is gebeurd. Toen haar dochter is vertrokken, heeft mevrouw C. aan de nachtverpleegkundige gezegd dat ze 'nu een beetje zou willen slapen'. De collega heeft haar ingestopt en het licht uitgedaan. Nog geen halfuur later is ze overleden.
Er is al veel geschreven over ethiek en zorg. Allerlei stromingen uit verschillende domeinen verkondigen evenveel technieken om met zorgvragers in contact te treden. Toch doorstaat een aantal vuistregels de tand des tijds. Ze zijn ouder dan al deze theorieën, ouder dan ziekenhuizen, ouder dan onze soort. Daarvoor zijn heus geen guidelines nodig. Geen enkel protocol kan ze verwoorden. Ze zitten in ons ingebakken. Eén leidraad komt voor in zowat alle bekende culturen en belijdenissen. Ze is dus geenszins eigendom van een religie en ook door niemand 'uitgevonden'. Ik herneem hier een bekende versie:
'Lang geleden trachtten rabbijnen (joodse geleerden en priesters) elkaar af te troeven door zo veel mogelijk te weten over de heilige geschriften. Een slimmerik daagde hen uit door te vragen hem alle kennis uit de doeken te doen terwijl hij op één been stond. De rabbijnen raakten geërgerd en stuurden hem weg. Slechts één van hen, Hilel genaamd, ging in op het verzoek. De wijsneus sloot de ogen en zette zich op één been, klaar voor een lange uitleg. Hilel zei: 'Doe niet aan een ander wat ge niet wilt dat hij aan u doet. Dat is alles, de rest is versiering.''
We zorgen niet zomaar voor de ander omdat we zorgverlener zijn, maar nog meer omdat we allemaal patiënt zijn. Pas in contact met de ander worden we echt mens.
Ja, de zorg heeft dringend middelen nodig. Hervormingen. Vereenvoudiging. Samenwerking. Kwaliteit. Visie. Innovatie. Durf. Geen taboes. Dat staat allemaal buiten kijf. De samenleving schenkt ons veel vertrouwen en nog veel meer geld: een zin voor efficiëntie is dus maar normaal. Maar waar zorg echt om en op draait, zijn mensen. Daar zal geen computer, robot of machine ooit verandering in brengen. Die kunnen ons hoogstens helpen om tijd vrij te maken voor wat echt telt: mens zijn.
Met één verpleegkundige per 9,4 bedden – om van de situatie 's nachts nog maar te zwijgen – is zoiets simpelweg onmogelijk. Het spreekt voor zich dat meer personeel ook nodig is voor hoogtechnologische, gespecialiseerde en innovatieve handelingen. Maar die 'handen aan het bed' zijn veel meer dan werktuigen om bloed te prikken, wonden te verzorgen, katheters te ontwarren, en formulieren in te vullen. Ze zijn bij uitstek het middel om de ander te laten voelen dat we er zijn en ze te behandelen.
Ik verkondig helemaal niets nieuws. Een bekende samenvatting wordt vaak toegeschreven aan de Franse arts Ambroise Paré (16e eeuw), maar is wellicht veel ouder:
'Guérir quelquefois, soulager souvent, consoler toujours.'
(Een aangepaste versie van deze tekst verscheen hier.)
Kwintessens
Wietse Wiels is arts en publicist. Als humanist heeft hij een interesse in de geschiedenis van de christelijke doctrines. (Foto © Jozef Van Giel)
_Wietse Wiels -
Meer van Wietse Wiels

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws