Het Vrije Woord
Geschreven door Celia Groothedde
  • 718 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

20 januari 2022 Het radicale idee dat een sociaal huurder een mens is
Minister Somers vindt dat na negen jaar mensen maar uit een sociale woning moeten. Minister Diependaele geeft, met 170 000 mensen op de wachtlijst, zijn budget maar aan privéfirma's. Egbert Lachaert vindt sociale woningen een 'win for life'.
© Celia Groothedde
In al deze politieke ballonnetjes schrijf ik aarzelend een reactie. De voorstellen kunnen rechtvaardig lijken, maar zijn het niet.
Ik ben een kind van een sociale woonwijk. Dit konijn, Nijntje, had ik al toen ik drie was en we in Mechelen woonden, zonder warm water, toilet twee verdiepingen lager, naast een speelplein vol drugsspuiten. In een brand door de onveilige kachel brandde Nijntjes oor af. Wijzelf kwamen ook bijna om.
Voordien een robuust kind, werd ik in dit huis vaak ziek. Soms was er niet genoeg te eten. De combi met de kou was onhoudbaar om huiswerk te doen als kleintje. De huisbazen gedroegen zich alsof ze ons een dienst bewezen.
Onze verhuizing naar een sociale woning was een enorme verandering. Ik had een kamertje (met één muur met mooi behang van restjes uit de behangwinkel). Ik maakte een vriendinnetje. Er waren veilige speelpleintjes tussen de huizen, een bad (!) en verwarming. We hadden nog weken op waterpannenkoeken, verschuilden ons nog voor deurwaarders met machtsvertoon. Maar als er geen licht was, zaten we door isolatie niet steenkoud. Ook mijn moeder maakte een vriendin. Ik werd gezond.
Mijn moeder had niet altijd een job. Zeker toen ze mijn broertje kreeg (soms kríjg je een kindje), waren er jaren vol miserie. Het was geen lineaire lijn richting succes.
Maar ik kon in bad, had een kamer, was gezond genoeg om te leren. Mijn broer was, in tegenstelling tot mij, een gezond kleutertje.
'Eruit' geraken duurde langer dan negen jaar. Intussen had ik als lagere- en middelbareschoolkind stabiliteit en lag ik minder nachten wakker van een radeloos huilende moeder. De huidige voorgestelde maatregel van minister Somers had twee kinderen gewoon weer in miserie gestort.
'Eruit' is ook een relatief begrip.
Sociaal wonen biedt veiligheid, voor vele mensen die er elders nauwelijks vinden. Onderbelicht in deze discussie: mensen willen uit sociale wijken vaak snel weg om het stigma, soms te snel voor hun eigen goed.
Sociale woningen bieden ook de buurvrouw die je boeken toestopt, de onderbuur met motorische handicap wiens tuintje mijn moeder onderhield (en die vloekte op mijn broertjes peuterlawaai). Sociale woningen worden niet toevallig rond een erf gebouwd.
Dit is jaren geleden.
Maar een paar jaar geleden zocht ik als gescheiden schrijver met twee kinderen een woonst. Een verhuurder eiste mijn bankrekening te zien eer hij verhuren overwoog. De meesten zegden nee. Ik ben dan nog hoogopgeleid, wit, ken beleefdheidsregels enzovoort.
Uiteindelijk woonden we – je verzint het niet— drie maanden in een afgelegen tochthuis, de kleinste kreeg een blafhoest, en dat zonder kansarmoede.
De woningmarkt vandaag is niet genadiger dan toen.
Een paar jaar geleden kwam ik voorbij die eerste onveilige woonst. Het huis was gekocht door een aardige familie met genoeg geld. Gerenoveerd was het veel te duur voor een gezin in armoede.
Sociale woningen zijn echt nodig.
De wooncrisis vandaag is groot. De Vlaamse regering moet het recht (niet 'voorrecht') op wonen garanderen, maar zowel omstandigheden als hun eigen wanbeleid zal ze niet in één klap kunnen oplossen.
Waar ze wel verantwoordelijk voor is, zijn twee dingen. Eén: ballonnetjes die mensen van stabiliteit, veiligheid en gezondheid beroven. Twee: armen, of gewoon mensen die de woonmarkt niet graag ziet omwille van leeftijd, afkomst, alleenstaand ouderschap, handicap enzovoort, afschilderen als slechteriken.
Dat daklozen 'als dieren zouden leven', er 'aan de onderkant mensen zijn die profiteren', dat sociale huurders lui, geen goeie huurders, onbetrouwbaar zijn enzovoort, schept een beeld, waarop vervolgens beleid wordt gerechtvaardigd dat armen niet met mededogen helpt, maar met wantrouwen straft en controleert. Het schept de indruk dat armen een ander soort mensen zijn, terwijl zij zijn zoals u en ik, maar dan zonder geld of goed vangnet.
Armen zijn, zoals u en ik, niet perfect. Alleen wordt dat van ons niet geëist, en maakt een misstap bij hen hun problemen 'eigen schuld' voor rechtse partijen – en dus eigen verantwoordelijkheid, in plaats van die van de Vlaamse overheid.
Dat de Vlaamse regering die retoriek verkiest, in plaats van solidair te zijn met mensen in sociale woonwijken en in armoede, dat ze die mensen zwartmaakt en doet alsof die gewoon niet genoeg hun best doen en luiaards zijn die profiteren: dat is wél hun eigen, heel bewuste keuze.
Ik neem hen die keuze erg kwalijk, omdat ik geloof in het radicale idee dat een arme een mens is.
Wie armen zo stigmatiseert, heeft hopelijk veel geluk in het leven gehad. De andere optie is immers erger: moedwillig wegkijken van ongeluk en miserie, terwijl je mensen zwartmaakt die het moeilijk hebben.
Want mensen in armoede zijn ménsen.
Het Vrije Woord
Celia Groothedde is Vlaams volksvertegenwoordiger voor Brussel van Groen en volgt onder andere armoedebestrijding en jong gezinsbeleid op.
_Celia Groothedde -
Meer van Celia Groothedde

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws