• |
Kwintessens
Geschreven door Stijn Bruers
  • 205 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

5 december 2018 Het grote belang van de verre toekomst
Als je goed wil doen in de wereld, waar kun je je dan best op focussen? Als je anderen wil helpen, wat kun je dan best doen?
Help je je buurman? Of kijk je verder, naar de asielzoeker of de dakloze op straat? Of kijk je nog verder, naar de Congolese kinderen in extreme armoede? Neem er nog de dieren bij: de opgesloten hond in het asiel of de stervende vogels na een olieramp? We hebben alvast veel mogelijkheden om heel veel goeds te doen voor anderen. We onderschatten het leed van dieren in de veeteelt, of van alle dieren in de wilde natuur. Maar wat we vooral onderschatten, is de grootte van de verre toekomst.
Als de aarde leefbaar blijft, dan kunnen onze nakomelingen zich nog miljoenen keren voortplanten. En met hun hoge intelligentie zouden die toekomstige generaties zelfs andere planeten kunnen koloniseren. Elk van die miljoenen generaties bevat dan vele miljarden mensen. Hoeveel mensen zouden er dan in de toekomst leven? Waarschijnlijk meer dan een groot getal waar je nu aan denkt. Het kan best een quadriljard zijn, of voluit geschreven: 1.000.000.000.000.000.000.000.000.000. Laat dat even bezinken, want ons brein is niet zo goed in staat om met grote getallen overweg te kunnen.
Door de vooruitgang zijn we ziektes, extreme armoede en geweld aan het uitroeien, dus onze nakomelingen kunnen best wel heel gelukkige levens hebben. Maar het kan ook verkeerd aflopen: een komeetinslag, een op hol geslagen klimaatopwarming, een kernwapenoorlog, een misbruikte supertechnologie, een dominante artificiële superintelligentie, een nieuw supervirus, een supervulkaanuitbarsting. Mocht een van dergelijke extreme risico's zich voordoen, dan wordt het intelligent of voelend leven uitgeroeid. Dan gaat het licht uit en zijn er geen positieve ervaringen meer in de toekomst. Of dan ontspoort de samenleving voorgoed en belanden we in een permanente despotische dictatuur vol leed. We weten niet hoe groot de kans op een dergelijke catastrofale ramp is, maar laten we even heel optimistisch zijn: slechts een op een miljard de komende eeuw, of voluit: 0,000000001.
Laat ook dat even bezinken, want ons brein is niet zo goed in staat om met risico's om te gaan. Neem bijvoorbeeld het Aziatische ziekteprobleem, een psychologisch gedachte-experiment van Nobelprijslaureaat Daniel Kahneman en Amos Tversky. Stel: een nieuwe ziekte rukt op vanuit Azië en zal 600 mensen doden. Gelukkig zijn er twee medicijnen. Bij het eerste medicijn zullen 300 van die 600 patiënten sterven, bij het tweede is er een kans van 50% dat het medicijn volledig werkt en er niemand zal sterven, en een even grote kans dat het helemaal niet werkt en er dus 600 mensen zullen sterven. Ongeveer driekwart van de ondervraagden verkiest het tweede medicijn, want bij het eerste teken je zeker het doodvonnis van 300 mensen. Maar deze voorkeur is bizar. Stel dat er een gelijkaardige, Amerikaanse ziekte was, en opnieuw twee medicijnen: bij het eerste worden 300 patiënten gered, bij het tweede is er een kans van 50% dat niemand wordt gered en een even grote kans dat iedereen wordt gered. Nu blijkt dat zo'n driekwart van de ondervraagden het eerste medicijn kiezen, omdat ze dan zeker zijn dat ze 300 levens hebben gered. Het is je waarschijnlijk opgevallen dat de twee medicijnen tegen de Aziatische ziekte identiek zijn aan de medicijnen tegen de Amerikaanse ziekte. Het enige verschil was de formulering: in termen van sterftes of geredde levens.
Onze voorkeuren hangen dus af van hoe we naar risico's kijken en hoe we het risicoprobleem formuleren. Als we rationeel willen zijn, en als we bij het redden van anderen niet zomaar onze onbetrouwbare intuïties volgen, en als we het redden van één extra leven even waardevol vinden, ongeacht hoeveel anderen er reeds gered of gestorven zijn, dan moeten we neutraal staan tegenover risico's. De effectiviteit van het tweede medicijn wordt dan bepaald door de verwachtingswaarde van het aantal overledenen: de kans maal het aantal. Even uitrekenen: 50% maal 600 overledenen plus 50% maal 0 overledenen, dat is 300 overledenen, net evenveel als bij het eerste medicijn.
Bij een uitroeirisico staan de levens van pakweg een quadriljard toekomstige mensen op het spel. Maar we moeten dus eigenlijk naar de verwachtingswaarde in plaats van naar het totale aantal kijken, omdat de kans op een ramp slechts één miljardste is. Dan gaat het om een triljoen levens: 1.000.000.000.000.000.000 gelukkige mensen die nooit zullen bestaan.
Hoe erg is het als een gelukkige persoon nooit geboren wordt, in vergelijking met een kind dat vroegtijdig sterft?
Hoe erg is het als een gelukkige persoon nooit geboren wordt, in vergelijking met een kind dat vroegtijdig sterft? Stel dat je het tweede duizend keer erger vindt. Dan is een uitroeirisico even erg als de dood van 1.000.000.000.000.000 kinderen. Dat is nog steeds heel veel. Dus dan wordt het heel belangrijk om die uitroeirisico's te vermijden. Dat zal niet eenvoudig zijn, maar met wetenschappelijk onderzoek kunnen we vorderingen maken.
We weten niet hoe sterk we die risico's kunnen verminderen met bijvoorbeeld wetenschappelijk onderzoek naar klimaatvriendelijke technologieën, veilige artificiële intelligentie, vaccins, komeetdetectie, nucleaire ontwapening, vrede … Laten we even heel pessimistisch zijn: met wat inspanning kunnen we het totale uitroeirisico met 1% verminderen. Dan hebben we nog maar een kans van 0,00000000099. Een dergelijke vermindering lijkt misschien futiel. Maar opnieuw is ons brein niet zo bekwaam in het analyseren van deze situatie.
In de jaren '70 werden de pokken uitgeroeid. Ga je dan denken dat dat zinloos was, omdat er nog pakweg 99 andere dodelijke virusziektes zijn en we dus de virusziektes met slechts 1% hebben verminderd? Of was het net wel zinvol, omdat we nu alvast van die ene ziekte volledig – dus voor de volle 100% – verlost zijn? Het is opnieuw maar hoe je het bekijkt, maar als er levens op het spel staan, dan is elke procent zinvol.
Hoeveel levens worden er dan als het ware gered als we het uitroeirisico met slechts 1% kunnen verminderen? Even uitrekenen geeft dan het equivalent van 990.000.000.000.000 in plaats van 1.000.000.000.000.000 kinderen die sterven. Je moet al goed het aantal nulletjes tellen om de relevantie in te zien, maar we praten dan over iets dat even waardevol is als het redden van tien biljoen kinderen. Ter vergelijking, het aantal kinderen jonger dan 5 jaar dat stierf in 2017 was 5,4 miljoen. Dus stel dat je elk jaar zoveel kinderen zou redden, en dat voor bijna 2 miljoen jaar …
Wil je in deze eindejaarsperiode ook iets doen voor die verre toekomst, overweeg dan een donatie aan Effective Altriusm Funds – Long-term Future.
Kwintessens
Moraalfilosoof en auteur van het boek 'Beter worden in goed doen. Vergroot je impact met effectief altruïsme' (uitgegeven bij Lannoo)
_Stijn Bruers Rationeel ethicus en activist
Meer van Stijn Bruers

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws