Kwintessens
Geschreven door Fons Mariën
  • 2067 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

14 januari 2022 Twee jongens op het strand … (deel 1)
Stel dat ik de tekst van het bekende liedje van Raymond van het Groenewoud lichtjes zou aanpassen en zou zingen 'Twee jongens op het strand … ze lezen modebladen … '. Wat zou uw reactie zijn? (Behalve uw opmerking dat ik niet kan zingen zoals Raymond.) Moet kunnen! Of: dat is toch onwaarschijnlijk. Ikzelf meen dat het veel waarschijnlijker is dat ze met een bal spelen, daar op dat strand. Wat zegt ons dat over het verschil tussen beide seksen?
Mannen en vrouwen zijn niet gelijk. Mocht dat wel het geval zijn, dan is er geen reden voor een aparte competitie voor tennissters en tennissers, voor vrouwelijke en mannelijke wielrenners of voetballers, voor turnsters of atleten … Mochten we die aparte competities morgen willen afschaffen, dan zouden de vrouwen ongetwijfeld luid protesteren. En terecht. Hen samen laten sporten in eenzelfde competitie zou voor de meeste disciplines onterecht zijn en een feitelijke discriminatie van de vrouwen.
Mannen en vrouwen zijn wel gelijkwaardig. Dat is in wezen een ideologisch-filosofisch standpunt, dat ik trouwens helemaal deel. Ik zie geen enkel valabel tegenargument. Hieruit vloeit voort dat beide seksen in de samenleving evenveel rechten en kansen (moeten) hebben en dat ze gelijk moeten worden behandeld. Het is dan ook triest om vast te stellen dat dit niet in alle samenlevingen het geval is en dat vrouwen in vele culturen nog achtergesteld worden. Dat blijkt bijvoorbeeld heel duidelijk uit de lectuur van het boek De tweede helft (2015) van Assita Kanko, waarin ze zich niet beperkt tot de situatie van de vrouw in het Westen, maar ook samenlevingen van over de hele wereldbol onder de loep neemt. Het is ook heel droevig dat de biologische verschillen tussen mannen en vrouwen eeuwenlang zijn misbruikt om een discours te ondersteunen dat vrouwen in een ondergeschikte rol plaatste en hen voor vele functies in de samenleving ongeschikt achtte. Zoals dat ook nu nog het geval is in meer behoudsgezinde culturen.
Mede daarom is het in bepaalde kringen, zeker feministische, 'not done' te veel te praten over biologische verschillen tussen mannen en vrouwen. Dan vrezen velen al vlug dat ze zullen worden vastgepind op hun moederrol. En de conservatieve geesten in uiteenlopende culturen kennende, is het zeker zinvol hierop te wijzen: vrouwen hebben een baarmoeder, maar zijn geen baarmoeder. Vrouwen hebben al meer dan voldoende bewezen dat ze in de samenleving alle mogelijke rollen aankunnen die vroeger aan mannen werden voorbehouden. De tijd dat vrouwen enkel in zogenaamde 'typische' vrouwenberoepen (secretaresse, kinderverzorgster, verpleegster … ) te vinden waren, is in het Westen al lang voorbij. Vrouwen kunnen minister of eerste minister zijn, een bedrijf leiden, topsportster of topwetenschapster zijn enzovoort. Dat is allemaal al lang evident.
_Sociaal-constructivisme versus darwinistische visie
Toch wil ik het hier hebben over mannen, vrouwen en hun biologische verschillen. Een onderwerp dat niet meer 'sexy' is. De westerse cultuur, de menswetenschappen en het feminisme in het bijzonder worden immers al decennialang overheerst door een (ook academisch) discours dat zo veel mogelijk de biologische verschillen minimaliseert of wegmoffelt. Het startpunt daarvan is het boek Le Deuxième Sexe van Simone de Beauvoir (1949). De kerngedachte van deze visie luidt: je bent niet als vrouw geboren, je wordt vrouw. Met andere woorden: het is de opvoeding, het milieu en de cultuur die je tot vrouw maken, niet de biologie. Het gaat hier om de sociaal-constructivistische these die heel bepalend is geweest in de twintigste eeuw, meer bepaald in vele menswetenschappelijke disciplines. In vele gevallen werd de rol van de biologie helemaal ontkend. De grote culturele verscheidenheid, bijvoorbeeld van de volkeren op aarde, zou wijzen op de prioritaire rol van cultuur om de vorming van de mens, en dus ook op de vorming van sekserollen, te verklaren. In deze visie zouden jongens en meisjes bij de geboorte als het ware een 'onbeschreven blad' zijn: hoe ze ontwikkelen, wat ze later worden, wordt (in deze visie) volledig door opvoeding, milieu en cultuur bepaald. Met name in het feminisme en de zogenaamde genderstudies is het sociaal-constructivisme nog de dominante visie.
Maar er zijn tegenstemmen. In ons taalgebied is hier vooral het werk van Griet Vandermassen relevant. Ze studeerde Germaanse talen en filosofie, en maakte een doctoraat over het conflict tussen feminisme en darwinisme. Haar bekendste publicaties in het Nederlands zijn haar boeken Darwin voor dames (2005) en Dames voor Darwin (2019). De ondertitel van deze studies luidt telkens: 'Over feminisme en evolutietheorie'. Griet Vandermassen schrijft over 'biofobie' bij feministen. Die is te verklaren uit het vroegere algemene gebruik en misbruik van de biologie om voor de vrouw een ondergeschikte plaats voor te behouden. Griet Vandermassen wil feministen bevrijden van hun biofobie, van hun angst voor wetenschappelijke kennis op het vlak van de biologie. Daarom besteedt ze uitgebreid aandacht aan disciplines als de sociobiologie en de evolutiepsychologie (m.a.w. psychologie die geïnformeerd is door evolutiebiologie). Aldus wil ze uiteindelijk komen tot een 'darwinistisch feminisme'.
Homo sapiens is een cultureel erg geëvolueerd dier. Sinds onze voorgangers hun leven als jager-verzamelaars inruilden voor een sedentair leven met landbouw en veeteelt is er – cultureel gesproken – veel veranderd. In dit opzicht is de mens pakweg de laatste 10 000 jaar erg geëvolueerd. Maar biologisch-evolutionair gesproken zijn die 10 000 jaar slechts een oogwenk. In biologisch opzicht is de mens sinds de tijd als jager-verzamelaar niet grondig veranderd. Daarom is onze biologische basis ook vandaag nog heel relevant om de mens te begrijpen. Vandermassen besluit nog 'dat een radicaal sociaal-constructivistische benadering van sekseverschillen nergens met andere wetenschapsdisciplines te verzoenen valt, dit in tegenstelling tot een evolutionaire benadering'.
In het tweede deel van dit essay ga ik verder in op de discussie naar aanleiding van de controverses over sommige uitspraken over transgenders.
Kwintessens
Fons Mariën is auteur van 'Ik ben geen witte man. Over racisme en woke-activisme' (ASP, 2022).
_Fons Mariën Auteur
Meer van Fons Mariën

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws