Kwintessens
Geschreven door Wim Distelmans
  • 1977 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

30 november 2021 Hoe palliatieve sedatie onder de radar blijft
Een Gentse arts werd na een betwiste euthanasie aangeklaagd, geschorst, opgepakt en in een cel opgesloten. Die aanpak choqueert Wim Distelmans.
Een arts van het Gentse ziekenhuis Jan Palfijn werd opgepakt en uitgebreid ondervraagd over de euthanasie op een 91-jarige patiënt (De Standaard, 23 november). Die betwiste euthanasie schreeuwt om duiding. Ik spreek me niet uit over deze casus, maar ik kan geen aannemelijk motief bedenken waarom een gereputeerde Gentse arts een terminale patiënt op zijn verzoek en met instemming van de familie zou hebben vermoord. Niet verwonderlijk dat sommige artsen in een kramp schieten en euthanasie liever vervangen door palliatieve sedatie, waarop niet de minste controle bestaat.
Als de Gentse arts het leven van de patiënt had beëindigd door palliatieve sedatie, had er geen haan naar gekraaid. In theorie heeft die handeling niet de bedoeling de dood te versnellen, maar in de praktijk gebeurt dat wel. Palliatieve sedatie wordt vaak als alternatief voor euthanasie gebruikt en komt minstens vier keer meer voor. Daarom zou het net als euthanasie wettelijk moeten worden geregistreerd (De Standaard, 25 november).
_Angst voor een rechtszaak
Voor de euthanasiewet in 2002 werd goedgekeurd, voerden artsen soms ook al euthanasie uit op vraag van patiënten. Geconfronteerd met een noodsituatie moesten ze kiezen tussen twee conflicterende ethische waarden: een einde maken aan iemands lijden of zijn leven proberen te beschermen. Wanneer ze overgingen tot euthanasie om het lijden te stoppen, deden ze dat dikwijls in het geniep, uit schrik voor een rechtszaak. Als de rechter de bescherming van het leven moreel hoger achtte dan de beëindiging van het lijden, kon de arts van doodslag of moord beschuldigd worden, zelfs als de patiënt er zelf om had verzocht.
Weinig artsen waren bereid dat risico te lopen, waardoor lijdende patiënten in de kou bleven staan. In het beste geval werden ze tot aan hun overlijden in een kunstmatige coma gebracht. Vandaag noemen we dat palliatieve sedatie.
Toenmalige CVP-politici kantten zich in het debat over de euthanasiewet tegen een wettelijke regeling. Ze beweerden dat een 'acute noodtoestand' in de terminale fase zelden voorkwam. Bovendien kon de arts steeds zijn toevlucht nemen tot palliatieve sedatie. Volgens hen handelen artsen bij deze genadedood uit medelijden, uit 'compassie', maar mochten ze dat alleen doen als alle (palliatieve) zorg gefaald had. Inmiddels is het voor iedereen duidelijk dat terminaal ondraaglijk lijden ondanks goede palliatieve zorg niet uitzonderlijk is. Zelfs vele tegenstanders van de euthanasiewet, die beweerden dat er amper euthanasievragen waren, geven dat toe.
Volgens de CVP-politici kwam ondraaglijk en onbehandelbaar lijden buiten de terminale fase en buiten de nood aan palliatieve begeleiding niet voor. Maar wat met patiënten met verschrikkelijke neurologische aandoeningen, verlammingen, met verlies van lichaamsfuncties door een ongeval of met een zware, ongeneeslijke psychiatrische ziekte? De discussie gaat dan niet meer om mercy killing uit medelijden, maar om euthanasie bij niet-terminale, lijdende patiënten uit medeleven en respect voor hun autonomie of zelfbeschikkingsrecht. Omdat de katholieke kerk dat laatste niet aanvaardt, bleef de CVP vasthouden aan de almacht van de 'noodtoestand': alleen bij terminale situaties en zonder wettelijke regeling. Er was een wet nodig om artsen te beschermen tegen willekeurige rechtspraak over de invulling van de 'noodtoestand' en tegelijk zwaar lijdende patiënten het recht te geven op een euthanasieverzoek.
_Tine Nys
Toen de euthanasiewet ter stemming voorlag, werd inhoudelijk advies gevraagd aan de Raad van State. Die merkte op dat in het wetgevende werk nergens over sedatieve zorg – nu palliatieve sedatie – werd gesproken. Omdat de paarsgroene meerderheid onder tijdsdruk stond, werd het wetsvoorstel ongewijzigd goedgekeurd. De arts moet na de euthanasie een registratiedocument opstellen en opsturen, zodat kan worden geëvalueerd of hij de wettelijke voorwaarden heeft gerespecteerd.
Om te vermijden dat de arts bij een procedurefout – bijvoorbeeld de overlijdensdatum vergeten in te vullen – niet systematisch naar het parket zou worden verwezen, werd een samengestelde federale commissie euthanasie opgericht. Die commissie fungeert als buffer tussen de artsen en het openbaar ministerie. Tot nu toe verifieerde het parket bij een klacht in alle discretie of de commissie de euthanasie had goedgekeurd. Bij bevestiging werd het bezwaarschrift zonder veel gevolg geklasseerd. De euthanasie van Tine Nys vormde daarop een uitzondering: de klacht van de familie was zeven jaar geseponeerd om plots – om onduidelijke redenen – begin 2020 in een assisenzaak te resulteren.
Na de euthanasie in Gent was er vanuit het ziekenhuis een klacht ingediend bij het parket voor de arts de kans had gekregen het registratiedocument naar de commissie euthanasie te verzenden. Zonder zijn versie van de feiten te kunnen vertellen, werd hij aangeklaagd, geschorst, opgepakt en in een cel opgesloten. Ik ben diep geschokt en verontwaardigd hoe snel en op welke lichtzinnige manier ontoelaatbare morele en professionele schade wordt toegebracht.
(Dit artikel verscheen eerder in De Standaard op 29 november 2021. Tekst overgenomen met toestemming van de auteur.)
Kwintessens
Wim Distelmans is titularis van de Leerstoel 'Waardig Levenseinde' (Vrije Universiteit Brussel) en voorzitter van de euthanasiecommissie. Hij schrijft in eigen naam.
_Wim Distelmans -
Meer van Wim Distelmans

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws