Kwintessens
Geschreven door Nico Jacquemin
  • 370 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

16 september 2021 Het Groot Verhaal en het huppelende meisje
De spectaculaire en fascinerende beelden die we nu dagelijks vanuit Afghanistan te zien krijgen, tonen ons een land van tribaal atavisme en een soms karikaturaal, bijna hollywoodiaans exotisme. Ze roepen bij ons ongeloof, verbijstering en morele verontwaardiging op over zoveel politieke en religieuze waanzin. Inmiddels is veel, heel veel geanalyseerd, politiek, militair, economisch, etnisch, humanitair, mensenrechtelijk, feministisch, geopolitiek … Laat me toch proberen er nog iets aan toe te voegen, geïnspireerd door de reactie van Slavoj Zizek, steevast omschreven als een van de meest invloedrijke hedendaagse filosofen van de radicale linkerzijde. Ik zet daarbij wel zijn ideologische overtuiging en zijn soms betwistbare paradoxen en sérieux tussen haakjes.
Zizek begint met de racistische opvatting te verwerpen dat het om een achterlijk land gaat, niet rijp voor de democratie. De beelden verhullen inderdaad een complexe realiteit. Het grootste deel van de Afghaanse vrouwelijke bevolking en vele mannen verwerpen ontegensprekelijk het obscurantisme van de taliban, zoals onder meer wordt aangetoond door de duizenden die hebben 'gecollaboreerd' en/of het land willen ontvluchten. Enkele decennia geleden was er nog een machtige communistische partij aan het bewind. Toen dat aan het wankelen ging, volgde de Sovjetbezetting, wat op zijn beurt Amerikaanse steun aan de moedjahedin, Amerikaanse bezetting en bombardementen, en een endemisch corrupt regime opleverde. Deze mix werd uiteindelijk de voedingsbodem van het huidige drama. Natuurlijk erkent Zizek dat het fundamentalistische geloof hierin een essentiële rol speelt. Maar hij bekijkt dat geloof niet louter als een religieuze belijdenis, maar vooral als een ideologisch engagement. De taliban 'zijn' als het ware hun geloof in de zin dat dit hun hele wezen, hun hele existentie doordrenkt tot het misprijzen voor hun leven en de bereidheid tot het martelaarschap toe. Het is een benadering die ons huidige westerlingen vreemd is. Wat de taliban nastreven is hun waarheid, hun eigen partijdige waarheid, te doen zegevieren, zo nodig door middel van strijd. Is dit het kenmerk van een premoderne samenleving die zich het moderne individualisme nog niet eigen heeft gemaakt en een regressie naar een fascisme? Zo simpel is het voor Zizek niet. Hij gaat zover erop te wijzen dat ook het marxisme slechts universeel waar kon zijn juist omdat het vertrok vanuit een partijdig klassenstandpunt, een waarheid die via de klassenstrijd moest worden bereikt. In onze hedendaagse moderniteit is een dergelijke subjectieve benadering van de werkelijkheid/waarheid verdwenen ten voordele van een alles overheersende objectieve kennis. Dat heeft in het moderne westen enerzijds geleid tot de pacificatie, de neutralisering en de normalisering van elk machtsstreven, kortom de ideologie van het einde van de ideologie en anderzijds tot het zoeken naar pleziertjes als vervulling van het leven, Foucaults souci de soi. Foucault was destijds dan ook gefascineerd door de islamitische revolutie in Iran, niet omwille van het religieuze fundamentalisme, maar omdat die getuigde van een collectief engagement ter verbetering van de wereld tot en met de zelfopoffering indien nodig. Zoiets was in de moderne westerse wereld niet meer mogelijk.
Wat Zizek in essentie dus betoogt, is dat de taliban kunnen winnen omdat zij tot zelfopoffering toe fanatiek geloven in hun waarheid. Tegen een dergelijk geloof kon/kan ook de grootste militaire macht niet op. Dat ondervonden de VS ook al in hun oorlog tegen de Vietnamese communisten. In het actuele wereldwijd triomferend, maar in toenemende crisis zijnde kapitalisme keert nu het collectieve engagement volgens Zizek terug, maar dan vooral in de vorm van een religieus fundamentalisme.
Een dergelijk sterk ideologisch engagement ontbreekt in het westen waar voor de grote meerderheid enkel economisch winststreven en verder de souci de soi echt van belang is. Dat maakt het westen fundamenteel zwak, niettegenstaande zijn militaire, technologische en economische overmacht. Het is daarom niet toevallig dat die overmacht sterk begint te tanen. Het globale kapitalisme sputtert en geraakt in overstretch. Ecologische catastrofes en de daaraan gekoppelde grote migratiestromen worden een urgente bedreiging. Daardoor beginnen ook in het westen zelf de sociale samenhang en de politieke structuren te verkruimelen, wat zich uit in groeiende ongelijkheid en de opgang van populistische en fascistische tendenzen. Trumpismen van allerlei slag ondergraven de politieke en morele fundamenten van het westerse beschavingspatroon als product van het Verlichtingsdenken. Met het versplinteren van een eigen consistent narratief verdwijnt na de mislukking van het brute imperialisme ook de soft power van ons maatschappelijke, politieke en morele model.
Critici zoals Van Middelaar en Elchardus geven toe aan die groeiende westerse machteloosheid. Wij moeten ons erbij neerleggen dat wij onze westerse universele idealen niet aan iedereen kunnen opleggen. Waar vroeger vooral ter linkerzijde van het politieke spectrum westerse interventies werden afgewezen omwille van hun politieke, imperialistische en neokoloniale bedoelingen, moet dat nu gebeuren omdat er een onoverbrugbare culturele kloof bestaat. Nation building en hulp bij een democratische transitie kunnen dan op de schop. Die visie sluit aan bij wat, zo herinnert Zizek eraan, Khomeini destijds zegde, namelijk dat het grote gevaar voor de islam niet uitging van de militaire en economische agressie, maar van het westerse immoralisme. Ook elders is het in belangrijke mate de culturele impact van het mondiale kapitalisme geweest die de antikoloniale strijd heeft gevoed. Dat was tegelijk een strijd tegen de hypocrisie waarmee de brutale uitbuiting met de idealen van vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid werd bedekt. Van Middelaar en co leggen zich dus neer bij Amerika- en Europa-eerst-principes. Die visie brengt ons bovendien zeer dicht bij de theorie van de 'botsende beschavingen' van Samuel Huntington. Het impliceert logischerwijze ook dat wij ons eigen beschavingsmodel, onze 'eigen normen en waarden', moeten beschermen tegen externe politieke, economische en culturele beïnvloeding. Samenwerking met landen met fundamenteel andere maatschappijvormen is dan nog enkel mogelijk op basis van pragmatisch eigenbelang. Dat heeft ook gevolgen voor onze interne diversiteit. Gaat op die manier het cultuurrelativisme niet nog meer als een Trojaans paard worden beschouwd, niet alleen door een extreme rechterzijde? Is echte integratie nog mogelijk als cultuurverschillen onoverbrugbaar worden geacht?
Dat we ons westerse universalisme moeten laten varen is een visie die momenteel overheerst, al zijn er zelfs oude gestaalde tegenstanders van het Amerikaanse imperialisme die nu betreuren dat de VS Afghanistan in de steek laten. Zizek daarentegen benadrukt de emancipatorische effecten van de westerse interventie in Afghanistan en de noodzaak om de mensenrechten altijd ernstig te nemen. Hij verzet zich tegen activisten als Varoufakis die juichen over het nieuwe falen van het neoliberale imperialisme van de VS, maar het toekomstige lot van de Afghaanse vrouwen herleiden tot een collateral damage. Volgens Zizek moet het Westen bouwen aan een nieuw eigen collectief engagement, maar dan in emanciperende zin. Om te verdonkeremanen dat hij eigenlijk opteert voor het aloude marxisme, meent hij dat dit bijvoorbeeld kan liggen in een antwoord op de ecologische catastrofe die ons bedreigt, op voorwaarde dat we zowel individueel als collectief, ook wetenschappelijk, tot andere existentiële inzichten komen. Dat zou het echte antwoord op de taliban moeten zijn.
Maar is een nieuw Groot Verhaal wel mogelijk in een samenleving die het pluralisme essentieel vindt? In hoeverre bestaat er nog een minimaal gemeenschappelijk fundament dat we met veel opoffering willen verdedigen? Ideologisch heersen 'la grande confusion', de grote verwarring en diversiteits- en identiteitsreligies. Is een dergelijk narratief bovendien wel wenselijk? We weten dat de maakbaarheid van samenlevingen beperkt is en dat een historicistische benadering nefast is. Onze postmoderne filosofen hebben er decennia geleden al voor gewaarschuwd dat elk Groot Verhaal noodwendig moet leiden naar nieuwe totalitarismen. Is het islamitische fundamentalisme daar juist geen nieuw voorbeeld van? Dat de Vietnamezen destijds zo gelukkig waren met hun nieuwe regime, hun nieuwe Groot Verhaal en de opoffering van honderdduizenden mensenlevens is een groteske leugen, net zoals de bewering dat alle Afghanen zo gelukkig zijn met de taliban of Al Qaeda. De fascinatie van intellectuelen, zoals Foucault en zijn egotrippende compagnons jetsetfilosofen, voor een zelfopofferend collectivisme zijn vooral zelfbegoocheling. En biedt de souci de soi, een behaaglijk, genoeglijk leven, geen beter perspectief dan een blinde aanbidding van een utopisch waanbeeld?
Los van de actualiteit leiden de gebeurtenissen in Afghanistan ons dus naar de essentiële vraag hoe en met welke overtuiging we onze fundamenten en universele idealen van mensenrechten, vrijheid, gelijkheid, solidariteit, democratie, secularisme en rechtsstaat, alsook onze niet-identitaire visie op tolerantie en pluralisme, beginselen die haaks staan op ideologieën zoals de islamitische, Chinese of Russische, kunnen blijven koesteren, verdedigen en uitdragen. Misschien kan Neha, het huppelende meisje, ons wel inspireren.
Kwintessens
Nico Jacquemin is voorzitter van de Humanistisch Verbond afdeling Ouders van Antwerpen-Linkeroever-Noord-Waasland.
_Nico Jacquemin -
Meer van Nico Jacquemin

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws