Kwintessens
Geschreven door Jean-Nicolas De Wulf
  • 578 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

31 augustus 2021 De zaak Demarez: een alternatieve analyse
Na een Facebook Live-uitzending van de VRT ter gelegenheid van de thuiskomst van onze Olympische atleten deed sportjournalist Eddy Demarez een aantal uitspraken die bij heel wat mensen in het verkeerde keelgat schoten. Hij had het over de seksuele oriëntatie van de nationale vrouwenbasketploeg – de Belgian Cats – en maakte woordgrappen waarbij Emma Meesseman 'Emma Meesteman' werd. Billie Massey werd 'Billie Messi'. Een andere speelster noemde hij een 'menneke' en nog een andere de 'Mountain'.
We mogen aannemen dat hij zijn uitspraken als grap naar voren bracht, bedoeld voor de enkelingen die zich in zijn buurt bevonden. Hij realiseerde zich niet dat iedereen online kon meeluisteren. Een flink deel van de publieke opinie nam aanstoot aan zijn uitspraken omdat ze ten koste gaan van mensen die lid zijn van 'onderdrukte minderheden', namelijk vrouwen en homoseksuelen. Velen zien het voorval als het ultieme bewijs dat homofobie en seksisme diepgeworteld zijn in de patriarchale maatschappij. Daarnaast was er ook kritiek op de humoristische kwaliteit van Demarez' grappen: ze zijn domweg niet grappig. Vooral om de eerste reden eist een aantal mensen het ontslag van Eddy Demarez.
Daar valt echter toch heel wat tegenin te brengen. Vooreerst wordt humor bepaald door smaak; men kan over de kwaliteit ervan niets objectiefs inbrengen. Kritiek op de kwaliteit ervan is dus irrelevant.
Een tweede element is dat de uitspraken van Eddy Demarez live werden uitgezonden. Wat men echter gemakkelijkheidshalve lijkt te vergeten, is dat de uitzending geacht werd te zijn stopgezet. Helaas voor de presentator liepen de opnames verder. Dit betekende dat iedereen nu kon horen waar hij het in een gesprek buiten beeld over had. Het was, hoe je het ook draait of keert, een conversatie die als privé was bedoeld.
Het zou inderdaad ongepast geweest zijn, mocht hij dit soort uitspraken bewust live op antenne hebben gemaakt. Zijn opdracht is aan sportverslaggeving te doen. Met deze grappen zou hij uit zijn rol van commentator zijn gevallen. De rol van de spreker en het type doelpubliek zijn met name uitermate relevant: zo weet men ongeveer wat gezegd kan worden.
Hier volgt een illustratie: ooit hielp ik even een metselaar die iets in mijn huis kwam verbouwen. Hij wist me toen te vertellen dat we 'alle homo's tegen de muur moesten zetten'. Deze persoon was voor mij overduidelijk homofoob. Indien hij grappen over homo's had gemaakt, had ik er niet mee kunnen lachen. Uiteraard liet ik zelf homograppen achterwege omdat dit hem zou sterken in zijn verwerpelijke overtuigingen; de context om in besloten kring met potentieel ethisch gelijkgestemden grappen over homo's te maken, werd immers tenietgedaan door zijn uitspraken.
Als een niet-seksistische persoon een vrouwonvriendelijke mop maakt, doorbreekt hij bewust de sociale norm van gelijkwaardigheid tussen man en vrouw, maar uitsluitend om aldus een grappig effect te bekomen. Indien we humor van dichterbij analyseren, zien we dat het vaak gaat over het doorbreken van taboes, omdat ermee spelen heel grappig kan zijn. Dit soort humor vindt echter best plaats binnen een strak afgelijnde context. Indien de context per ongeluk compleet wegvalt, zoals in de zaak Eddy Demarez gebeurd is, wordt het voor een aantal mensen heel moeilijk om de taboedoorbrekende humor te plaatsen en staat de deur open voor allerlei interpretaties en verontwaardiging.
Ten derde is er kritiek op wat hij zegt en over wie hij het zegt. Critici fulmineren over het diepgewortelde seksisme en homofobie in de sportredactie van de VRT en de hele maatschappij. Dat seksisme en homofobie bestaan, staat niet ter discussie. De vraag is echter of deze (nog) echt zo diep en breed in de maatschappij verankerd zitten als deze critici beweren.
Wat ze eveneens vergeten, is dat bij humor de intentie belangrijk is. Indien humor bedoeld is om iemand te kwetsen, neer te halen en/of te stigmatiseren, kunnen we spreken van ongeoorloofde uitspraken. Claimen dat Eddy Demarez seksistisch en homofoob is, is echter moeilijk falsifieerbaar aangezien we tot op vandaag niemands gedachten kunnen lezen. Anders gesteld, zolang er geen bewijs geleverd wordt van zijn seksisme en/of homofobie, mogen we er redelijkerwijs van uitgaan dat dit slechts casual grapjes waren zonder enige negatieve bijbedoelingen. Indien pakweg Dries Van Langenhove deze grappen had gemaakt, zouden we met goede reden van het tegenovergestelde mogen uitgaan.
Ten vierde hanteert men het argument dat deze grappen kwetsend en ongeoorloofd zijn omdat het vrouwen en homoseksuelen als doelwit heeft. Dit houdt echter weinig steek. Het is perfect mogelijk dat iemand die de grappen van Eddy Demarez degoutant vindt, moet lachen met grappen over Anne Frank, de Nederlanders en/of kanker. Deze persoon zal dan ook terecht verontwaardigd zijn indien we haar op deze grond beschuldigen van antisemitisme, Nederlanderhaat en/of leedvermaak voor mensen met kanker.
Het verschil zit namelijk in de gevoeligheid die iemand heeft ontwikkeld over een bepaald onderwerp. Vaak kunnen we niet lachen om zaken die ons persoonlijk raken en/of waar we veel belang aan hechten. Anders gezegd: iets wordt als kwetsend ervaren naargelang van het standpunt van de ontvanger van de boodschap, zelfs indien de zender geen negatieve bijbedoelingen heeft.
We horen er dus over te waken om niet af te glijden naar een situatie waarin grappen worden afgetoetst aan de mate waarin ze iemand of een groep mensen zouden kunnen kwetsen, waarbij desgevallend zelfs straffen denkbaar zijn. Stel dat je een algemene grap maakt over mensen die aan darmkanker lijden. Het is goed mogelijk dat de toehoorder gekwetst zou kunnen zijn omdat zijn vader vorige week aan kanker gestorven is. Deze gekwetste persoon zou in zo'n omgeving klacht kunnen neerleggen wegen gekwetste gevoelens.
Dit zou bijgevolg betekenen dat elke poging tot humor per definitie een potentieel gekwetst slachtoffer kan maken. In zo'n omgeving wordt elke vorm van humor dan ook de facto onmogelijk: niemand zal het nog aandurven om grappig uit de hoek te komen uit angst voor represailles. We riskeren kortom te evolueren naar een 'maatschappij van gekwetsten' waarin zelfs het onbedoeld kwetsen, al dan niet met humor, van een persoon of een groep personen als strafbaar kan worden bestempeld.
Daarom begeven sommigen zich op glad ijs om het ontslag of zelfs maar excuses te eisen van een presentator die in een privégesprek humoristisch uit de hoek probeert te komen, zelfs al heeft hij hiermee mensen onbedoeld gekwetst.
Wie verder wil nadenken over de grenzen van humor, kan ik dit interview met Ricky Gervais sterk aanbevelen.
Kwintessens
Jean-Nicolas De Wulf (1977), Masterstudent politieke wetenschappen aan de VUB en werkzaam bij de Brusselse Gewestelijke Overheidsdienst voor buitenlandse betrekkingen. Geboren in Gent en sinds een kleine 10 jaar verhuisd naar het pittoreske Brussel.
_Jean-Nicolas De Wulf -
Meer van Jean-Nicolas De Wulf

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws