Kwintessens
Geschreven door Véronique Pertry
  • 1170 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

11 juni 2021 Symbolen in een neutrale omgeving geven ongewenste krachtige signalen
In de pers lees ik: Virgil Abloh, een jonge ontwerper bij Louis Vuitton, creëert een Keffiyeh-sjaal met patronen uit de tijd van het Ottomaanse Rijk. Onmiddellijk komt hierop zware kritiek: dat oude patroon is ook verwerkt in de zogenaamde arafatsjaal die het Palestijns verzet symboliseert. Het patroon symboliseert voor sommigen de strijd tegen onderdrukking, anderen associëren het met terrorisme. De wit-blauwe kleur die Virgil Abloh in zijn ontwerp gebruikte, toevallig ook de kleuren van de Israëlische vlag, maakte de zaak blijkbaar nog erger.
Een patroon op een sjaal: wat voor de ene een uiting van creatief talent is, is voor anderen een controversieel kenteken. Symbolen doen blijkbaar iets met de rede en de emotie van mensen. Moet men kentekens dan maar verbieden in het openbaar leven? Symbolen drukken meningen of overtuigingen uit die in een democratische samenleving, in principe, uiteraard geuit mogen worden. Bijgevolg is de regel dat kentekens getoond mogen worden. Wanneer echter symbolen meningen van politieke, levensbeschouwelijke of religieuze aard uitdrukken, is het in sommige contexten aangewezen om er voorzichtig mee om te gaan. Want in bepaalde contexten zijn de krachtige signalen die van symbolen uitgaan ongepast polemisch of verwarrend.
Een context waarin dit zeker geldt, zijn de overheidsbesturen. Overheidsbesturen in België moeten het grondwettelijke beginsel van de neutraliteit van de overheid eerbiedigen. Dat beginsel hangt nauw samen met het discriminatieverbod in het algemeen en het beginsel van de benuttigingsgelijkheid van de openbare dienst in het bijzonder. Het Grondwettelijk Hof heeft dit bij herhaling bevestigd. Wat ook iemands achtergrond, overtuiging of religie is, iedereen heeft recht op gelijke behandeling door elk overheidsbestuur. Vanuit dat concept past het dat de overheid voor de uitoefening van haar functies een volstrekt neutrale omgeving opzet. Zo zijn in de loop van de 20ste eeuw katholieke kruistekens uit overheidsgebouwen verdwenen. Het wringt dus fundamenteel dat ambtenaren als deel van dit neutrale overheidsbestuur tijdens de uitoefening van hun functies sterke signalen uitsturen naar burgers, ondergeschikten of meerderen over hun persoonlijke politieke of levensbeschouwelijke overtuiging. Die signalen werken als stoorzenders op de boodschap van neutraliteit die een overheid te allen tijd moet uitstralen.
Het is dus nieuw noch vreemd dat besturen hun ambtenaren verbieden om dergelijke signalen via kentekens uit te sturen. Een 'sterk' neutraliteitsbeleid verbiedt het zichtbaar dragen van politieke, levensbeschouwelijke, filosofische of godsdienstige symbolen voor ambtenaren tijdens de uitoefening van hun functie. Dergelijk verbod viseert niet één bepaalde overtuiging, persoon of groep: ze is op iedereen en op elke overtuiging op gelijke wijze van toepassing, waarbij het niet van belang is of de betrokken ambtenaar met het kenteken een signaal wil sturen omwille van druk van derden, omwille van zijn overtuiging of godsdienst, of omwille van zijn vrije keuze. De neutraliteit van het bestuur doet vanzelfsprekend geen afbreuk aan het feit dat de ambtenaar zijn eigen overtuiging mag hebben.
Een bestuur dat de neutraliteit 'zwak' invult en dus zijn ambtenaren toelaat om tijdens de uitvoering van hun functies symbolen te dragen, gaat ten onrechte voorbij aan de burger die in het contact met de overheid de te beschermen partij is. Het is begrijpelijk dat de burger, die wordt geconfronteerd met een ambtenaar die bij de uitoefening van zijn functie krachtige signalen uitstuurt over zijn persoonlijke overtuiging, zal twijfelen over de neutraliteit bij de behandeling van zijn vraag. Het is redelijk dat de burger ook zal twijfelen over de mate waarin de ambtenaar zijn persoonlijke overtuiging wel naast zich neer zal kunnen leggen, net omdat het krachtig en permanent uitdragen van die overtuiging voor die ambtenaar zo essentieel blijkt te zijn. 'Justice must not only be done; it must also be seen to be done' is een gekend principe voor de rechterlijke macht. Een bestuur dat zijn ambtenaren toelaat tijdens de dienst door kentekens sterke signalen uit te sturen, legt de basis voor twijfel over zijn neutraliteit.
Wanneer sommigen 'discriminatie op grond van religie' of 'schending van de godsdienstvrijheid' roepen omdat het dragen van hoofddoeken niet toegelaten is bij een openbaar bestuur, dan gaat het in werkelijkheid niet om een hoofddoekenverbod, maar over algemene verboden van alle politieke, levensbeschouwelijke of religieuze kentekens, juist omdat dergelijke symbolen krachtige signalen uitsturen, die niet compatibel zijn met de neutraliteit die openbare besturen moeten uitstralen. Over de islamitische hoofddoek oordeelde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens alvast dat deze een sterk signaal is.
De Keffiyeh-sjaal bleek als symbool zo'n krachtig signaal uit te zenden, dat een commentator de volgende uitspraak deed over Louis Vuitton: 'ofwel zijn ze toondoof, ofwel is dit een passief-agressief statement'. Die uitspraak past wellicht even goed voor die ambtenaren die met politieke, filosofische of religieuze symbolen krachtige signalen willen uitzenden naar anderen tijdens de uitvoering van hun functie. Vuitton haalde ondertussen de sjaal offline.
(Tekst oorspronkelijk gepubliceerd in De Tijd, 9 juni 2021. Overgenomen met toestemming van de auteur.)
Kwintessens
Véronique Pertry is advocaat in Brussel en Honorary Fellow Faculty of Law and Criminology Vrije Universiteit Brussel.
_Véronique Pertry -
Meer van Véronique Pertry

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws