Kwintessens
Geschreven door Kurt Beckers
  • 646 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

20 mei 2021 Het dogma van de sterke neutraliteit
Graag wil ik reageren op een publicatie op deze schitterende blog van Jurgen Slembrouck: 'Het activisme van Unia ondermijnt zijn geloofwaardigheid'. Jurgen Slembrouck zal ik gewoon bij zijn voornaam aanspreken, met Jurgen dus. U moet weten, beste lezer, dat Jurgen en ik vrienden zijn. (En we zullen het ongetwijfeld ook blijven.) Er worden op deze blog ook brieven geschreven. Ik heb al titels van teksten gezien die beginnen met 'Beste Johan' of 'Beste Ronald'. Ik ga dat voorbeeld volgen, het is een mooie formule.
_Beste Jurgen
Net zoals er verschillende modellen bestaan rond neutraliteit waarvan het ene al wat meer ideologisch geladen is dan de andere, zo bestaan er ook verschillende modellen om met elkaar in discussie te gaan. Zo is er bijvoorbeeld het deliberatieve model, het model waar jij zo graag gebruik van maakt. Weloverwogen, gewikt en beargumenteerd, maar nooit echt emotioneel bevlogen. Emoties worden uit jouw teksten geweerd wanneer je zoekt naar heldere argumenten en standpunten. Dialoog en argumentatie staan voorop. Maar er is ook een agonistisch model om met elkaar te discussiëren, en zoals jij ook weet, Jurgen, zoveel woorden en ideeën hebben we te danken aan die oude Grieken. Het agonistisch model voor discussie verwijst naar 'agon', wat klaarblijkelijk 'wedstrijd' betekent. Die oude Grieken hielden van wedstrijden, soms ging dat over poëziewedstrijden of muzikale wedstrijden, maar ook vechterswedstrijden, naakte, ingeoliede mannen die de arena betraden om een partijtje te gaan worstelen met elkaar.
Goed, hier gaan we dan. Allereerst: wat is jouw doel wanneer je pleit voor een sterke neutraliteit? Voor welk maatschappijmodel kruip je zo vaak in jouw pen? Dat lijkt een oprechte vraag lettende op het gegeven dat dit niet altijd zo duidelijk is in jouw teksten. In jouw tekst over Unia laat je wel iets los over diversiteit. Is hetgeen wat je wilt verdedigen een maatschappijmodel waarin een diversiteit aan levensbeschouwingen als een rijkdom wordt aanzien? Het past alleszins wel mooi in jouw onvermoeibare verdediging van die sterke neutraliteit. Gezien de bijzondere gelaagdheid aan gecontesteerde betekenissen die levensbeschouwelijke kentekens willens nillens in zich dragen, kunnen overheidsambtenaren best neutraal zijn, zowel in hun dienstverlening als in hun uiterlijk en overkomen. Stel je voor dat een moslima toevlucht komt zoeken bij een overheidsambtenaar van Unia – ik zeg maar wat – omdat ze uitgehuwelijkt gaat worden en ze moet daarbij beroep doen op een chassidische jood die haar in vol ornaat ontvangt. Dit is uiteraard een voorbeeld dat jouw verdediging van die sterke neutraliteit kracht bijzet. Maar hoe groot is de kans dat dit effectief kan gebeuren? Of stel dat Etienne Vermeersch daar zou zitten met een T-shirtje met daarop een Mohammedcartoon. Die kans acht ik nog minder klein. Ik betwist overigens dat Etienne niet meer onder ons is, zijn denkkracht was immers zo intens en enorm dat zijn argumenten nog steeds springlevend zijn.
Goed, sterke neutraliteit, Etienne Vermeersch, en ik zou er de islam nog aan willen toevoegen. Of moet ik zeggen: vooral de islam? Ik ben er niet zeker van, maar soms denk ik dat de ideeën ten aanzien van de islam van jou en Etienne, en ook van andere hoogwaardigheidsbekleders binnen de vrijzinnigheid, aan herziening toe zijn. Dat een T-shirtje met de Mohammedcartoon telkens opnieuw gerecupereerd wordt om het punt van de sterke neutraliteit te maken, zou een teken kunnen zijn dat wijst op een ander sentiment. Namelijk het onvermogen om de islam te beschouwen als een onderdeel van onze samenleving. Soms denk ik dat dit een soort verborgen sentiment is binnen een bepaalde strekking van de vrijzinnigheid, al dan niet onder de vlag van de diversiteit.
Om hier onmiddellijk mijn vrijzinnig vel te redden: ik verdedig het model van die sterke neutraliteit en met de nodige voorzichtigheid zal ik ook kritisch blijven ten aanzien van elk ideeëncomplex waarbinnen dogma's niet willen wijken voor voortschrijdend inzicht. Ook als dat over de islam gaat. Ook wanneer in het model van die sterke neutraliteit misschien ook dogma's verweven zitten.
Ik vind dat die sterke neutraliteit een dogma wordt wanneer je elke gelegenheid en vooral elke mogelijkheid aangaat om een verbod op die levensbeschouwelijke kentekens (lees hoofddoekenverbod) plausibel te maken. Dit verbod uitrekken en spreiden over zoveel mogelijk domeinen, zou misschien wel eens een teken kunnen zijn dat je er dogmatisch mee omgaat. Ik gebruik natuurlijk het woord dogma om rabiate vrijzinnigen op hun paard te zetten. Maar we zitten dan ook in een agon, een strijdtoneel aan ideeën.
Religieuze tradities reduceren tot hun teksten maakt dat er weinig oog is voor ontwikkelingen binnen de moslimgemeenschap. Bijvoorbeeld in hun betekenisgeving van de hoofddoek. En bovendien merk ik ook dat er weinig vertrouwen is ten aanzien van moslims dat ze met hun tradities en teksten selectief kunnen omgaan. Waar wij vrijzinnigen dan weer zeer goed in zijn. De minderwaardige neger van David Hume, Voltaire, zowel vleier als hekelaar van de despoten, of de aandelen van John Locke in een industrie die rijk werd van slavenhandel, dat kunnen wij zeer goed selectief waarnemen. De gorilla klopt op zijn borst en toch zien we hem niet. Ook wij zijn selectief. Maar ik besef dat ik mij op glad ijs begeef. Want binnen de moslimgemeenschap is er nog een aanzienlijke groep (naar Europees onderzoek van 2014, Ruud Koopmans) die bijzonder conservatief is, de sharia boven de burgerlijke wetgeving plaatst en slechts één enkele interpretatie van de Koran wil aanvaarden (ook hun ideeën ten aanzien van joden en homoseksuelen trouwens). Maar datzelfde onderzoek wijst ook uit dat een grote groep moslimjongeren in Europa minder radicaal is, hoewel we de radicalisering vooral bij moslimjongeren zien. Wat we hier waarnemen, kunnen we trouwens ook vaststellen bij Vlaamse jongeren (gelijkaardig met Brusselse jongeren), namelijk dat de grote groep goed scoort op burgerschapscompetenties (bijvoorbeeld: mensen met een andere etniciteit hebben even veel rechten), maar dat het problematisch wordt en radicaal bij Vlaamse jongeren die terugplooien op hun identitaire politieke nationaliteit en de ander als een morele vijand zien. Die ideeën, of ze nu van moslims komen of van Vlaamse jongeren, maken dat samenleven onmogelijk wordt. Als de hoofddoek het symbool bij uitstek zou zijn van deze ideeën, dan begrijp ik jouw bezorgdheid, Jurgen. Maar dan houden we geen rekening met een groeiende groep jongeren – en in dit geval moslima's – die hun hoofddoek niet vereenzelvigen met de bovenstaande subversieve ideeën. En dan wordt een verbod gevaarlijk, lijkt mij. Het gevaar zou daarin kunnen bestaan dat we jonge moslims die hun islamitische identiteit plaatsen binnen het kader van de liberale democratische rechtstaat en de mensenrechten, niet gaan steunen, maar gaan afremmen. Minder dialoog, minder vooruitgang op vlak van interlevensbeschouwelijk samenleving. Ik kan mis zijn, beste Jurgen, maar ik lees dit in jouw teksten waarin je die sterke neutraliteit verdedigt.
Dit aspect in beschouwing genomen, stel ik mij de vraag waar het grensgebied ligt van die sterke neutraliteit. Want waar dat grensgebied ligt, heeft een invloed op het al dan niet aanvaarden van die moslimjongeren en moslims die al wat ouder zijn, van de liberale democratische rechtstaat waarin ook zij leven en zelfs geboren zijn. Dat overheidsambtenaren neutraal dienen te zijn, ook in hun levensbeschouwelijke kentekens, lijkt mij een evidentie. Dus leerkrachten met een hoofddoek binnen het gemeenschapsonderwijs kan niet. Akkoord. Moslima's die in een privébedrijf gaan werken, geldt daar ook die norm van de sterke neutraliteit? Wat je verdedigt, is het recht van bedrijven om zich te kunnen beroepen op die sterke neutraliteit. En ik zou dit evenzeer met jou, Jurgen, verdedigen. Maar tegelijk ga ik niet akkoord met de inhoud van wat er verdedigd wordt. Namelijk een hoofddoekenverbod. Wanneer je als privébedrijf (en dus niet als overheid) niet wil dat je werknemers een hoofddoek dragen, dan is dat je recht, maar dit getuigt van een bepaalde visie op onze samenleving die niet de mijne is. Een visie die het vermogen mist om plaats te geven aan een moderne invulling van de betekenis van de hoofddoek. En nee, een hoofddoek is niet te vergelijken met een T-shirt waarop een Mohammedcartoon prijkt, want die cartoon versterkt veel meer de interlevensbeschouwelijke spanningen. Maar ook hier: ik zou het recht om zo een T-shirt te dragen verdedigen. Ik zou het nu niet echt aanraden om dat te gaan doen, maar inhoudelijk zou ik toch proberen te argumenteren dat ik hier vanuit een moreel standpunt niet mee akkoord ga. Als we het hebben over de grensgebieden van die sterke neutraliteit: wat met leerlingen?
Want die hoofddoek is voor hen niet noodzakelijk een symbool van onderdrukking. Vaak is het tegendeel het geval. Het is een krachtig symbool voor hun identiteit die ze graag in een moderne, conform aan de liberale rechtstaat, maatschappij willen uiten. Ook op school. En zijn er moslimmeisjes die de hoofddoek moeten dragen en dus onderdrukt worden? Zeker. Maar graag een ervaring uit mijn lespraktijk. Ik had een leerling die in mijn klas zat met een T-shirt van Schild & Vrienden. Ik heb die leerling daar niet op aangesproken, wat ik in principe zou moeten doen. Ik heb met die leerling een goed contact, verbinding. Ook vandaag nog. Hij vraagt mij om podcasts te beluisteren van zijn held, Dries. Verbieden van symbolen die jongeren gebruiken om aan identiteitsontwikkeling te doen, lijkt mij een totaal verkeerde strategie die net extreme standpunten kan versterken. Tegelijk zijn op het vlak van die neutraliteit grenzen nodig. Er zijn ook grenzen – of beter grensgebieden – nodig om die neutraliteit te beschermen. En net dat is het punt dat ik hier wil maken. Waar leg je het grensgebied van die sterke neutraliteit? Want de plek waar je ze legt, maakt dat er processen op gang worden getrokken die al dan niet bijdragen aan het aanvaarden van de gemeenschappelijke waarden die we nodig hebben om die democratische rechtstaat te laten functioneren. Wanneer je ze te strikt wil implementeren en ze op plaatsen legt waar het niet nodig is, breng je net het tegenovergestelde teweeg. Ik sta met deze opvatting ook niet alleen. De eerste vrouwelijke Franse imam, die heel sterk voor een islamitische Verlichting pleit, vindt dat we met een sterke neutraliteit voorzichtig moeten omspringen: 'Hoewel het doel daarvan is om een neutrale staat te hebben en niet om elke religieuze uiting in openbare ruimte te verbieden, ervaren veel jonge moslims laïciteit als een aanval op hun geloof. Ze plooien zich terug op zichzelf en zijn vatbaarder voor extremistische en fundamentalistische stromingen' (in DS, 17 mei 2021). Dit lijkt mij, beste Jurgen, stof tot nadenken.
Lees 'Het activisme van Unia ondermijnt zijn geloofwaardigheid', het stuk van Jurgen Slembrouck waarop Kurt Beckers reageert.
Kwintessens
Studeerde filosofie aan de Universiteit van Gent, is leerkracht niet-confessionele zedenleer en tevens lector aan de Hogeschool AP Antwerpen. Hij zetelt in een adviescommissie voor interlevensbeschouwelijke competenties en is lid van de leerplancommissie interlevensbeschouwelijke dialoog. In zijn vrije tijd is hij vooral actief in diverse vrijzinnig-humanistische projecten en organisaties.
_Kurt Beckers -
Meer van Kurt Beckers

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws