Het Vrije Woord
Geschreven door Johan Decroos
  • 456 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

20 mei 2021 Bewonderaars van Bob Dylan: Johan Decroos
Op zondagavond 23 mei brengen filosofiehuis Het zoekend hert en het Humanistisch Verbond met Stef Kamil Carlens en zijn groep The Gates of Eden een swingende muzikale hommage aan Bob Dylan, de meester singer-songwriter en Nobelprijswinnaar literatuur die generaties muzikanten diepgaand heeft beïnvloed en miljoenen mensen verblijd en geboeid heeft met zijn songs. Bob Dylan wordt 80, maar zijn muziek (en hopelijk ook hijzelf) zijn springlevend, zoals u zondagavond en -nacht zelf kunt vaststellen. In de aanloop naar het online muzikale feest laten wij u genieten van een aantal mooie en verrassende getuigenissen, van divers gepluimde mensen die iets (of veel) hebben met de bard en zijn werk. Vandaag spreekt tot u Johan Decroos, lector niet-confessionele zedenleer en cultuuronderwijs Howest BaSO. Hij vertelt graag over Dylan en maakte er dus maar een lezing over. En deze 'getuigenis' waarin hij het heeft over de man die er niet is, tenzij als personage in zíjn en dé geschiedenis.
_Dylanologen zijn als theologen. Eindeloos verklarend wat er eigenlijk niet is. He's not there.
Het zoekend hert overvalt me tijdens een week van koortsige vooravonden voor de 80ste verjaardag van Bob Dylan met het verzoek om ook mijn gedachten te delen bij deze gebeurtenis. Mijn hoofd neuriet All the Tired Horses en het lichaam heeft zin in de soundtrack van Pat Garrett & Billy the Kid – een ware chilloutschijf in dit huishouden en volledig ondergewaardeerd –, maar de verleiding is te groot om getuigenis af te leggen. Zoals zovelen praat ik met graagte over de man die deze week alom en terecht als de allergrootste bestempeld wordt. Eén vooravond is trouwens echt niet genoeg om alle loftuitingen voor de man te omvatten. Ring them bells dus. Het lijkt bijna toepasselijk dat die feestelijke verjaardag dit jaar op Pinkstermaandag moet vallen, een dag waarop we volgens sommige christelijke gelovigen toch even moeten bekomen van de turbulente gebeurtenissen die de dag voordien door hen herdacht worden. Jezus is 40 dagen na zijn verrijzenis eindelijk ten hemel gestegen (zou die dan hebben moeten kloppen op de hemeldeuren?) en na nog eens 10 dagen van algehele vertwijfeling krijgen zijn leerlingen de Heilige Geest op bezoek en zien ze het licht. Alle gelijkenissen met bestaande Bob Dylanvolgelingen zijn vergezocht.
Wanneer je als Dylanfan precies het licht zag, is trouwens bijzonder belangrijk voor de opbouw van het persoonlijke Dylanverhaal. Tijdens mijn lezing Mythes, maskers en moraal – een mogelijk Bob Dylanverhaal ga ik even in op dat gegeven vooraleer ik enkele andere veronderstellingen probeer te belichten. Voor elke Dylanfan, Dylanbewonderaar, Dylangek of hoe men ze ook wil noemen is het een uitgemaakte zaak dat hij of zij een uniek verhaal kent dat dan ook in volstrekte uniciteit voorbehouden is aan de eigen persoon en de zich hiervan compleet onbewuste Dylan zelf. Wat de meesten van die adepten verbindt, is enkel de aanvaarding van andermans verhaal. Niet voor niets is de ondertitel van Scorsese's Rolling Thunder Revue dan ook 'A Bob Dylan Story'. Het had ook een ander verhaal kunnen zijn.
In mijn lezing probeer ik Bob Dylan een beetje te begrijpen aan de hand van wat hij zelf zingt en schrijft over andere mensen. Woody Guthrie, Lenny Bruce, Rubin Carter, George Jackson, Blind Willie McTell, Joe Gallo, Sara Lownds, John Lennon … Telkens gaat het over mythische figuren, inwisselbaar als helden, outlaws of muzes en alsof dat nog niet genoeg zou zijn, wordt er door Bob Dylan behoorlijk doorgemythologiseerd. Wat me dan bij de man zelf brengt en de mythe die hij bijna als vanzelfsprekend ondertussen zelf geworden is. Een personage in zíj́n en in dé geschiedenis. Doorgeefluik van eeuwige waarheden en leugens, van moraal en maskerades. Boodschapper en boodschap. Troubadour en Jokerman. Homerus en Odysseus. Valse profeet en 'waar'-zegger. He contains multitudes en is niet daar. Not there. Als alles weer goed gaat, kom ik het met plezier weer vertellen op mijn eigen never ending tour.
Maar elke Dylanmens heeft dus zijn instapmoment. De andere getuigenissen op Het zoekend hert maken dit mooi duidelijk. De leeftijd van de getuigen bepaalt de perceptie en de omgang met wat daarna komt. Sommigen zijn onderweg afgehaakt, anderen namen een pauze en niemand vraagt iets aan de ongelovigen. Het is ook een fascinerende 'what if'-oefening om je in te beelden hoe het geweest zou zijn als dat instapmoment vroeger of later zou geweest zijn. Hoe onwaarschijnlijk moet het dan niet geweest zijn om Dylan ontdekt te hebben in 1965? Ik zal het nooit weten. Een foto van mijn moeder die met mij in haar buik de trap op stapt van een vliegtuig dat ons van Oostende naar Londen brengt in de lente van dat jaar is het dichtste dat ik in de buurt kom. Misschien zijn wij wel samen ergens te zien op een stukje ongebruikte pellicule van Don't Look Back? De gedachten slaan al eens op hol. Jaren later heb ik even gepraat met Suze Rotolo, het meisje van de Freewheelin'-hoes dat zoveel meer was dan dat meisje. We hadden het over Dave Van Ronk en over Perugia. In 1965 was zij al uit beeld en schreef ze verder aan haar eigen verhaal.
Of wat als je 15 zou geweest zijn in 1986 en met gezonde belangstelling op aanraden van een oudere fan en dus in blind vertrouwen de nieuwe Dylan had gekocht? Knocked Out Loaded in alle opzichten wellicht.
Hoe zalig moet het anderzijds wel geweest zijn om als leek zonder enige voorkennis ontmaagd te worden door een Bootleg Series-aflevering als Tell Tale Signs in 2008?
Elk van die instapmomenten zorgen voor een andere verhouding, een andere kweekvijver, andere vertakkingen, andere Dylanverhalen.
Johan in de 80's
Mijn persoonlijke instapmoment als late 1965'er was 1978. Dylan was al vrij aanwezig in mijn leven. Scoutskampvuren en folkliedjes gingen toen nog vrolijk samen en ik schreef de teksten van liedjes als Don't Think Twice, It's All Right vlijtig over in een schoolschriftje. De zolderkamer was met twee oudere broers een vruchteloos verboden schatkamer vol muziek en werd door mij al gauw in het geniep systematisch en alfabetisch doorspit. Blood On The Tracks en Desire waren gewoon twee lp's in een achteraf gezien fenomenale rij die de spons in mij allemaal opzoog. De obligate Beatles en Bowie, de vooral dode Jim Morrison en Hendrix, natuurlijk Lou Reed, maar die 13-jarige kreeg ook Zappa en vooral ook Robert Wyatt mee. Van Joy Division, Tuxedomoon en Sonic Youth was nog geen sprake. Maar in 1978 was er dus die eerste release waar je je als Humo-lezer van bewust was. Street Legal. Voor het eerst was Dylan nieuw en was die nieuwigheid tastbaar in een luisterhokje in een platenwinkel. Uitkijken naar iets, spanning, de naald laten zakken en luisteren. Het lijken wat vergeten rituelen.
Street Legal is mijn vertrekpunt en hoezeer ik Dylan ook heb vervloekt toen hij daarna zomaar religieus werd en dat helemaal niet strookte met mijn jeugdigheid en Joy Division, ik was onbewust misschien een gelovige die toch al had mogen smaken van iets dat leek op een heilige geest. Toen ik in datzelfde 1978 of misschien al 1979 in Cine Rialto in Oostende The Last Waltz zag – een andere Scorsese-film – was ik trouwens helemaal verkocht. De spanningsboog die via die pleiade aan sterren werd opgebouwd tot aan die ronduit energiek-slordige finale … 'We'd like to bring on ... uh ... one more very good friend of ours … Bob Dylan'. Voor mij ging het echt niet over het afscheid van The Band en ik noem dat moment in die cinema nog steeds mijn eerste live-ervaring. Met excuses aan Boudewijn De Groot en dank aan Muddy Waters en de heer Dylan. Toen ik in 1979 dan de liveplaat At Budokan hoorde, opgenomen van een Duitse radiozender op een oranje BASF-cassette, was ik helemaal verbijsterd. Dat Don't Think Twice, It's All Right ook een reggaenummer kon zijn, was toen toch een heel rare, maar fijne ervaring. Nog steeds ben ik vandaag op Dylanconcerten plezierig nieuwsgierig naar wat er nu weer van gemaakt wordt.
Billie Holiday schreef ooit: 'I can't stand to sing the same song the same way two nights in succession, let alone two years or ten years. If you can, then it ain't music, it's close-order drill or exercise or yodeling or something, not music.'
Bob Dylan heeft dat goed begrepen en zal dat op zijn tachtigste niet vergeten.
Naar verluidt is de man gevaccineerd, verveelt hij zich als de pest en popelt hij van verlangen om de Never Ending Tour weer op gang te trappen. Na die World Gone Wrong waarin we allen heel erg Masked and Anonymous hebben geloofd dat online ook wel echt is, ben ik er klaar voor. Ik zal er zijn. Net zoals al die anderen. Allemaal met hun eigen verhaal. Voor de man, voor de mythe, voor de maskers en de moraal.
Maar eerst wordt het maandag. Laat ons dan toch maar allemaal heel uniek vieren. Elk op onze manier. Elk met onze instapplaat. Samen komen we er de dag wel mee door. Ik begin met Street Legal.
'Señor, señor, do you know where we're headin'? Lincoln County Road or Armageddon?'
De heilige geest mag het weten.
_Mythes, maskers en moraal – een mogelijk Bob Dylanverhaal
Een lezing over Bob Dylan … ? Hoe begin je daaraan? 's Mans leven en werk zijn te omvangrijk om te vatten in een momentopname en Dylanologen allerhande zouden als kraaien toekijken welke interpretatie afwijkt van een andere versie.
Via deze lezing erkent Johan Decroos de zinloosheid van zo'n poging, maar voegt hij er niettemin een invalshoek aan toe. Als je over Bob Dylan niets met zekerheid kan zeggen, lukt het misschien wel om de mensen te belichten waarover hij schrijft en zingt. Kunnen we iets over Dylan leren door enkele personages in zijn oeuvre onder de loep te nemen? Woody Guthrie, Lenny Bruce, John Lennon? Blind Willie McTell, Sara Lownds en Rubin Carter? Helden, outlaws en muzes? Waarom en hoe bezingt Dylan hen? Het zijn mensen, ze dragen maskers en zo worden ze mythe. Zoals Bob Dylan zelf.

De lezing Mythes, maskers en moraal – een mogelijk Bob Dylanverhaal brengt hij graag weer op de planken als het weer kan. Info via johandecroos@telenet.be
Voor meer info over het event van zondagavond, klik hier.
Meer eigenzinnige getuigenissen over leven en werk van Bob Dylan vindt u hier.
Bob, Till We Drop – A Midnight Special
Het Vrije Woord
Johan Decroos is lector niet-confessionele zedenleer en cultuuronderwijs Howest BaSO, vertelt graag over Dylan en maakte er dus maar een lezing over.
_Johan Decroos -
Meer van Johan Decroos

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws