Kwintessens
Geschreven door Nick De Clippel
  • 849 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

29 april 2021 Pleidooi voor een extra leeftijd
Hoe out is oud?
Professor Jean Paul Van Bendegem, ondertussen emeritus, pleegde onlangs een boekje over ouder worden. Na een ietwat geforceerde vergelijking met de puberteit, roept de filosoof op tot burgerlijke ongehoorzaamheid en verzet tegen een neologisme van zijn eigen maak: grijsisme, wat een vertaling wil zijn voor ageism, een nieuwe vrucht aan de ismeboom. Dat gaat dan onder meer over discriminatie en een degelijk pensioen. Zelf krijg ik het nu al benauwd bij het idee constant met verkleinwoordjes aangesproken te worden. Een stevige afwijzing voor deze systemische microagressie mag van mij bovenaan de agenda staan.
In de nineties was er al eens een partij die van waardig ouder worden haar raison d'être maakte. Mogelijk was de tijd er nog niet rijp voor of was de partijtop-in-wording niet het beste wat er op de markt te vinden was, maar WOW – acroniem voor bovenstaande bestaansreden – is jong gestorven. Zelf vind ik seniorisme beter bekken en internationaler klinken dan grijsisme, maar ik denk vooral dat er nood is aan twee termen. Wat verder probeer ik duidelijk te maken waarom.
Ik tik ouderenrechten in op Google en bovenaan de eindeloos lange waslijst suggesties staat er 'bedoelde je: dierenrechten'. Montherlant schreef dat de rups een vlinder wordt, maar dat bij de mens het omgekeerde gebeurt. En ging Kafka's Verwandlung, waarin een man verandert in een kever, niet over oud worden? Er zijn gemene dingen geschreven over ouderdom. Zelf vind ik dat gedicht III.93 van Martialis (40-104) de kroon spant. Wuivend met een disclaimer gun ik de lezer graag een paar lijnen, in de zekerheid dat zij/hij de rest van het gedicht moeiteloos zal vinden of ontwijken op het net:
Meer kreuken in je voorhoofd dan in een kleed van linnen,
borstjes die hangen te wapperen als het web van spinnen.
Vergeleken met de jouwe heeft een krokodil een smalle bek.
Kikkers produceren een veel vrolijker gekwek.
Zelfs 't zoemen van een mug is een streling voor het oor.
Jij bent zo blind als een uil in het koele ochtendgloor.
Je stinkt uren in de wind naar een ouwe geitenbok,
je gat meer bot dan vlees, zo mager als een stok.
Zelfs een cynisch filosoof, van geen kleintje vervaard
acht jouw benige kut geen cent meer waard.
Bij zo'n poëtische ontboezeming hoort een illustratie uit min of meer dezelfde tijd. De kop die we zien is waarschijnlijk een kopie van een Grieks beeld, wat ons eraan herinnert dat er antieken rondliepen die er minder atletisch uitzagen dan Venus of Adonis, en dat Aristoteles ouderdom als koud en droog omschreef, terwijl de jeugd dan weer warm en vochtig was. Daar staat tegenover dat Plato toch liever ouderen als de correctoren van de ideale staat zag en dat men in Sparta, net als bij de indianen van Karl May, belangrijke beslissingen toevertrouwde aan een raad van ouderlingen.
Wat ik de meest aangrijpende tekst vind, gaat net als Philemon en Baucis over het oudere paar. Jacques Brel schreef Les Vieux toen een leven met twee nog de norm was en hij eindigt met een zin die het meervoud 'nous' als lijdend voorwerp heeft, omdat ouder worden een aandoening is die we allemaal delen. Toen moest het besef nog komen dat het dynamische individualisme niet enkel vrijheid, maar ook de eenzaamheid van de eigen kamer in het wzc zou brengen. Op het belang van het meervoud kom ik straks terug.
Wat heet oud? Brel sukkelt de duur van een snik, arm in arm met ons, naar de zilveren pendule op de schoorsteenmantel, maar hij haalde zelf de vijftig niet. 'Plus jamais un homme', beklaagt de Beauvoir zich in een autobiografisch boekdeel (La Force des Choses), al was ze pas 55 toen ze dat schreef en vond ze dat oud pas begon na 65. In De Senectute laat Cicero Cato (de Oudere uiteraard) uitleggen dat oud zijn meer voordelen dan nadelen heeft, maar Cicero was toen pas 63. In Jaurès, alweer van Brel, zijn de arbeidskinderen net voor de eerste wereldoorlog al vanaf vijftien 'vieux avant que d’être'. Brel zingt elders over Don Quichote, die door Cervantes pas op zijn 68ste op Rocinante werd getild. Voltaire schreef tot zijn 80. Benjamin Franklin en Joe Biden waren bijna even oud toen ze verkozen werden. Stéphane Hessel schreef op zijn 91ste nog een boek waarin hij de jeugd (!) Indignez-vous toeroept. Professor Paul De Grauwe vertikte het te stoppen en werkt op zijn 75 nog steeds aan de London School of Economics. Bob Dylan bracht op zijn 71ste nog een plaat op de markt. Een 100-jarige Indiër liep in 2011 een marathon en wel met een tulband op zijn kop. Men is zo oud als men zich voelt, zegt de volksmond, maar wat bedoelt die dan met 'voelen'? Gaat dat over een emotionele toestand, of over de stijve ledematen (met een verzwegen uitzondering voor de mannen) 's morgens bij het opstaan?
Misschien moeten we een onderscheid maken tussen lichaam en geest. Aristoteles vond het eerste al uitgewoond op 35, maar de ziel pas op 50. Een spanning die mooi door Thomas Hardy, die 88 werd, in rijm werd gezet;
... Time to make me grieve
Part steals, lets part abide
And shakes this fragile frame at eve
With throbbings of noon tide.

… Tijd tot mijn stille spijt
Neemt een stuk, laat een ander vrij
En schudt mijn broos skelet bij avondtijd
Met golven van hoogtij.
(eigen vertaling, NDC)
_Drie of vier?
Kijk naar Lebensstufen van de romantische schilder Caspar David Friedrich: kinderen spelen op het strand. Dichtbij liggen bootjes in het ondiepe water. Iets verder van de waterlijn dan de kleintjes kijkt een jonge man achterom. Achter de kleine boten, al in de diepe zee, kiest een grote boot het ruime sop. Misschien zei de jonge man iets tegen de grijsaard die, steunend op een stok, lijkt te turen naar de horizon, waar een groot en statig schip verdwijnt in de nevelen van de ondergaande zon. Maar het kan dat de jonge man zich richt tot de museumbezoeker die achter de oude man staat en het schilderij contempleert. Een memento mori in drie stadia. Of zijn het er dan vier, als u of ik worden meegeteld? De fascinatie voor drie was al in de Oudheid een vaste opdeling: juventus, virilitas en senectus. Men is kind, volwassen of oud, maar is vier geen beter getal? Ouderen zijn het gelukkigst is de ironische titel van een dichtbundel van Anton Korteweg (°1944). Misschien wel het beste gedicht uit de bundel refereert expliciet aan de Nederlandse psychiater H.C. Rümke (1893-1967) die tussen virilitas en senectus een bijkomende periode als praesenium benoemde. Er loopt een grens tussen enerzijds alleen maar grijs en wijs en anderzijds seniel. Een van Kortewegs gedichten heet gewoon 65, waardoor we weten dat de dichter zich volgens de psychiater op het einde van fase drie bevindt. 'Het grote gebod is Entsagung', zegt de dichter dan en hij zet er ook volgende aanbeveling bij:
Gedraag je, lees Rümke, buig mee
Ga je wandelen, zet dan een hoed op
Die je voor elke vrouw afneemt
Waardig ouder worden dus, verzaken en aanvaarden dat het ergens in de nabije toekomst wat minder wordt. Cicero's Cato leert ons dat goed oud worden veel te maken heeft met hoe je voor je lichaam zorgde in de jonge jaren. Zelf vind ik het even belangrijk om verder dan de neus (als avant-garde van dat lichaam) te kijken. Moeten we niet meer aan het geestelijke welzijn denken, en moeten we daar, Cicero indachtig, niet op tijd aan beginnen, want wanneer de kwalen als ongenode gast mee aan tafel schuiven is een worp van de teerling. Anders gezegd: moeten we niet al op voorhand leren verkroppen dat we gekromd [worden], gebocheld en versleten, als een pop waarin een hart zou kloppen, door 't volk bij 't heengaan in een huis vergeten (vrij naar Willem Elsschot)? En is het daarvoor niet zinnig om, net zoals Korteweg, Rümke vanonder het stof te halen en oud in twee fases op te delen, een derde en een vierde?
_Twee zinnen?
In La Giovinezza, een film van Paolo Sorrentino die bijna even goed is als La Grande Bellezza, vindt een van de twee hoofdrollen (Michael Caine, °1933) opnieuw smaak in het leven met een te grote prostaat en een dement geworden vrouw, maar de andere niet (Harvey Keitel, °1939). Het personage van Keitel pleegt zelfmoord (terzijde: dat gebeurt in Zwitserland waar men ook Freitod zegt, een beter alternatief dan 'zelfdoding'). Zelfmoord omdat hij er geen zin meer in heeft nadat de diva van dienst (Jane Fonda, °1937) heeft afgezegd voor de hoofdrol in wat zijn laatste film moest worden.
Mensen kiezen niet voor de dood omdat ze het leven zinloos vinden, merkte de veel te vroeg gestorven filosofe Patricia De Martelaere op, maar omdat ze er geen zin meer in hebben. Voorwaar een zinnige aanvulling op Camus' Sisyphe, waarin het enige mogelijke alternatief voor de suïcide ligt in de revolte tegen de absurditeit van het leven. Om te kunnen revolteren moet je daar (nog) zin in hebben.
Cicero liet Cato al zeggen: 'Wanneer men beroofd wordt van dat waar men geen zin meer in heeft, is dat geen smartelijke beroving.' Nil novum sub sole. Maar La Giovinezza toont dat het soms de ander is die een bepalende rol speelt, die bepaalt of het leven nog zin heeft.
'Zolang de bejaarde een bepaalde werkkracht behoudt, blijft hij in de gemeenschap geïntegreerd en onderscheidt hij er zich niet van: hij is een volwassen man van gevorderde leeftijd. Maar wanneer hij zijn vermogens verliest, wordt hij gezien als een ander (origineel cursief), dan wordt hij, sterker nog dan de vrouw, een puur object.' Dat schreef de Beauvoir, die het hier duidelijk over twee levensfasen heeft, maar evengoed het sociale aan de orde brengt, vermits het de andere is die de oudere tot object reduceert. Staat dat ook bij Elsschot niet tussen de lijnen?
Wat het oudere leven de moeite maakt, is niet het pensioen, de eerbied voor de grijze haren en de veronderstelde wijsheid, maar mensen om dat allemaal mee te kunnen delen.
Cicero was een stoïcijn. De Stoa gaat voor een goed stuk over aanvaarding, maar Cicero's tijdsgenoot Lucretius had misschien een filosofie die nog beter op maat is van de praesenex: het epicurisme, genoemd naar de man die ermee begon. Net als veel ouderen had Epicurus (341-270) last van verschillende kwalen en was het hem geraden het rustig aan te doen. Dat deed hij bij voorkeur in zijn tuin met vrienden, een beetje afgezonderd van de wereld. Hedone, genot begrepen als afwezigheid van overdaad en pijn, was het hoogste goed. Niet alles wat Epicurus verkondigde, is daarom even goed. Zijn lathe biosas, het verborgen leven, is een mager ideaal en de onverstoorbare ataraxia kan tot apathie leiden, maar de idee vrienden te hebben en te verzaken aan groots en meeslepend leven (been there, done that) heeft wel wat. Dan denk ik buiten vrienden in de eerste plaats aan de familie met kinderen en kleinkinderen, maar evengoed aan ex-collega's, buren, of vakgenoten elders in de wereld die je met enige regelmaat kan ontmoeten op het computerscherm.
Alleen gebeurt er niets vanzelf. Wat er vaak misloopt in de derde en vierde leeftijd, is een gevolg van wat eraan is voorafgegaan: individualisme, métro-boulot-dodo of varianten daarop, altijd maar offers aan Chronos en te weinig voor Kairos.
De doortikkende, chronometrische tijd kent iedereen, maar zijn broer met de rare haarlok (die je moet grijpen als hij langszwaait, zoals ooit de kwast op de kermismolen) die staat voor de stilgezette kairotische tijd van het goede ogenblik, die wordt te vaak voorbijgelopen. Daarom: ga even zitten in die tuin met vrienden, investeer daarin in plaats van in citytrips. In Amerika reed ik ooit even achter een reuzencamper, met een grote sticker achterop: 'we're spending our children's heritage'. Vast leuk, en daarna? Kom buiten, met of zonder hoed, sluit aan bij een vereniging en hou de banden met je kinderen aan. Zorg er proactief voor dat de vriendenkring groot genoeg blijft. Daartoe vergelijk ik vriendschappen graag met kamerplanten. Als die niet genoeg te drinken krijgen, gaan ze vroeg of laat verleppen.
Onderscheid maken tussen de actieve, oudere burger en de vrouw of man die het alleen nog maar kan rooien met dagelijkse assistentie, lijkt me aangewezen. Ik kan me daar concrete dingen bij voorstellen. Waarom geen bijzonder statuut voor de jonggepensioneerde, een recht (geen plicht) dat toelaat langer te werken met een gunstige fiscale regeling en verminderde sociale bijdragen voor de werkgever? Maatschappelijk kan men van Pierre Rosanvallons' droit a l'insertion een win-winsituatie maken voor staat, werkgever en oudere. Erg utopisch is dat allemaal niet, want er bestaat al een en ander in die richting, maar veeleer marginaal en/of te weinig geïntegreerd in een levensomvattend verhaal. Zo'n nieuw veralgemeend statuut stopt dan niet op een vooraf bepaalde datum, maar – in principe – als de senior zelf aangeeft dat het genoeg is geweest.
Voor onze vierde leeftijd heeft COVID op verschillende manieren duidelijk gemaakt dat wzc's van grote omvang niet de beste oplossing zijn. Kleinschaliger werken zou neerkomen op een hogere factuur, maar kan die meerkost niet (deels) opgevangen worden door inzet van de derde leeftijd en de jeugd? Vroeger hadden mannen verplichte legerdienst van een jaar. Sommigen verkozen burgerdienst die anderhalf tot twee keer zo lang kon duren. Is een half jaar burgerdienst voor jongens én meisjes dan een onhaalbare idee? Het zou bovendien de band bewaren tussen de verschillende leeftijden (en de verschillende klassen). Fittere ouderen, in hun praesenium, hebben meer voeling met de senectus dan jongeren. Ze hebben vandaag vaak nog ouders in een wzc of een seniorenflat. Mogelijk kunnen ook zij helpen in de ouderenzorg en daarvoor wat in de plaats krijgen. Het is maar brainstormen wat ik doe, maar ik doe dat vanuit de overtuiging dat een en ander beter en anders kan.
De oproep van Van Bendegem tot burgerlijke ongehoorzaamheid of protest heeft weinig zin als dat protest gevoerd wordt door een uitgerangeerde arbeider of een geïsoleerde wzc-bewoner. Om succes te hebben, moeten we aan weerszijden van de grijsgrens de handen in elkaar slaan.
Kwintessens
Nick De Clippel is master in de filosofie (KULeuven).
_Nick De Clippel -
Meer van Nick De Clippel

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws