Kwintessens
Geschreven door Dirk Ooms
  • 383 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

15 maart 2021 Gemijmer over oude mensen en olifanten
Ze hebben het niet onder de markt, onze oude medemensen. Ik denk niet enkel aan de verzuchting van sommigen om oudjes ten prooi te laten vallen aan COVID-19 omdat ze toch al stervende zouden zijn. Dit zou naar hun aanvoelen de wens of wet van moeder natuur zijn en die dame stoot je best niet voor het hoofd. Ik heb het ook niet zozeer over de boze blanke, redelijk oude mannen die het zieltogen van de planeet en de natuur op hun geweten zouden hebben en dit maar niet willen inzien en betreuren. Evenmin gaat het over de ándere boze blanke mannen die striemende kritiek hebben op die eerder vermelde boze blanke mannen. Waar vind je overigens boze oude vrouwen in dezen?
Ik denk aan de ouderen van dagen die zich staande moeten houden in onze moderne tijden waarin men zo lang mogelijk jeugdig moet blijven. Tegelijkertijd worden we alsmaar ouder en meer bejaard, in een voortdurend veranderende wereld waarin alles sneller moet en iedereen lijdt aan chronisch tijdsgebrek. Communicatie gebeurt meer en meer eerder door het indrukken van minuscule toetsen dan door gesproken taal, en men richt zich steeds meer tot schermen dan tot gezichten. Daarbovenop zijn er de ongehoorzame afstandsbedieningen. De ondoorgrondelijke iPads en iPhones. De perfide eigenzinnige computers. Al die vernieuwingen op technologisch vlak vol haast en spoed, zodat je als mens die op leeftijd is, op een zeker moment plots aanvoelt dat je hopeloos verouderd bent. En zo mag je op een dag volledig bejaard belanden in een zaal, handjes draaiend.
Het lijkt een teloorgang van jewelste. Ooit was immers zo'n oudere mens de bron van alle kennis. Vandaag pluk je informatie van het internet, gebruik je snel een app. En voorafgaand aan al dat magistraal digitaal gedoe waren er boeken vol wetenswaardigheden en wijsheden. Maar waar stak voordien kennis? Koppie koppie. Gedurende duizenden jaren en ver terug in de tijd, toen de moderne mens opstond in Afrika, zat kennis gestockeerd in een mensenhoofd, wellicht dat van een stamouder, met jaren ervaring en liefst een olifantengeheugen. Iemand die de antwoorden wist op vele vragen zoals: waar en hoe voedsel en water kon worden gevonden. Wat gevaarlijk was, waar je was en waarheen je moest en waarom, wat de gevolgen van bepaalde weersomstandigheden konden zijn en hoe je moest omgaan met anderen. Een fout kon het einde betekenen van een groep, van een genetische lijn. Zo'n kennisbak moet van onschatbare waarde geweest zijn. Men moest er zorgzaam mee omspringen, om er lang van te profiteren. 'Bejaardenzorg' loonde. Kennis werd doorgegeven, maar dat ging in prehistorische tijden ontstellend traag en moeizaam. Leren is ondertussen kinderspel geworden. Een kwestie van natuurlijke selectie dus: hou die oudere in leven, leer als kind zo snel mogelijk.
Ik moet denken aan olifanten, bijzondere dieren die leven in matriarchale groepen: sterk sociaal, intelligent, emotioneel, enigszins zelfbewust, beschikkend over een handige slurf en een pak hersenen van vijf kilo. Een olifant kan zestig jaar oud worden en hoeft daarvoor niet eens een veilig leven door te brengen in een zoo. Mocht niet het slijten van de laatste set tanden het doodvonnis via uithongering betekenen voor zo'n dier, dan zou het nog vele jaren langer leven. Onderlinge relaties kunnen tientallen jaren bestaan. Een groep wordt geleid door de oudste en/of grootste koe, zij heeft de wijsheid in pacht, weet bijvoorbeeld waar water en voedsel kan worden gevonden. Als dat dier omkomt, kan zo'n hele groep zwaar in de problemen komen.
Zal het veel ingewikkelder geweest zijn bij mensen pakweg honderdduizend jaar geleden? Hoe groot was niet de ontreddering als zo'n wijze stamouder plots overleed? Terwijl de kennisoverdracht nog lang niet volbracht was? Verweesd, angstig moet men naar de levenloze gestaard hebben. Waar is hij in hemelsnaam heen? En hoe dit te aanvaarden? Wat nu? Misschien rees er ooit een vorm van protest, stak een dwars ongeloof de kop op, een onmogelijke opstand tegen de natuur: is de dood wel echt het einde? Misschien keek men op, zag men hoog in de hemelen, de onmetelijkheid … Er moet een stamboom samen te stellen zijn van alle goden en verwante fabeldieren die ooit in het leven geroepen zijn, de ene al wat onsterfelijker dan de andere.
Een van de meest intrigerende taferelen in de hele dierenwereld is het gedrag dat olifanten tonen wanneer ze de resten van een dode olifant naderen. Zij staan stil, gebiologeerd door het kadaver, betasten met hun slurf de dode soortgenoot, nemen een bot op, lijken het bedachtzaam te onderzoeken. Wat gebeurt er? Wat gaat er in ze om? Is het werkelijk rouwen dat ze doen? Zijn ze even verzonken in een ingetogen gemijmer?

(foto bovenaan © Gwenny Cooman)
Kwintessens
Dirk Ooms is huis- en tuinman, en boekenwurm
_Dirk Ooms -
Meer van Dirk Ooms

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws