Kwintessens
Geschreven door Yves T'Sjoen
  • 1530 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

11 maart 2021 Resonerende auteursstemmen
Yves T'Sjoen in gesprek met Benno Barnard en Huub Beurskens
In een eerste tekst reflecteert Yves T'Sjoen, hoogleraar moderne Nederlandse literatuur (Universiteit Gent) over schrijvers die, achter de schermen, elkaars werk becommentariëren. Meer in het bijzonder gaat hij in op het werk van de schrijvers en dichters Benno Barnard en Huub Beurskens, die vervolgens reageren op Yves T'Sjoens overwegingen.
Over de oeuvrebouwer en de opusschrijver in de Nederlandstalige literatuur is weinig onderzoek verricht. In de opstellenbundel Schrijverstypen. De moderne auteur tussen individu en collectief (Erica van Boven en Pieter Vermeulen, red., 2016) is sprake van 'de zondagsdichter', 'de academische schrijver', 'de reisschrijver' en de 'journalist-auteur', ook 'de socialistische schrijver' en 'de avant-gardist', maar de oeuvrecomponist ontbreekt. In Naar het onbekende. Perspectieven op literatuur, cultuur en kennis (Anne-Fleur van der Meer et al., red., 2019) wordt aan de hand van de casus Rutger Kopland nog het fenomeen van de 'doctor-dichter' besproken. Toch is ook dit een veel voorkomend auteurstype: al dan niet in uiteenlopende genres bouwt de schrijver aan een in verschillende boekuitgaven gepubliceerd literair werk, in genummerde cycli of volgens seriële opbouw. Conform een grondpatroon, zoals het pentagram van Peter Verhelst, de sokkel- en kruisstructuur in Ivo Michiels' tiendelige Journal Brut, het 'schrijven in de breedte' in De tandeloze tijd en Homo Duplex van A.F. Th. Van der Heijden of de numerieke opera van Willy Roggeman, met teksten die ongeacht het genre in elkaar haken, intratekstueel verbonden zijn, met motieven of personages die in meerdere afzonderlijk uitgegeven teksten opduiken.
Een interessant fenomeen dat aan dit type beantwoordt, zijn de oeuvres van auteurs die poëticaal verwant zijn en soms expliciete of impliciete tekstuele relaties vertonen. Geconnecteerde of corresponderende literaire oeuvres waarin 'resonans' een interessante betekenis gevende (maar doorgaans niet gepercipieerde) factor is. De schrijver kan als eerste lezer van de collega-schrijver optreden, als zijn of haar tekstredacteur. Naar deze casus is in zoverre ik weet al helemaal geen studie ondernomen. De schrijver-redacteur, werkzaam bij een literaire uitgeverij, mengt zich in de tekst, formuleert suggesties en is in mindere of meerdere mate soms coauteur. Er zijn in de literatuurgeschiedenis van Nederland en Vlaanderen vele voorbeelden te noemen van tekstredacteurs, zelf actief als schrijver, die kopij beoordelen, ingrepen voorstellen, mee schrijven en denken over een tekst van een collega-auteur. Dat soms ingrijpende redactioneel werk blijft doorgaans verborgen achter de schermen van het publieke auteurschap. Wat mij in het bijzonder interesseert zijn bevriende schrijvers die elkaars werk lezen, als eerste kritische beoordelaar, en van commentaar voorzien nog voor het in druk gaat. Over hoe schrijvers voor elkaar testcases zijn en teksten worden 'uitgetest', in hoeverre teksten worden voorgelegd en door bemiddeling van kritisch commentaar en ingrepen van collega-auteurs hun definitieve vorm krijgen. Zonder daarbij nadrukkelijk in kritieken of essays naar elkaars oeuvre te verwijzen, functioneren ze als niet-institutioneel redacteur (of als dusdanig niet bekend intermediair) van elkaars teksten.
Neem nu de oeuvreschrijvers Benno Barnard en Huub Beurskens. Ik heb beiden uitgenodigd te reageren op mijn stelling. Zij zijn zo voorkomend en genereus om een gevatte repliek te schrijven. Barnard en Beurskens kunnen het label van bijzonder productief oeuvrebouwer opgekleefd krijgen: dichtbundels, romans, kritieken en essays, vertalingen behoren tot beider werk. Beurskens is daarnaast actief als beeldend kunstenaar, Barnard schrijft toneelteksten die soms dicht aanleunen bij de lyriek en deel zijn van de 'genealogische autobiografie'. In de gebundelde poëzie, getiteld Het tongbotje. Gedichten 1981-2005, zijn teksten opgenomen die oorspronkelijk als theatertekst in de markt zijn gezet. Zonder in biografische anekdotiek te vervallen, bijvoorbeeld wanneer beide auteurs elkaar ontmoetten of hoe de literaire vriendschap tot stand kwam, kan het revelerend zijn de indrukwekkende oeuvres, zeker de laatst verschenen titels, in relatie tot elkaar te lezen. Soms is die band expliciet gemaakt, zoals in Beurskens' grondige analyse op de website Nonnolles van het hond-gedicht in Barnards Het trouwservies. Zonder te beweren dat een tweede hand zichtbaar is, kan het voor tekst-relationeel onderzoek bijzonder verrassend zijn recent werk van Beurskens, zoals de roman Steyler (2018) en de meesterlijke 'novelleske roman' De straffeloze (2020), dichtbundels zoals Gedurig nader (2018) en Aapnek tussen de ladyshaves (2019) en poëzie-kritische essays relationeel te lezen, dat wil zeggen in relatie tot de literaire sparringpartner. Met aandacht voor het werk van Benno Barnard, als klankbord, dat synchroon wordt geschreven en/of gepubliceerd. Het werkprocedé verloopt trouwens in de twee richtingen, zoals mag blijken uit de dagboekaantekeningen van Barnard op de website Doorbraak.
Bekend is dat Barnard en Beurskens samen met Wiel Kusters aan vertalingen hebben gewerkt, die ze als samenstellend collectief hebben uitgegeven (W.H. Auden, Nee, Plato, nee, 2009). Maar er is méér dat aan de bibliografische zichtbaarheid is onttrokken.
Hoe eigengereid de hybride samengestelde literaire oeuvres ook zijn van deze Nederlandstalige auteurs van formaat, er zijn onmiskenbaar poëticaal-esthetische raakvlakken, met een particuliere canon die opmerkelijk vele parallellen vertoont. Ik durf te beweren dat op metaniveau teksten in beider opusliteratuur echo's laten zien zonder de transrelationele band te expliciteren. Schrijvers zijn vooral ook lezers, soms lezers van elkaars literaire productie-in-wording. Het is voor mij in ieder geval uitdagend om boeken van deze schrijvers in relatie met elkaar te lezen, zonder de vinger te kunnen leggen op passages, intriges en bijvoorbeeld stijlkenmerken die inwisselbaar zouden zijn. Deze observatie zou hoe dan ook afbreuk doen aan de particulariteit van de oeuvreteksten. Dat beiden als elkaars eerste lezer functioneren, ook al is dat achter de schermen, laat een verwantschap veronderstellen die op taalopvattingen en esthetica is gebaseerd, een gedeeld artistiek referentiekader, een overeenkomstige kritische visie. Oeuvres kun je vanuit die veronderstelling ook als communicerende vaten beschouwen, ook al beschikken we niet over van annotaties voorziene kopij en hebben wij als buitenstaander geen inzage in mailcorrespondenties. Niet alleen aan dat specifieke schrijverstype 'de oeuvreschrijver' kan een afzonderlijke studie worden gewijd, ook aan het schrijverscollectief, niet zichtbaar in de openbare ruimte maar traceerbaar in teksten die in relatie tot elkaar worden gelezen en tot verschillende literaire producties behoren.
Benno Barnard
_Benno Barnard schrijft
Huub Beurskens en ik zijn niet alleen bevriend, ook schragen wij als twee kariatiden een stelling van Yves T'Sjoen over oeuvrebouwers en hun onderlinge beïnvloeding. Twee vragen die de lezer van zijn artikel zou kunnen stellen: hoe weet T'Sjoen van die beïnvloeding? En: op welke manier dringen deze nogal verschillende schrijvers dan in elkaars werk door?
De eerste vraag is eenvoudig te beantwoorden: hij en wij hebben al jaren contact, je mag wel zeggen dat we bevriend zijn, en die omstandigheid is voortgevloeid uit zijn belangstelling voor ons werk. Hoogleraren in de letterkunde werken niet in een verheven abstractie, ze kennen gewoonlijk ook schrijvers wier werk zij bestuderen en waarover zij doceren; honni soit qui mal y pense, ik heb er in elk geval nog nooit een lauwerkrans aan overgehouden.
De tweede vraag … u bent niet welkom in mijn keuken, maar ik wil u best een paar geheimpjes verklappen. Beurskens en ik raakten bevriend toen hij mijn boek Eeuwrest las en ontdekte dat er ondanks de verschillen een grote verwantschap tussen ons bestond (zie bijvoorbeeld zijn De echoïst). In de daaropvolgende jaren werd ook allengs helder waar die verwantschap haar oorsprong vond, niet alleen in een vergelijkbare historische en filosofische gevoeligheid, zekere overeenkomsten tussen de ene provinciale kindertijd en de andere (naast gigantische verschillen), maar ook in onze lectuur – in het bad met ontwikkelingsvloeistof verscheen een groepsportret van schrijvers en dichters, Auden, Eliot, Benn, Rilke, Sachs, Gombrowicz, Nabokov, Canetti …
Zo werden wij als vanzelf elkaars eerste lezer. Ik geniet het voorrecht dat Huub vrijwel altijd om mijn mening vraagt – hij schijnt daar iets aan te hebben. Maar laat ik me beperken tot zijn invloed op mijn werk. Af en toe wijzig ik op advies van Huub elementen in een tekst, herschik onderdelen, schrap iets, schrap nog iets, zoek nieuwe formuleringen. Collegiaal advies maakt deel uit van onze correspondentie, die we nu al twintig jaar voeren (eerst tussen Amsterdam en een Vlaams dorp, tegenwoordig tussen Amsterdam en Sussex, we zien elkaar zelden). Behalve uit goede raad bestaat die gedachtewisseling eerst en vooral uit literaire en literair-maatschappelijke beschouwingen, glossen, opmerkingen, ergernissen enzovoorts – ook van hart tot hart spreken we soms, al is dat vaak minder rechtstreeks het geval dan u zou denken: je kunt namelijk heel goed van hart tot hart spreken zonder het voortdurend over jezelf te hebben.
Al schrijvende ontwikkelen we – ontwikkel ik althans – menig idee dat anders embryonaal was gebleven; formuleringen belanden soms, al dan niet met een kleine wijziging, in mijn werk, soms in een gedicht of essay, het voorbije anderhalf jaar vooral in mijn dagboekproject Groetjes uit Europa, waarvan ik veel notities plaats op Doorbraak (een website waarmee ik weinig affiniteit heb, maar die bereid is mij te betalen).
Staat u me toe dat ik hier even pronk met woorden uit een mail van Huub over mijn dagboek: 'Jij bent een van de zeer weinigen (Kafka, Gombrowicz) bij wie ik het journaalschrijven als een onontkoombare, namelijk vanuit het pijnlijke priapisme in het schrijversbrein gedreven noodzakelijke methode ervaar'.
Dit is een omschrijving van mijn … welnu, methode die de werking van mijn schrijverij voor mijzelf verduidelijkt. Aanmoediging tussen ons is gegarandeerd, loftuiting niet. Onlangs schreef hij me: 'Vanavond moet je zonder compliment naar bed'.
Laat me iets citeren uit onze briefwisseling dat het onderwerp goed samenvat. Op maandag 1 februari van dit jaar schreef Huub mij in reactie op recente dagboekaantekeningen: 'De meeste laatste notities kende ik al min of meer uit onze correspondentie, veelal ook qua formulering. Alleen brand je daar "verwoed" kaarsen met het oog niet op een eventueel vertrek, maar op een thuiskomst …'
Hierop antwoordde ik per ommegaande (het ommegaande is in een digitale correspondentie natuurlijk ad absurdum versneld): 'Ja, je inspireert me – en al klinkt dat ironisch, het is zo, geregelde correspondentie doet het brein draaien. Vaak zet ik elementen uit mails in mijn nog-niet-uitgewerkte dagboek'.
Benno Barnard (°1954) is dichter, essayist, schrijver en vertaler. Hij werd geboren in Amsterdam, woonde van 1976 tot 2015 in België, waarna hij naar East Sussex verhuisde. 
Huub Beurskens
_Huub Beurskens schrijft
'Wil je eens kijken naar …'
Wanneer Benno Barnard me een nieuwe, nog niet gepubliceerde tekst voorlegt, hoop ik steevast het genot te mogen smaken dat ik hem kan behoeden voor een grammaticale of stilistische fout, hoe klein ook. Helaas hoef je niet eens vijf vingers aan een hand te hebben om te kunnen natellen hoe vaak me dat genoegen te beurt is gevallen. Maar juist dat maakt dan weer deel uit van de redenen waarom ik hem als kritische lezer van mijn eigen teksten zo belangrijk vind.
De afgelopen jaren is er praktisch geen gedicht, beschouwing of fictie van me niet allereerst onder ogen en in handen van Benno gekomen voordat de tekst werd aangeboden en/of gepubliceerd.
Wij 'gebruiken' elkaar als klankbord, sparringpartner, redigerende lezer en dergelijke. Dat gebeurt overigens bepaald ook los van literaire teksten, middels correspondentie over van alles en nog wat.
En dat geeft al aan dat het reageren op elkaars teksten meer is dan het verrichten van werk als van een bureauredacteur, iets wat je ook niet meer dan incidenteel voor een collega zou willen doen. Het is alsof we er persoonlijk belang bij hebben dat een tekst van de ander zowel technisch, inhoudelijk en, niet in de laatste plaats, artistiek zo sterk mogelijk is. Nee, niet 'alsof': het is gewoon zo, want we voelen onze eigen artistieke inzichten en drijfveren aangesproken door die van de ander. En gaandeweg of al gauw is dat zich aangesproken voelen iets vanzelfsprekends geworden, waarbij het gegeven dat we de ontwikkeling van elkaars oeuvre als het ware van binnenuit zijn gaan meemaken ongetwijfeld een grote rol speelt. Zo heb ik op aanraden van Benno een stuk tekst in mijn roman Steyler vele pagina's verschoven en passend gemaakt omdat die passage volgens hem – terecht – het slotakkoord van de roman zou moeten zijn. Een raad die niet alleen kon voortkomen uit Benno's grote leesvaardigheid en zijn gevoel voor compositie, maar ook uit zijn voeling met de groei van mijn werk en zijn intuïtie aangaande waar ik daar, eveneens intuïtief, mee naartoe lijk te willen.
Een en ander wil overigens niet zeggen dat we van een tekst van de ander zowel inhoudelijk als stilistisch een tekst van onszelf zouden kunnen of willen maken. Integendeel! Alle suggesties die we doen, komen voort uit wat we denken dat in het belang van de geest en de stem van de ander is. Benno en ik verschillen ook veel te veel van elkaar om onze teksten ooit inwisselbaar te kunnen doen lijken. Onze karakters en temperamenten zijn danig verscheiden, hij is opgegroeid in een geletterd milieu en met een dichtende vader, een dominee, bij ons thuis in het katholieke Limburg werd niet gelezen en mijn me nu in herinnering zo dierbare vader vervloekte mijn eerste landelijke poëziepublicatie, ik sprak in mijn jeugd voornamelijk dialect, Benno algemeen beschaafd Nederlands plus Engels, hij studeerde in wetenschappelijke boeken aan de universiteit, ik in houtskool en verf aan de kunstacademie, ik ben zelf geen vader, hij vadert, in vergelijking met de Engelse parkachtigheid van zijn sociale leefwereld is mijn biotoop een Hollands hofje, enzovoort, enzovoort.
Waarschijnlijk zijn het juist deze verschillen tussen ons die het mogelijk maken dat de kruisbestuiving even extensief als vruchtbaar is. Ikzelf althans ervaar het als weldadig en bemoedigend te mogen rekenen op serieus te nemen commentaar van iemand met zoiets als – hoe druk ik het zo ongelukkig mogelijk uit: een andere nestgeur? Tegelijkertijd lijkt het me dat die verschillen juist geen nut voor zo'n wisselwerking zouden kunnen hebben indien er niet ook basale herkenningspunten en overeenkomsten aanwezig zouden zijn. En dan doel ik niet op het feit dat zowel Benno's vader als de mijne in 1920 met de naam Willem is geboren. Ik denk aan een corresponderende artistieke sensitiviteit; het komt bijvoorbeeld hoogst zelden voor dat we flink van mening (blijven) verschillen over werk van derden. Maar ik denk vooral aan factoren van psychische aard. Zo is iets wat me extra voor Benno inneemt de wetenschap en ervaring dat hij – hier zou de schrijver Benno Barnard zich wellicht rechtstreeks tot u wenden, beste lezer – in contrast met de indruk die hij in en met zijn werk op menigeen maakt, volledig van slag, welhaast moedeloos kan raken vanwege … – maar waarom zou ik uit de school klappen over wat u juist helemaal niets aangaat omdat het iets persoonlijks tussen hem en mij is en dat voor onze band beslist ook moet blijven?
Huub Beurskens (°1950) is dichter, schrijver, vertaler en kunstschilder. Hij woont in Amsterdam. Tot zijn recente werken behoort de poëziebundel 'Aapnek tussen de ladyshaves' (2019) en de roman 'De straffeloze' (2020).
Kwintessens
Yves T'Sjoen (°1966) is hoogleraar moderne Nederlandse literatuur (Universiteit Gent) en voorzitter van het Arkcomité voor het Vrije Woord.
_Yves T'Sjoen -
Meer van Yves T'Sjoen

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws