• |
Kwintessens
Geschreven door Johan Braeckman
  • 962 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

19 september 2018 Een wereldtaal is wonderzoet …
Onlangs zag ik op het filmfestival van Oostende de film 'I Dream in Another Language', van de Mexicaanse regisseur Ernesto Contreras.
We volgen Fernando, een jonge taalkundige die in een afgelegen dorpje belandt om er het Zikril te bestuderen, een bijna uitgestorven indianentaal. Slechts drie mensen ter wereld, woonachtig in het dorp, beheersen ze nog. Kort na zijn aankomst in het dorp overlijdt een oude vrouw, helaas een van de drie personen die het Zikril nog machtig is. Hij kan nu enkel nog terecht bij Isauro en Evaristo, twee bejaarde mannen, om de woordenschat, grammatica en uitspraakregels van hun moedertaal vast te leggen, voor ze voorgoed verloren is. De twee mannen waren in hun jeugd boezemvrienden, maar om redenen die ik hier niet uit de doeken doe om het kijkplezier niet te vergallen, werden ze vijanden van elkaar. Fernando heeft hen beiden nodig voor zijn onderzoek. Een van hen kent geen Spaans maar enkel Zikril, waardoor de ander moet vertalen en ze elkaars kennis dienen aan te vullen. Er vloeien in de film enkele verhaallijnen door elkaar, waaronder de gebeurtenissen tijdens Isauro’s en Evaristo’s jeugdjaren, de relatie die Fernando met hen en met de kleindochter van Evaristo aanknoopt en de lokale culturele tradities omtrent de dood. Maar het Zikril, de taal van Isauro en Evaristo speelt een hoofdrol. We begrijpen als kijker dat met het verdwijnen van hun taal, ook de kennis zou verdwijnen die door de taal gedragen wordt. We hopen dat Fernando in zijn opzet slaagt om zoveel mogelijk zinnen en woorden te registreren die Isauro en Evaristo uitspreken, ook al gaat dat moeizaam. Fernando benadert de ouderlingen half wetenschappelijk, half westers, wat moeilijk ligt met mensen die deels in de jungle zijn opgegroeid en Indiaanse wortels hebben.
Het is een mooie, soms ontroerende film, die mij vooral liet nadenken over het belang van taal en over de nood aan een universele taal, willen we humanistische idealen ten volle realiseren. Wellicht twijfelt niemand aan de schoonheid en waarde van de grote taaldiversiteit die tot op heden bestaat. Een precieze telling maken van het aantal talen is niet eenvoudig, omdat er geen eensgezindheid bestaat over de afbakening van wat we als een op zichzelf staande taal moeten beschouwen. Denk bijvoorbeeld aan het dialect dat in de Westhoek wordt gesproken: moeten we dit als moeilijk te verstaan Nederlands beschouwen, of kan het als een zelfstandige taal gelden? Naargelang de criteria die de taalkundigen gebruiken, telt men vijf- tot misschien wel tienduizend talen wereldwijd. Ethnologue, een invloedrijke catalogus van talen, telt momenteel 7079 levende, gesproken talen. Maar dat cijfer ligt niet vast, en de tellingen variëren ook historisch. Zo gaf de Encyclopedia Britannica van honderd jaar geleden aan dat er ongeveer duizend talen waren, over de gehele wereld. Natuurlijk zijn er de voorbije eeuw geen duizenden talen bijgekomen, maar ze zijn ontdekt, gecatalogeerd en bestudeerd door de wetenschap. Wellicht zullen er nog bijkomen.
Ongetwijfeld is een groot aantal talen voor altijd verdwenen. Het is onmogelijk in te schatten hoeveel. We hebben er geen idee van hoeveel talen men pakweg drieduizend jaar geleden in Afrika sprak, bijvoorbeeld. In elk geval is de kans zeer groot dat de overgrote meerderheid daarvan verdwenen is, door te evolueren in een of meerdere andere talen, of door uit te sterven. Ook nu zijn meerdere honderden, misschien zelfs enkele duizenden talen bedreigd. Dat is deels te verklaren door het feit dat vele talen slechts door weinig mensen gekend zijn, zelf weer een gevolg van de grote verschillen in variatie tussen de taalfamilies. De Europese taalfamilie bijvoorbeeld, kent een flinke tweehonderd talen, maar in Papoea-Nieuw-Guinea, waar minder dan vier miljoen mensen leven, spreekt men naar schatting ruim achthonderd verschillende talen. Bijgevolg is een groot deel daarvan slechts gekend door zeer weinig mensen.
Naarmate om economische of andere redenen steeds minder mensen een lokale taal aanleren, is ze gedoemd om te verdwijnen. Net zoals het te betreuren valt wanneer een biologische soort verdwijnt, is het ook erg jammer dat een taal uitsterft. De kennis, de tradities, de humor, ja, de hele cultuur verdampt wanneer de taal er niet meer is om die cultuur van zuurstof te voorzien. Taal is de levensader van elke specifieke cultuur.  Zoveel talen, zoveel culturen. Net zoals een ecosysteem nood heeft aan een verscheidenheid van soorten om zichzelf in stand te houden, zo ook heeft de hele mensheid baat bij linguïstische verscheidenheid. Binnen één taalgemeenschap, binnen één cultuur, neigen de gedachten ernaar om dezelfde richting uit te wijzen. Taalkundige en linguïstische verscheidenheid zorgt voor een veelheid en frisheid aan ideeën, waardoor kruisbestuiving en vernieuwing sneller kan tot stand komen. Zoals elke landbouwkundige beseft, is monocultuur gevaarlijk. Dat principe geldt evenzeer op het niveau van talen, beschavingen en culturen.
De film deed me evenwel niet enkel nadenken over het belang van talen en over het grote verlies dat we lijden telkens een taal verdwijnt.  Evenzeer geraakte ik erdoor overtuigd van het belang van een eenheidstaal. Isauro spreekt enkel Zikril, waardoor hij afhankelijk is van het vertaalwerk van Evaristo om zichzelf verstaanbaar te maken. Het maakt Isauro tot een eenzame man, die grotendeels opgesloten zit in zijn eigen gedachtewereld. Het isolement van Isauro is een metafoor voor ons allemaal, zodra we in contact komen met mensen waarmee we geen gemeenschappelijke taal delen. Telkens ik een gesprek wil voeren met iemand waarmee ik in geen enkele taal kan communiceren, omdat onze wederzijdse talenkennis tekort schiet, ervaar ik dat als frustrerend en armoedig. Natuurlijk trekken we ons uit de slag als het gaat om elementaire, eenvoudige kwesties. Met wat lichaamstaal kan ik aangeven dorst of honger te hebben, of verdwaald te zijn. Maar veel verder dan dat geraak ik niet. Onze gedachten blijven gevangen zitten in ons eigen brein; echte, volwaardige communicatie is niet mogelijk. Wil de mensheid werkelijk een eenheid vormen, dan moeten we de droom van een eenheidstaal verwezenlijken. Dat sluit het behoud van de duizenden cultuurtalen niet uit natuurlijk. We moeten enkel wereldwijd tot overeenstemming komen om elk kind één extra taal aan te leren, dezelfde over de gehele wereld. Uiteraard is dat veel gemakkelijker gezegd dan gedaan. Welke taal dan wel, hoor ik u denken. Engels? Spaans? Chinees? Er valt voor elke wereldtaal wel iets te zeggen. Maar eigenlijk kan het evengoed een kleine taal zijn. Het is waar dat zeer veel mensen reeds Chinees of Engels kennen, dat zou een en ander makkelijker maken. Maar daar staat tegenover dat dominante talen hun cultuur verspreiden of opleggen, wat dan weer om evidente redenen problematisch is. Een kunstmatige taal dan maar, zoals het Esperanto? Daar valt zeer veel voor te zeggen, maar ook hier zijn nadelen aan verbonden. Er zijn naast het Esperanto overigens honderden zogenaamde kunsttalen, dus moeten we overeenstemming vinden over precies welke van die talen we dan wereldwijd willen verspreiden.
Het is verre van eenvoudig, en tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren en allerlei andere obstakels. Maar geen enkel ervan is fundamenteel onoverkomelijk. Het heeft iets onwezenlijks, maar het is niettemin reëel: de hele wereldbevolking is in principe in staat om na amper één generatie met elkaar te communiceren in een en dezelfde taal. Natuurlijk zou dat lang niet alle problemen oplossen, maar het zou ons onmiskenbaar veel dichter tot elkaar brengen.
Kwintessens
En lid van de humanistische denktank Kwintessens
_Johan Braeckman Hoogleraar wijsbegeerte UGent
Meer van Johan Braeckman

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws