Kwintessens
Geschreven door Kurt Beckers
  • 1185 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

29 oktober 2020 Mea culpa Samuel Paty
Na de moord op de Franse leerkracht Samuel Paty werd vandaag in Frankrijk opnieuw een naar alle waarschijnlijkheid terroristische aanslag gepleegd die aan drie mensen het leven kostte. N.a.v. de moord op Paty schreef leerkracht en lector niet-confessionele zedenleer Kurt Beckers een persoonlijke getuigenis over hoe moeilijk het is om vandaag in alle vrijheid en openheid in een diverse onderwijsomgeving les te geven over 'het vrije woord'.
De onthoofding van de Franse leerkracht geschiedenis en maatschappelijke vorming Samuel Paty raakt ons als verdedigers van het vrije woord bijzonder hard. Opnieuw werd de open samenleving aangevallen. Deze keer werd een leerkracht vermoord, omdat hij les gaf over de vrije meningsuiting. Leerkrachten niet-confessionele zedenleer (NCZ) herkennen zich in deze leerkracht. Ze worden dubbel geraakt. Als leerkrachten NCZ resoneren we met wat onze vermoorde collega zo belangrijk vond: een open dialoog kunnen organiseren in onze lespraktijk over het belang van de vrije meningsuiting. Zonder de vrije meningsuiting is er geen vrij onderzoek, ook geen wetenschappelijk onderzoek, geen vooruitgang in ideeën waardoor we onze samenleving vreedzaam kunnen inrichten. We zijn ook geraakt omdat we zeer goed weten dat een open samenleving enkel kan bestaan bij gratie van dialoog. De uitnodiging tot dialoog werd hier op gruwelijke wijze beantwoord.
Tegelijk beseffen we dat dit ons, leerkrachten van het vrije woord, ook kan overkomen. Eind 2012 gaf ik een les over de vrije meningsuiting en wat daarop volgde heeft mij in angst achtergelaten. Het veranderde de manier waarop ik vandaag les geef. Het spijtige van die aanval door een extremist is dat ik in bepaalde contexten aan zelfcensuur doe. Laat me uitleggen waarom dat zo gekomen is.
Mijn lessen over vrije meningsuiting behoren tot het standaardpakket van de leerkracht NCZ. Toen vond ik het nog geen probleem om met een beetje provocatie mijn lessen inhoud te geven. Intussen is dat wel een probleem en ben ik voorzichtig geworden.
Ik had het op een bepaald moment tijdens een les over enkele zaken die in de Hadiths te lezen zijn, dat is een verzameling van aan de profeet Mohammed toegeschreven uitspraken en handelingen.
In die klas waar ik toen les gaf, waren geen moslims aanwezig. Maar het verhaal kwam op de speelplaats terecht en de dag erop werd ik aangesproken door een aantal moslimmeisjes die klaarblijkelijk niet de dialoog als doel hadden: 'Jij hebt onze Profeet beledigd!' Ik antwoordde hen dat ik de profeet helemaal niet beledigd had en dat ik gewoon bepaalde passages uit de Hadiths in de klas had aangebracht. Even later stond de vader van die meisjes bij ons op school. Hij wou mij onmiddellijk zien en hij vertelde mijn directie dat onthoofding de straf is die in zijn middens als normaal werd aanvaard en dat hij graag met mij 'in een bos de zaak wou regelen'. Hij vertelde de directie dat vijf minuutjes met mij in dat bos voldoende zouden zijn om de zaak te beslechten. Een volstrekt normale reactie op de uitlating van deze man zou zijn dat dit gewoon een slechte grap was. Het vervolg van mijn verhaal maakt duidelijk dat er niet veel te lachen viel. Iets wat ik pas achteraf besefte.
Gelukkig was mijn toenmalige directie zo verstandig om deze man, die blijkbaar nogal woest was, niet onmiddellijk tot bij mij te brengen op school waar ik die dag aanwezig was. De directie vertelde mij dat er een datum was vastgelegd waarop ik met de man 'in dialoog' zou kunnen gaan. Ook kreeg ik te horen dat hij het woord 'onthoofding' had laten vallen en liefst 'de zaak' even wou oplossen in een bos. Ik werd bang.
Ik had in mijn les verwezen naar Salman Rushdie en de fatwa (1989) die hij over zich heen kreeg, van de Iraanse ayatollah Ruhollah Khomeini. Ik had ook verteld over de cartoons van de Deense krant Jylland-Posten waarbij de hoofdredacteur wou onderzoeken of cartoonisten aan zelfcensuur deden en dit naar aanleiding van het verhaal van Karen Bluitgen die een kinderverhaal had geschreven over Mohammed en geen enkele illustrator vond. De Nederlandse cineast Theo van Gogh was het jaar daarvoor op straat genadeloos afgemaakt omwille van zijn kortfilm Submission. Een dolk stak door een papiertje in zijn borst met een boodschap aan Ayaan Hirsi Ali. De raid op Charlie Hebdo (7 januari 2015) moest toen nog gebeuren. Vrijwel de hele redactie werd uitgemoord, omdat het tijdschrift de Deense cartoons gepubliceerd had.
Leerkracht Samuel Paty werd onthoofd omdat hij een les gaf over het belang van vrije meningsuiting. Hij had ter illustratie twee cartoons over Mohammed in de klas getoond. Als reactie daarop schoten de verdedigers van het vrije woord in onze contreien in actie. Maarten Boudry tweette 'Show the fanatics that their intimidation backfires: If you want to enforce your idiotic blasphemy laws, you'll have to kill us all'. Freddy Mortier schreef een artikel in de Morgen: 'Waarom een heel klein beetje zelfcensuur nooit beter kan zijn'.
Ik begrijp hun reactie en ga ook volledig akkoord met die oproep. Wel, aan de Antwerpse Hogeschool AP heb ik de cartoons laten zien waarmee onze collega Paty zijn les startte. Ik heb ze laten zien. Maar dat was gemakkelijk. Geen moslims te bespeuren. Met gemengde gevoelens wil ik Freddy Mortier en Maarten Boudry tegenwerpen dat een beetje zelfcensuur soms noodzakelijk is. Het is heel mooi en nobel om te zeggen dat zelfcensuur nooit beter kan zijn en dat ze ons dan allemaal zullen moeten vermoorden omdat wij de moedige verdedigers en helden zijn van het vrije woord.
Tot je een les hebt gegeven over de vrije meningsuiting, dit uitgebreid hebt gekaderd, met tekst en uitleg en dan nog in een klas waar geen enkele moslim te bespeuren was, en dat dan plots een woeste Tsjetsjeen van over de 55 jaar oud je komt bedreigen in je school. Een Tsjetsjeen die een oorlog meemaakte en kon vluchten naar ons land.
En daar sta je dan plots, met hem, de directeur en de pedagogisch directeur in een kleine kamer. Ik deed mijn uitleg met papieren in mijn hand van de Hadiths die hij, zonder mij te laten uitspreken, onmiddellijk uit mijn handen snokte, verfrommelde en tegen mijn hoofd gooide. Hij begon een hele litanie tegen de westerse samenleving, in zeer gebrekkig Nederlands, over het verderf van onze samenleving, over homoseksualiteit enzovoort, en vertelde opnieuw dat ik onthoofding als straf verdiende. Van dialoog was geen sprake.
Heel veel woorden van een man buiten zinnen. Maar daar bleef het niet bij. Op een gegeven moment stond hij op. Hij wilde mij een paar klappen geven die ik gelukkig kon ontwijken. Toen de man woest op mij af kwam gestormd, hebben de directeur en pedagogisch directeur hem gelukkig kunnen vastgrijpen en in bedwang kunnen houden, zij het met veel moeite. Hij riep: 'heb jij kinderen? Ik weet je wel te vinden! Ik ga al mijn Tsjetsjeense vrienden uit Charleroi en Luik optrommelen om jou te komen zoeken!
Mijn kinderen?!

Mag ik dit nogmaals herhalen:

Mijn kinderen?!
's Avonds heb ik geprobeerd om mijn adres van het internet te krijgen. Dat moet je eens proberen te doen, dat lukt nauwelijks. Uiteraard heb ik aangifte gedaan. Twee weken lang heb ik met een baseballknuppel onder mijn bed geslapen. Ik was zeer angstig en mijn gezin ook. Wij willen dit niet opnieuw meemaken. Ik doe aan zelfcensuur. En dat doet pijn, meneer Paty.
Vanaf het moment dat er kinderen in mijn les zitten met een islamitische achtergrond doe ik aan zelfcensuur. Niet omwille van die achtergrond op zich, want ik weet dat de meerderheid van de moslims evenzeer een samenleving willen waarin diverse levensbeschouwelijke overtuigingen in een klimaat van dialoog en vrede willen samenleven.
Wel omdat er helaas extremisten bestaan die er niet voor terugdeinzen om iemands leven te ontnemen en een enkele dialoog willen aangaan. En dat ik heb mogen ervaren dat die niet zo ver weg zijn zoals we vaak denken. Ook Jurgen Slembrouck kan hier over getuigen toen de door hem georganiseerde lezing van Benno Barnard op de Universiteit Antwerpen werd verstoord door Sharia4Belgium.
En die kleine groep van extremisten mogen we niet toelaten dat ze de fundamenten van onze open samenleving aantasten. Maar ik zet er mijn leven niet voor op het spel.
En voor alle duidelijkheid. Ik heb goede contacten met mensen die zichzelf moslim noemen. Ik heb een groot deel van mijn vakantie doorgebracht met een moslim. Perfect mogelijk en zonder gevaar om daar heikele levensbeschouwelijke gesprekken mee aan te gaan. De meeste mensen deugen, weet je wel.
Ook de meeste moslims deugen. Vergeten we niet dat er ook in het kamp van de white supremacy even gevaarlijke gekken bestaan die het geweld niet schuwen. Volgens het rapport dat recent werd gepubliceerd door het Center for Strategic and International Studies waren blanke racistische groeperingen verantwoordelijk voor 41 van de 61 'terroristische complotten en aanslagen' in de eerste acht maanden van dit jaar, oftewel 67 procent. Als we iets willen doen aan de polarisatie in de samenleving, zullen we dit toch ook aan de kinderen moeten uitleggen. En op de scholen sterk inzetten op de interlevensbeschouwelijke dialoog.
Ik heb de cartoons opnieuw getoond en er uitleg bij gegeven. Maar niet in mijn klas waar moslims zitten. Daar niet. Zelfcensuur. Helaas wel.
Ik zal het vrije denken en vrije woord met passie blijven verdedigen, maar ik kijk wel uit waar en in welke context ik dat doe. Ik ben dus geen held. Salman Rushdie wel, Theo Van Gogh ook, Ayaan Hirsi Ali, Kurt Westergaard, Hans Teeuwen, de redactie van Charlie Hebdo, onze collega Samuel Paty en zovele anderen.
Dat zijn helden. Maar velen daarvan zijn gestorven, vermoord, voor het vrije woord.
Mea culpa Samuel Paty.
En hier zou mijn tekst moeten eindigen. Maar hij eindigt niet hier. Sinds 2012 is er veel veranderd. Een niet onaanzienlijke groep moslims die oprecht geloven en gelovig zijn, heeft dezelfde schokkende ervaringen gehad als wij. Ik zie of meen te zien dat mensen binnen die moslimgemeenschap woorden beginnen te vinden om aan te geven dat dit extremisme ook ver van hen staat.
Niet dat ze hiertoe verplicht zijn, en al helemaal niet dat ze voor die gekken verantwoording moeten afleggen. Want die gekken representeren de moslimgemeenschap niet. Representeren ook de islam niet. Of beter, moeten de islam niet representeren.
Na de aanslagen van 9/11 is een aantal intellectuelen opgestaan die later bekend zijn geworden als de Nieuwe Atheïsten. Het quatroviraat bestaande uit Richard Dawkins, Sam Harris, Daniel Dennett en wijlen Christopher Hitchens wilde geen compromissen meer sluiten; met geen enkel geloof en geen enkele gelovige. The four horsemen zoals ze plechtig werden genoemd, waren onze nieuwe helden van het vrije woord en het vrije onderzoek. Maar ik denk hierbij ook aan de man waarvan ik (en velen met mij) zoveel heb geleerd, met name Etienne Vermeersch, en in zijn kielzog Maarten Boudry, maar ook bijvoorbeeld Dirk Verhofstadt en Paul Cliteur. Wat ze allen gemeen hebben, is dat ze het gedrag en de identiteit van gelovige mensen terugbrengen tot wat de heilige teksten voorschrijven. Ik ben lange tijd hierin meegegaan. Maar misschien worden deze ideeën ook oud en zijn ze aan verandering toe. Er is geen één op één relatie tussen tekst en geloof of tekst en levensbeschouwelijke identiteit. Geloofsgemeenschappen bestaan niet in een vacuüm van tekst en geloof. Geloofsgemeenschappen bestaan ook binnen onze levende veranderende samenleving.
Ze ontwikkelen hun eigen levensbeschouwelijke betekenissen tot die teksten in relatie met de huidige open samenleving. Als ik zie hoe bijvoorbeeld Khalid Benhaddou bruggen bouwt tussen levensbeschouwingen en hoe de Franse islamitische comédienne Samia Orosemane de extremisten oproept om asjeblieft van religie te veranderen dan denk ik, hoop ik, dat er een kentering wordt ingezet. Een kentering van gelovige mensen die de waanzin van die extremisten evenzeer verwerpen als wij. Mensen die vanuit hun geloof willen deelnemen aan een open samenleving waarin het vrije woord heilig wordt. Misschien ben ik mis en als ik mis zou zijn, sta me dan toe om opnieuw een mea culpa te slaan.
En dan ben ik nog Mila uit Frankrijk vergeten: het meisje van 16 die dit jaar het volgende zei: 'In de Koran staat alleen maar haat. De islam is kak. Ik heb het recht om uw godsdienst te beledigen, dat is helemaal niet racistisch. Ik steek mijn vinger in het gaatje van uw God.' En daar onmiddellijk doodsbedreigingen voor moest ontvangen.
Tegen haar zou ik willen zeggen: In de Koran staat niet enkel haat, maar dat maakt niet uit. Jij mag dat zeggen en hoewel we er inhoudelijk misschien anders over denken, we zullen het recht dat jij hebt om dat te zeggen, blijven verdedigen.
Maar wees voorzichtig.

Het vrije woord zal nooit vallen.

Kom, breng de lente.
Kwintessens
Studeerde filosofie aan de Universiteit van Gent, is leerkracht niet-confessionele zedenleer en tevens lector aan de Hogeschool AP Antwerpen. Hij zetelt in een adviescommissie voor interlevensbeschouwelijke competenties en is lid van de leerplancommissie interlevensbeschouwelijke dialoog. In zijn vrije tijd is hij vooral actief in diverse vrijzinnig-humanistische projecten en organisaties.
_Kurt Beckers -
Meer van Kurt Beckers

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws