• |
Het Vrije Woord
Geschreven door Yves T'Sjoen
  • 334 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

7 oktober 2020 Prijsuitreiking Arkprijs van het Vrije Woord
Op 3 oktober 2020 werd in het huis van Herman Teirlinck de 70e Arkprijs van het Vrije Woord uitgereikt aan Jozef Deleu.
De Arkprijs wordt sedert 1950 jaarlijks uitgereikt door de stichting Arkcomité van het Vrije Woord, afgekort Arkcomité. Die heeft als doelstelling de bevordering van de Nederlandse cultuur en de verdediging van vrije meningsuiting. De stichting zet de taak voort van de vzw Arkcomité van het Vrije Woord die zij had overgenomen van de redactie van het Nieuw Vlaams Tijdschrift.

De laureaat werd door het comité bekend gemaakt op 20 maart 2020. De persmededeling luidde als volgt:
_Arkprijs van het Vrije Woord 2020 voor Jozef Deleu
'De 70e Arkprijs van het Vrije Woord is unaniem toegekend aan cultuurijveraar en -politicus, bloemlezer en dichter Jozef Deleu. De stichter van Ons Erfdeel, Septentrion, de Europese reeks over het Nederlands, De Franse Nederlanden, The Low Countries en het poëzietijdschrift Het Liegend Konijn is bij uitstek de verpersoonlijking van de zelfbewuste, kritische, verdraagzame en eigenzinnige Vlaming.

Wars van alle politieke beïnvloeding en autoritair populisme bevordert, verdedigt en verspreidt Deleu al ruim zestig jaar taal en cultuur van de Lage Landen. Zijn kritiek op het politiek gekonkel is genadeloos. Van De pleinvrees der kanunniken (1987) tot Hoe Vlaming te zijn? (2017, met opstellen van August Vermeylen en Jozef Deleu) haalt hij elke zelfoverschatting, hogeborstzetterij en lamlendigheid van het politiek bedrijf genadeloos over de hekel. Zijn recente aanklacht tegen het cultuurbeleid van de Vlaamse regering – waarom deskundigen een canon laten opmaken "als iedereen weet dat Van Eyck, Brueghel en Rubens onze grote meesters zijn?" – maakt komaf met de pogingen tot politieke sturing van een van nature uit ongebonden, pluralistische sector. "Wie schrijft, moet ook zijn handen vuil durven te maken."

Zijn verdiensten op het gebied van taal en cultuur zijn ongeëvenaard. Als zoon van een genaturaliseerde Fransman is hij de grondlegger van intense grensoverschrijdende samenwerking met Nederland. Zelf publiceerde hij novellen (De ontmoeting, 1962; De purperen jasmijn, 1968), dichtbundels (Schaduwlopen, 1963; Tekenen van tijd, 1985; Hazen troepen samen, 2000; de verzamelbundel Ondoorgrond, 2019), bloemlezingen (Groot Gezinsverzenboek, 1976; Nieuw Groot Verzenboek, 2019), romans (Brieven naar de overkant, 1972; Gezangen uit het achterland, 1981), lyrisch proza (Voorbij de grens, 1990), essays en redevoeringen. Een keuze uit zijn werk verscheen in 2007: Het gaat voorbij. Poëzie, lyrisch proza, redevoeringen.

Deleu heeft altijd de ontvoogdende en sociale ideeën van August Vermeylen in de praktijk gebracht, de man die mede aan de basis lag van het Nieuw Vlaams Tijdschrift, samen met Herman Teirlinck, die de Arkprijs in het leven riep.

Omdat 2020 een jubileumjaar is voor de Arkprijs, zal de onderscheiding worden uitgereikt in het huis van Herman Teirlinck in Beersel. Het Arkcomité zal op een later tijdstip de juiste datum van de prijsuitreiking bekendmaken, afhankelijk van hoe de virusepidemie verloopt en hoelang de beperkingen van kracht blijven.'
Ter gelegenheid van de feestelijke prijsuitreiking op 3 oktober werd door Yves T'Sjoen, hoogleraar moderne Nederlandse literatuur Universiteit Gent en voorzitter van het Arkcomité, de volgende rede uitgesproken.
_Rede van Yves T'Sjoen n.a.v. de prijsuitreiking Arkprijs van het Vrije Woord
Geachte genodigden, beste Ark-vrienden,

Waarde Jozef

De laureaat van de Arkprijs van het Vrije Woord 2020, die zichzelf neerzet als 'citoyen de la frontière', heeft al vele jaren zijn sporen verdiend. De zelftypering als grensbewoner verwijst naar de titel van een autobiografische lyrische prozatekst, die als sleuteltekst kan worden beschouwd van het literaire en beschouwende oeuvre. Jozef Deleu was de medestichter van en beheerde sinds de jaren vijftig belangrijke culturele instituties in Vlaanderen. Oprichter van het tijdschrift Ons Erfdeel (1957, thans de lage landen), later ook van Septentrion (1972) en periodieken zoals De Franse Nederlanden/Les Pays-Bas Français en The Low Countries. Daarnaast de geestelijke vader van de gelijknamige Vlaams-Nederlandse Stichting Ons Erfdeel. Bekend zijn de cultuurpolitieke en taalactivistische standpunten van Jozef Deleu, aanvankelijk gericht op Nederlands-Vlaamse integratie, al geruime tijd met nadruk op de dynamische ontwikkeling van het culturele en intellectuele leven in Vlaanderen. In de strijd voor het Nederlands, onder andere op universitair niveau, grijp ik als neerlandist maar wat graag terug naar essays en toespraken van de gevierde. Van Deleu is bekend dat hij een flamboyant, welbespraakt en betrokken cultuurpoliticus is die zich openlijk distantieert van bekrompen, mediocre denkwijzen en een streng afgelijnd, soms enggeestig Vlaams-nationalistisch cultuurflamingantisme. 'Flandrocraten en yuppies' én het 'vlaamskiljonisme' krijgen zijn banbliksems. Bekende titels uit Deleus essayistisch oeuvre zijn De pleinvrees der kanunniken (1985) en Een beetje Columbus zijn (1989). In de aanloop naar deze coronaproof viering van Jozef Deleu heb ik ze weer gelezen, de veelal als fraai verzorgde brochure aangeboden essays die mij in de jaren negentig en later door de schrijver genereus zijn toegestuurd. Altijd voorzien van een vriendschappelijke, met de hand geschreven opdracht, naar aanleiding van een viering of een plechtige toespraak. Deleu ijvert al lang voor 'waarden als het vrije woord of de waardigheid van ieder mens om zichzelf te blijven' (zoals door Filip Rogiers opgetekend in Monologen met Jozef Deleu). In 2017 verscheen een keuze van vier opstellen in Hoe Vlaming te zijn? Zes teksten van August Vermeylen/Jozef Deleu. Veel hebben de meeste essays en redevoeringen (helaas, voeg ik er hier aan toe) niet ingeboet aan actualiteitswaarde, hoewel de maatschappelijke en politieke context van Vlaanderen in veertig jaar aanzienlijk is gewijzigd. De auteur liet in 1993 noteren in de monologenbundel: 'Mijn ideeën ten aanzien van de culturele emancipatie van Vlaanderen zijn in de loop van de jaren wel geëvolueerd, maar niet fundamenteel gewijzigd'. Een kwarteeuw later zegt hij wellicht nog net hetzelfde. De oproep voor een "kritisch reveil" en het doemdenken over aberraties van massacultuur en infotainment blijven overeind. In de lijn van zijn grote voorganger en cultuurpolitieke inspirator August Vermeylen, schrijver van beroemde opstellen zoals 'Kritiek der Vlaamse Beweging' en 'Vlaamse en Europese Beweging' in Van Nu en Straks, bepleit Deleu vandaag nog steeds een open geest en een pluralistisch intellectueel debat. Deleu blijft, zoals in 1985, op zijn geheel eigen wijze – niet moraliserend maar ferm, gepassioneerd en overtuigd – waarschuwen voor 'zelfgenoegzaamheid en bekrompenheid', ziekten van alle tijden.
Het spreekt vanzelf dat een dergelijk uitgesproken visie, het geloof in het vrije woord en een vastberaden rol in het sociaal-culturele debat, de aanleiding is voor de toekenning van de Arkprijs. Deleu is niet alleen cultuurflamingant, taalactivist en tijdschriftredacteur. Hij is daarenboven prozaïst en dichter van overwegend intimistische poëzie. De vorig jaar verschenen verzamelbundel Ondoorgrond. Gedichten 1963-2019 biedt een overzicht van Deleu als literaire persoonlijkheid.
Al veel eerder dan dit met zorg verzameld dichtwerk verscheen een selectie uit Deleus geschriften bestaande uit lyrisch proza, gedichten en cultuurpolitieke opstellen. Voor de uitgave Het gaat voorbij. Poëzie, lyrisch proza, redevoeringen (2007) heeft Dirk de Geest een selectie uit teksten van verschillende genres gemaakt. Vermeldenswaard zijn voorts, waaruit hier eerder geciteerd, Monologen met Jozef Deleu (samengesteld door Filip Rogiers) en de monografie die mijn geestelijke mentor Anne Marie Musschoot in de VWS-cahiers aan het literaire werk en de cultuurpolitieke visie van Jozef Deleu heeft gewijd. In die verzamelde beschouwingen wordt onze laureaat meermaals getypeerd als 'vrijmoedige, provocerende en bevlogen cultuurpoliticus', die als alter ego optreedt voor een naar stilte en inkeer zoekende schrijver. De poëziebundel Onbeschut (2009), met korte en eenvoudige, maar vooral weerbare en levenslustige miniatuurgedichten over leven en vergankelijkheid, stilte en vergetelheid, kan als exemplarisch gelden voor Deleus introspectieve dichterlijke stem. Een ingetogen en existentieel noodzakelijke literaire tegenstem voor de niet om een publieke uitspraak verlegen stem. In het voorwoord van Carl de Strycker in de verzamelbundel Ondoorgrond staat dat wanneer Deleu spreekt wordt geluisterd. Tot vandaag laat Deleu zich opmerken in de media, dit jaar nog naar aanleiding van de sluiting van het Guido Gezellemuseum in Brugge.
Dichter, prozaïst, cultuurpoliticus, tijdschriftredacteur, bloemlezer, opiniemaker. Nadat hij als afgevaardigd bestuurder en hoofdredacteur van Ons Erfdeel een stap opzij zette, en door Luc Devoldere is vervangen (op zijn beurt weer opgevolgd door Hendrik Tratsaert), is Jozef Deleu in 2003 begonnen met heel bijzonder initiatief dat een verrijking is voor het hedendaagse Nederlandstalige literatuurlandschap. Twee keer per jaar presenteert hij als enige redacteur van het poëzietijdschrift Het Liegend Konijn een (al dan niet thematische) waaier aan nieuw werk van zowel gevestigde als debuterende dichters in Nederland en Vlaanderen. Het Konijn is thans toe aan de achttiende jaargang, in totaal duizenden pagina's met Nederlandstalige poëzie 'uit het nest geroofd' (de uitdrukking is van Karel Jonckheere). Vorig academisch jaar heeft een student van de Universiteit Gent, met de genereuze hulp van Jozef Deleu zelf en op basis van het archiefmateriaal, een knappe masterscriptie voorgelegd. Tegelijk riep de onvermoeibare Jozef, cultureel ondernemer pur sang, een debuutprijs in het leven, naar het periodiek genoemd en vijf jaren achtereenvolgens uitgereikt. Vandaag bestaat de literaire prijs helaas niet meer. Het minste dat je kunt zeggen, is dat onze laureaat de Nederlandstalige poëzieproductie op de voet volgt en zich laat leiden door verwondering, nieuwsgierigheid, lyrische gulzigheid. In Het Liegend Konijn, intussen door verschillende uitgeverijen onderdak gegeven, presenteert hij persoonlijke esthetische voorkeuren in de hedendaagse lyriek. De blik is ruim, de aandacht genereus, de smaak geschakeerd. Daarenboven kreeg hij na zijn aftreden als hoofdredacteur in Ons Erfdeel, sinds kort dus de lage landen, meermaals de gelegenheid een kleine poëziebloemlezing uit recente bundels te presenteren. De selectie wordt gepresenteerd in een rubriek met de binnen-rijmende titel 'De keuze van Jozef Deleu'.
De literair-culturele gezaghebbende positie, of beter gezegd het cultuur-morele gezag, kan moeilijk worden geringschat. De eerste prijs voor Vlaams-Nederlandse Culturele Samenwerking die hij samen met Jeroen Brouwers in juni 2009 uit handen van de toenmalige Vlaamse minister van cultuur Bert Anciaux mocht ontvangen, zegt iets over de renommee van de Arkprijswinnaar. Bij wijze van slotakkoord refereer ik graag aan Jeroen Brouwers' retorisch geprononceerde appreciatie voor de idealistische cultuur- en taalactivist. Straks lezen we allen weer het eerbetoon dat als boekje verscheen met de titel De rode telefoon (1997). Brouwers roemt Deleu, het orakel van het grensdorp Rekkem, de strijder die niét met de voeten vooruit maar met beredeneerde initiatieven en uitspraken, als gezaghebbende stem deelneemt aan het publieke debat.
Namens de leden van het Ark-comité maak ik Jozef mijn hartelijke gelukwensen over. De naam van deze laureaat staat voor altijd in de Ark gegrift, zoals het ritueel het voorschrijft, naast negenenzestig anderen. Wij zijn als comité bijzonder trots dat we grens- en roerganger Jozef Deleu voortaan tot de uitgelezen galerij van Ark-laureaten mogen rekenen. Dat we deze erkentelijkheid mogen uitspreken in het huis van Herman Teirlinck, stichter van het Nieuw Vlaams Tijdschrift en van de Arkprijs van het Vrije Woord, maakt deze zeventigste prijsuitreiking tot een memorabele gebeurtenis.
Ik dank u zeer.

Yves T'Sjoen,

voorzitter van het Arkcomité,

namens het bestuur en de algemene ledenvergadering
Lees hier de lofrede voor Jozef Deleu, van Lukas De Vos.
Het Vrije Woord
-
_Yves T'Sjoen Hoogleraar moderne Nederlandse literatuur Universiteit Gent en voorzitter van het Arkcomité
Meer van Yves T'Sjoen

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws