• |
Kwintessens
Geschreven door Gustaaf Cornelis
  • 722 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

12 juni 2020 'Ik' mag niets over wetenschap schrijven
In het humanisme verdedigen we het eigenaarschap van het individu; nogal wiedes. Elke mens heeft het recht maar ook de plicht verantwoordelijkheid op te nemen en er de gevolgen van te dragen. De mythe van Prometheus is ons genoegzaam bekend. Humanisten staan vanzelfsprekend voor de vrije meningsuiting en, dientengevolge, voor het verbinden van die mening aan het ik.
Hoe zit dat nu met al die thesissen die studenten de afgelopen weken afwerkten? Op het voorblad schittert de naam waarmee de auteur al wat daarop volgt claimt als eigen werk. De gewoonte dat ook met wetenschappelijk werk te doen dateert uit de 17de eeuw. Het was Galileo Galileï die op de titelpagina van zijn Sidereus Nuncius (1610) in niet mis te verstane bewoordingen en in koeien van letters liet blijken dat hij de verzamelaar was van de data én dat hij daaruit bepaalde conclusies had getrokken. Hij, en niemand anders. We zouden het vandaag een abstract noemen en een dergelijke korte beschrijving van opzet, methoden en conclusies zal ook ergens vooraan in een bachelorpaper of masterproef te vinden zijn. In het daaropvolgende voor- of dankwoord zal de doodeerlijke student iedereen nominatim bedanken die met woord of daad iets substantieels betekende bij de totstandkoming van het werkstuk. In eigen naam gebeurt dat, met de datum erbij.
En dan verdwijnt het woordje 'ik' volkomen uit het thesisvocabularium.
In het zogenaamde corpus – inleiding, midden, conclusie – zal een lezer uitdrukkingen in de eerste persoon niet tegenkomen. 'In academische teksten hoort dat niet', hebben de studenten van de begeleiders vernomen, en die hebben het van hun begeleiders. Het gros van de schrijfgidsen brengt geen andere boodschap. Waarom eigenlijk?
Ah, wetenschap is objectief! Wetenschappelijke kennis staat boven de mens! Wetenschappelijk onderzoek is een kwestie van ontdekken, niet van uitvinden! Het boek van de natuur is al geschreven (toch volgens Galileï) en wetenschappers lezen het. Je zet dus geen 'ik' bij een bevinding. Daarom zetten promotoren hun studenten aan om te schrijven 'dat hun scriptie onderzoekt', 'dat een afname werd vastgesteld', 'dat een hoofdstuk ingaat op een problematiek', 'dat er statistisch significantie is'. De mens is dan wel de maat van alle dingen, het individu mag blijkbaar niet het onderwerp zijn van een academische zin. Als je academische teksten leest, lijkt het alsof er helemaal geen zelfbewuste individuen aan te pas kwamen. 'Men heeft ontdekt dat …', 'uit onderzoek blijkt dat …'; allemaal zinsconstructies om te loochenen dat er mensen uit vlees en bloed bij betrokken waren, om vooral niet te moeten toegeven dat er vooringenomenheden zouden kunnen hebben meegespeeld. Het mag niet gezegd zijn dat een individu met naam en toenaam tot een vaststelling is gekomen. Waarom niet? Het is gewoon traditie! Men zou eens moeten onderzoeken wanneer het 'ik' uit het academische geschreven discours is verdwenen. Ergens halverwege de 20ste eeuw, vermoed ik. Oeps.
Ja, wetenschappelijke kennis komt vaak tot stand in samenwerking met anderen. Als het goed loopt, werden de teksten bekeken door collega's en van commentaar voorzien die een basis vormt voor herwerking door de auteurs. Je zou kunnen argumenteren dat deze zogenaamde peerreview de individuele aspecten aan een onderzoek opheft en legitimeert om de eerste persoon in de rapportering te schrappen. Het feit dat een tekst zo'n proces heeft doorlopen, volstaat echter niet om de persoonlijke impact van een auteur weg te moffelen in onpersoonlijke uitdrukkingen. Denk evenmin dat de zogenaamde peerreview een tekst van alle subjectiviteit bevrijdt; integendeel, de subjectiviteit van de peerreviewers komt erbij – en de peerreviewers verdwijnen dan ook nog eens compleet in de anonimiteit; nog erger dus. Overigens, objectiviteit kun je slechts bekomen door een standpunt in te nemen dat zich nergens bevindt, suggereerde Thomas Nagel, en dat is onmogelijk. We zijn God niet.
Wetenschappers draaien zichzelf een rad voor de ogen. Toch houden ze (de meerderheid) die illusie in stand door uitdrukkingen in de eerste persoon te mijden uit het academische werk. De geschiedenis van de wetenschappen leert ons echter dat idiosyncrasieën fundamenteel zijn in de ontwikkeling van de kennis; ontkennen dat bijzondere karaktertrekken daarbij een invloed hadden, is een aanfluiting van het individuele menselijke vernuft. Newton was zelfingenomen en hij schreef de Principia Mathematica Philosophiae Naturalis in de eerste persoon. Volkomen terecht; het is niet alleen zijn Principia Mathematica Philosophiae Naturalis, maar hij is het ook die de definities en wetten heeft bedacht (ja, het is een axiomatisch systeem). Einstein, net zo zelfingenomen, schreef dan weer in de eerste persoon meervoud; en hij had een hekel aan peerreview.
Een afstudeerwerk is niet doorheen een reviewproces gegaan; dát argument gaat dus niet op. Een eindverhandeling is tot stand gekomen tijdens een studie, uiteraard gesuperviseerd en soms is het ook van uitmuntende kwaliteit, maar het staat – vanzelfsprekend eigenlijk – nog mijlenver van een wetenschappelijk werk. Het is en blijft een oefening, waarmee een student blijk geeft van zijn of haar kennis, vaardigheden en, we vergeten het wel eens, een academische attitude, die samen enige garantie bieden dat het latere werk van de afgestudeerde wél volkomen wetenschappelijk 'in orde' zal zijn. Waarom zou de auteur dan de indruk mogen hebben, laat staan mogen geven, dat zijn of haar werk wél dat aureooltje van wetenschappelijke objectiviteit – die dus ook een illusie is – verdient door 'ik' in elke uitspraak te bannen? Trouwens, élke lezer krijgt nadien de totaal verkeerde indruk van wetenschappelijke objectiviteit bij het doornemen van een thesis 'volgens de tradities geschreven'. Er zijn echt wel andere academische tradities die we beter in ere zouden houden.
Ik pleit ervoor een einde te stellen aan deze schijnvertoning. Laat studenten schrijven in de 'ik-vorm'. Het zal velen plezieren: een week voor indiening elk 'ikje' moeten schrappen onder druk van je promotor is een onnodige marteling. Bovendien verleen je de studenten waardigheid door hen 'ik' te laten gebruiken. Zij hebben dat onderzoek uitgevoerd, zij hebben erover gerapporteerd, dus waarom zouden ze dat dan niet letterlijk mogen uitdrukken?
Laten we gewoon helemaal de traditie verlaten in wetenschappelijke teksten gekunstelde zinnen te bedenken om die eerste persoon te vermijden. Het mag, nee, het moet voortaan duidelijk zijn voor elke lezer dat wetenschap berust op de samenwerking tussen individuen. Humanisme betreft evident het respect voor de individuele ervaring, dus ook de persoonlijke ervaring van de wetenschappelijke vaststelling. Dat hoeven we niet langer onder stoelen en banken te steken. Zeg dat ik het gezegd heb.

(geïnspireerd door Lisa Decoo)
Kwintessens
Gustaaf Cornelis is hoogleraar wijsbegeerte en moraalwetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel, doceert tevens aan de Universiteit Antwerpen en verdiept zich in wetenschapsethiek.
_Gustaaf Cornelis -
Meer van Gustaaf Cornelis

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws