• |
Het Vrije Woord
Geschreven door Joris Denoo
  • 328 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

26 februari 2020 De Schriftgeleerde
Er was eens een schrijver. Dat klinkt heel ongewoon. Gewoonlijk zijn het de schrijvers zelf die schrijven: 'Er was eens ...'. We bestaan het echter van deze bepaalde schrijver het hoofdpersonage van ons essay te maken. Dat klinkt alweer heel ongewoon. Kan iemand als personage in een essay fungeren? Is dat niet voorbehouden aan de pure fictie? Om dat te weten te komen, moet u dit lezen. Kom en volg ons.
Ook hij werd ooit in het gloren van zijn bestaan boven een kelkvormige doopvont gehouden, schrikkend van het plensje water dat op zijn voorhoofdje spatte en de rood aangelopen tronies die zich over hem heen bogen. Het was inmiddels al zijn derde trauma, na zijn geboorteschreeuw (niemand had hem ooit gepolst naar de wenselijkheid van zijn teraardebestelling) en het pak slaag dat de arts hem gegeven had om te testen of alles wel goed zat bij deze nieuwe wereldburger. Zijn ongevraagde lidmaatschap van het leger van God was een feit, ondanks zijn gespartel. Veel later zou hij ontslag nemen. Maar laten we niet op de zaken vooruitlopen.
Hij werd schrijver. We weiden daar niet over uit. We volstaan met de mededeling: 'Al vroeg hoorde hij de letteren knetteren'. Op een bepaalde dag ontmoette hij een antiquair. Het was tijdens een pausbezoek aan hun land. 'Wist je', zei de antiquair, 'dat ze ter gelegenheid van het bezoek van de paus overal, nou: op zoveel mogelijk plaatsen, verkeerde lieveheren verwijderd hebben?' Dat werd voor de schrijver het begin van een queeste: niet alleen naar zulke verkeerde lieveheren, maar ook naar hun betekenis. Als schrijver die langzaam maar zeker zijn 'geloof' aan het verliezen was – wat echter zijns inziens het meest misbruikte woord uit de moderne wereld was – ging hij meer en meer een eigen inzicht verbinden aan het bestaan (verschijnsel?) van de verkeerde lieveheer.
Je hebt verkeerd getande postzegels. Er zijn albinodieren. Je hebt schrijffouten in belangrijke documenten. Er gebeurden versprekingen in historische toespraken. Curiosa dus, merkwaardigheidjes, ja: dingsigheidjes. Eventueel voer voor verzamelaars. Kort na zijn ontmoeting met de antiquair ontdekte de schrijver zo’n verkeerde lieveheer, op de tweede verdieping van een imposant huis, waar een bevriende huisarts woonde. Hij mocht het crucifix meenemen van de eigenaar, die eerst wel het fijne van de zaak wou weten:
'De verkeerde lieveheer betekent het begin van de rechtspraak en de bevrijdingstheologie. Dit is de ware leer van de Jezus. Hij buigt zijn hoofd naar links, om het alibi van de slechte moordenaar te kunnen aanhoren, tegen de officiële canon in. Hij bekommert zich om de donkere en de zogenaamd slechte kant van het bestaan op deze blauwe plek in het heelal. Officiële lieveheren daarentegen hebben hun hoofd op hun borst gezonken, misschien uit schaamte om wat er van de wereld is geworden, of ze rusten met hun hoofd op hun rechterschouder, aandacht schenkend aan de goede moordenaar: een allerlaatste bekering.'
Enkele weken later bracht de schrijver de verkeerde lieveheer opnieuw ter sprake, want hij raakte er bezeten van. Hoewel de gastvrouw en -heer stevig 'ongelovig' waren (alweer een voorbeeld van een variant van het meest misbruikte woord uit de moderne wereld, dit keer echt ontkennend-negatief), kwamen ze met een man-aan-het-kruis aandragen. Het was een stuk wortel van een wijnstok, dat toevallig die vorm had aangenomen. Bijbelser kon al niet. Een priester uit de familie had het ding voorheen al als cadeau afgewezen, omdat hij het te karikaturaal vond. Toen de schrijver het door de natuur pijnlijk verwrongen stuk hout bekeek, merkte hij dat het inderdaad een verkeerde lieveheer betrof. Een grillige jan-an-de-lat. Het 'heidense' koppel gaf de schrijver het ding in bruikleen, omdat die aangekondigd had dat er wel eens een roman ter zake zou kunnen volgen. Ze waren benieuwd, zeiden ze.
In zijn zoektocht naar zin keek de schrijver uit zijn doppen, overal waar hij kwam. Hij inspecteerde paternosters bij hoogbejaarden. Hij ging weer kerken binnen. Hij knielde in kapelletjes. Hij gluurde rond in wachtkamers en vergaderzalen. De meeste linkse christussen leken echter van de aardbodem verdwenen.
Het vermaarde filmarchief in Brussel had een afdeling bijbelfilms. De schrijver spoorde erheen en bekeek er zoveel mogelijk, dagen aan een stuk. Het was hem natuurlijk om het passieverhaal te doen. Wat had er zich op en rond Knekelheuvel afgespeeld? Vooral Franse en Italiaanse prenten zag hij, van de jaren dertig van de vorige eeuw tot de eerste decennia van het nieuwe millennium. Hij maakte zuidelijke pathos en pogingen tot bloederig realisme mee. De kruisen en de manieren waarop gekruisigd werd, verschilden soms sterk. Een enkele Jezus werd permanent van op de rug weergegeven; zijn bebloede gelaat bleef onzichtbaar. Maar geen enkele van deze fictieve christussen stierf als een verkeerde. De enige echte (compleet) verkeerde man die de schrijver op het witte doek meemaakte, was Simon, genaamd Petrus. In de dodencellen bij de arena merkte die op dat het een eer was te mogen sterven zoals zijn leermeester. 'Daar zullen we dan wat aan doen', zeiden de Romeinen. Ze kruisigden hem ondersteboven.
Hoe zat het met de lieveheer van de vrouwen? In zijn queeste vroeg de schrijver zich ook dat af. Een van zijn vriendinnen had eens geopperd dat alle vrouwen op vrouwen moesten stemmen bij de eerstvolgende verkiezingen. Dat zou de teelballentorsers (de 'niet-vrouwen' volgens de erfelijkheidsleer) zuur opbreken! Wat als de godheid borsten had gehad? Een oergrot waarin het leven ontvangen werd en waaruit het ook geboren werd? Hoe zat het dan met de machtsverhoudingen op aarde? Zelf bleef Hij, de mannelijke God, daarover al eeuwen hardnekkig zwijgen. Toen ze er in de Bijbel over gingen schrijven, hield Hij op met spreken en preken. Wie waren de erfgenamen van die schuwe zwarte vogels aan de voet van die staak op Knekelheuvel? De moeders, de zusters, de vrouwen, de vriendinnen, de hoeren? Smart. Wereldsmart. Golgotha een molshoop van neurosen? De schrijver dacht er steeds grondiger over na.
Uit een kladschrift van de schrijver, dat probatio pennae betreffende de verkeerde lieveheer bevatte:
Het woord 'geloof' is gekaapt door een mainstream van 'gelovigen', die het een ijdele inhoud hebben gegeven. Alsof zij de waarheid in pacht hebben. De term 'ongelovige' is verworden tot een puur negatieve aanduiding, doelend op afwijking van een standaardmodel. Alsof het alleenrecht op oordelen toebehoort aan zij het Koninkrijk der Hemelen zullen betreden. IJdel gebruik van hoofdletters!
Hoe zich daartegen te verweren?
De schrijver, inmiddels geheel ontdaan van zijn 'geloof' – al geloofde hij nog in veel zaken –, nam zijn toevlucht tot wat hij het beste kon: schrijven. Hij schreef een novelle over verkeerde lieveheren (1). Hij verdichtte het Golgothaverhaal (2). Hij berijmde het geboorteverhaal (3). Tot tweemaal toe plengde hij een roman waarin hij de Bijbel herschreef (4). Hij had het – zoals elke schrijver – over Leven, Liefde en Dood. Zijn collectie verkeerde lieveheren bleef wel beperkt. Hij had immers ook al materie en bezit naar de achtergrond verbannen. Bij dit alles deed zich iets nieuws voor: waar de schrijver vroeger ongemak vertoonde bij het bedrijven van woord en tekst in een context van religie, daar ondervond hij nu vervulling in de zinnen die hij ontwierp. Er heerste niet langer oudtestamentische zinsverduistering. Hij had vreugde gevonden in het verlaten van de middenweg. De verkeerde lieveheer had hem de andere weg gewezen.
Na zijn ontslag uit het officiële leger van God daalde er rust over hem neer. Hij besefte dat schrijven zijn religie was. Maar daar waren geen hoofdletters voor nodig. Schrijven was een kunst. Hemels en hels. Hoopvol en wanhopig. Hij werd een ware Schriftgeleerde. Hoe dieper hij zijn pen in de inkt doopte, hoe grondiger zijn ontdoping aanvoelde. Het verwoorden van zijn demonen had geholpen. Hij voelde zich weer vrij.
_Noten
  1. Vreemde hemelvaart, Joris Denoo, uitgeverij Aleph Press, Wevelgem, geïllustreerde novelle, 1994. Tevens verschenen (n.a.v. een bekroning in een prozawedstrijd van uitgeverij Meulenhoff Amsterdam) in het literair tijdschrift De Gids (NL), jrg. 158, 1995.
  2. Encefalogram, episch gedicht in Zwaartekracht, Joris Denoo, uitgeverij Kleinood & Grootzeer, Bergen-op-Zoom, 2017.
  3. De Rollen van de Dode Zee, episch gedicht in Linkerhart, Joris Denoo, uitgeverij Poëziecentrum Gent, 2000 (bekroond met de 5-jaarlijkse Guido Gezelle Prijs Brugge 1999).
  4. Angel, digitale roman, pseudoniem Bjarne Donderdag, op Bookbuster, Schrijverspunt (NL).
    Beeldenaar, digitale roman, Joris Denoo, op Bookbuster, Schrijverspunt (NL).
Het Vrije Woord
_Joris Denoo Schrijver
Meer van Joris Denoo

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws