• |
Het Vrije Woord
Geschreven door Gerlant van Berlaer
  • 286 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

9 december 2019 "Hoe is het nog met uw Iraanse collega, prof. Djalali?"
Sinds drieënhalf jaar stellen veel mensen in binnen- en buitenland me regelmatig de vraag of er nog beweging zit in de complexe zaak van prof. dr. Ahmad Reza Djalali. Elke keer doet me dat tegelijk plezier en verdriet: enerzijds is de vraag op zich aangenaam omdat het weergeeft dat veel mensen zich betrokken voelen, dat hij niet vergeten wordt en dat mensen er de hoop inhouden. Anderzijds is het antwoord helaas erg verdrietig, want zijn situatie is erg slecht en zit nu al jaren muurvast. En daar zitten wij met z'n allen zelfs mee voor iets tussen ...
Het volgend relaas bevat alle elementen die een situatie ondoorgrondelijk kunnen maken: onrechtvaardigheid, mensenrechtenschendingen en de doodstraf, het kluwen van internationale politiek en spionage, persoonlijke, collectieve en Europese onmacht, verwevenheid van kerk en staat, religieus fanatisme, terrorisme, en de zwakke positie van het humanisme op wereldvlak.
_Specialist rampengeneeskunde
Ahmadreza Djalali studeerde af als arts in Iran, maar specialiseerde verder in Zweden en Italië. Hij woonde jaren in Stockholm met zijn echtgenote Vida Mehrannia (analytisch chemicus van opleiding en beroep), waar zij een permanente verblijfsvergunning verkregen. Hun dochter Ariyo (16) en zoon Amitis (7) werden er geboren en lopen er (nog steeds) school. Djalali volgde als student in 2010 de European Master na master in Disaster Medicine (EMDM), gezamenlijk georganiseerd door de VUB en UPO (Università Piemonte Orientale, Novara, Italië). Hij doctoreerde in 2012 aan de Karolinska Universiteit in Stockholm (Zweden) in het domein van de rampengeneeskunde (proefschrift Preparedness and safe hospital: medical response to disasters), waarna hij zich verbond met de internationale onderzoeksgroep in rampenmanagement CRIMEDIM in Novara (Italië). Via die weg werd hij ook gevraagd om te doceren als 'faculty member' aan de EMDM (onder contract met zowel UPO als de VUB), en krijgt hij intens contact met specialisten van over heel de wereld.
_Arrestatie
Djalali was in april 2016 op uitnodiging van Iraanse collega's in zijn thuisland voor een symposium over rampengeneeskunde. Onderweg naar zijn familie werd hij opgepakt door de Iraanse veiligheidsdiensten, en meteen naar de beruchte Evin-gevangenis in Teheran gebracht, waar hij 7 maanden doorbracht in een isoleercel. Zijn enige contact met de buitenwereld was een kort gecontroleerd telefoontje om de twee weken naar familie.
Djalali kreeg rechter Salavati toegewezen (hoofd van de 15de 'branch' van de Islamic Revolutionary Court), een man die erom bekend staat politieke gevangenen – liefst die met een zweem van dubbele nationaliteit – maandenlang te laten wachten op processen die vervolgens een aanfluiting zijn van het internationaal recht, en kwistig met doodstraffen om te springen, vaak zelfs zonder enige vorm van proces. Zijn bijnaam in Iran is 'the hanging judge' sinds zijn dodelijke rol in de gemediatiseerde processen die volgden op het volksprotest in Iran na de betwiste presidentsverkiezingen in 2009.
_Rechtsonzekerheid
Djalali kreeg met moeite toegang tot verdediging: eerst werden twee advocaten die hij zelf uitkoos toegang tot de zaak geweigerd door rechter Salavati, en na langer dan een jaar gevangenschap moest hij finaal vrede nemen met een advocaat die werd aangewezen door … de rechter zelf. Hij diende meer dan een jaar in onzekerheid te wachten op amper twee korte hoorzittingen voor rechter Salavati. Van een proces was al die tijd geen enkele sprake, de inbeschuldigingstelling bleef onduidelijk (men sprak van "verraad aan de bodem" – landverraad dus, en "een kwestie van nationale veiligheid"), maar het was evident dat de internationale samenwerking – die eigen is aan de wetenschap, zeker die in het kader van rampengeneeskunde – een doorn in het oog van deze rechter was. Eerder had dezelfde rechter andere Iraniërs ontzettend hard veroordeeld wegens samenwerking met Amerikaanse wetenschappers in de zoektocht naar middelen tegen aids.
Ondanks wekenlange honger- en dorststakingen als middel om een advocaat van zijn eigen keuze te krijgen en een eerlijk en publiek proces, was het enige wat veranderde de gezondheidstoestand van Ahmadreza: hij diende op een bepaald ogenblik opgenomen te worden op de ziekenboeg na een langdurige epilepsieaanval. Zijn collega's vreesden dat hij het niet zou overleven, en overtuigden hem om niet op te geven en over zijn eigen gezondheid te waken.
In februari 2017 werd Dr Djalali gedwongen een bekentenis te ondertekenen, die hem wellicht de doodstraf zou opleveren. Op dat moment startten collega's en Amnesty International een petitie die intussen door bijna 320 000 mensen ondertekend werd, en via de ambassadeur overhandigd werd aan Iraans president Hassan Rouhani. Ook de Vlaamse, Belgische, Zweedse en Italiaanse diplomatie werd ingeschakeld, en zelfs Europees Commissaris voor Buitenlandse Zaken Federica Mogherini gooide haar gewicht in de schaal. Talloze brieven van bezorgde burgers en politici naar Iraanse gezagsdragers bleven alle onbeantwoord.
Eind september 2017 kreeg Djalali eindelijk de kans om zichzelf te verdedigen, in het bijzijn van een (aangeduide) advocaat, maar tegelijk werd de toegang tot het proces voor de nochtans daar aanwezige Zweedse diplomaat geweigerd.
Op zaterdag 21 oktober 2017 werd Ahmadreza via zijn advocaat geïnformeerd dat er een uitspraak is: hij wordt inderdaad beschuldigd van samenwerking met een vijandelijke staat, in casu Israël, en zou daar miljoenen euro's mee verdiend hebben. De uitspraak van de strafmaat door rechter Salavati na anderhalf jaar schimmige opsluiting is dan toch de doodstraf.
_Beroepsprocedure onbestaand
Djalali schrijft binnen de drie weken (officieuze termijn in Iran om niet akkoord te gaan met een rechtsbevel) zelf een brief om in 'hoger beroep' te gaan. Dat systeem lijkt echter in Iran niet vergelijkbaar met het Westerse: half december 2017 wordt Djalali's familie ingelicht door bevriende advocaten die hadden opgevangen dat Djalali's scheve advocaat enkele minuten had samengezeten met een rechter van de 'Supreme Court', en dat deze – zonder Djalali te zien of horen, zonder het dossier opnieuw door te nemen – de eerder gestelde doodstraf eenvoudigweg bevestigde. De (aangeduide) advocaat liet het dagenlang na om dit te melden aan Djalali of zijn familie.
Vervolgens zendt de Iraanse nationale tv op 17 december 2017 een zeventien minuten durend programma uit, waarin de Inlichtingendienst een heel verhaal ophangt rond de schuld van Djalali: de veel eerder opgenomen gedwongen en geknipte bekentenissen worden doorspekt met verhalen over deel aan moorden op Iraanse nucleaire wetenschappers in 2010, banden met de Israëlische inlichtingendienst Mossad, en het daarvoor ontvangen van grote sommen geld en de Zweedse nationaliteit.
_De versie van Djalali zelf
Ahmadreza Djalali reageert door te stellen dat alle bekentenissen waren afgedwongen, en hem toen beloofd was in ruil voor die bekentenissen dat zijn familie niet geschaad zou worden en hijzelf de vrijheid zou krijgen. Zijn originele antwoorden "voldeden niet" en worden weggeknipt. Hij moet meermaals nazeggen wat hem wordt ingelepeld. Later stelt hij zijn eigen versie dan maar op schrift: in 2010 werd hij in Zweden op een wetenschappelijke bijeenkomst benaderd door twee Iraniërs die hem dwingend verzochten informatie vanuit Europa over te maken aan de Iraanse inlichtingendiensten. Een van de expertisetopics van prof. Djalali is immers de hospitaalrespons in geval van nucleaire rampen. Ondanks bedreiging dat zijn echtgenote en kinderen ernstig risico liepen, weigerde Djalali. Jarenlang dacht hij te ontsnappen aan die dreiging, tot zijn laptop met wetenschappelijke data wordt gestolen, een feit dat hij zelf linkt aan die mensen en hun vraag tot spionage van toen.
Hij stelt in dat schrijven ook dat rechter Salavati bewijsstukken negeert: de Zweedse overheid stuurde bewijs over zijn legitieme verwerving van het permanente verblijfsrecht, de Zweedse bank stuurde uittreksels waaruit bleek dat Djalali geen geld ontving, en er zit een hiaat van vier maanden tussen de moorden in Iran en de veel latere sporadische contacten van Djalali met mensen die daar iets mee te maken zouden kunnen gehad hebben.
Pas op 25 december 2017 informeert de 'prosecutor' in Teheran, Dolatabadi, de Iraanse bevolking dat het Hooggerechtshof Djalali's doodstraf bevestigde.
Omdat de rechters hem niet willen horen, stuurt Djalali eind december een brief aan Ayatollah Larijani, het vijfde hoofd van het Gerecht in Iran, aangeduid door de 'Supreme Leader' Ali Khamenei in 2009. Hij doet dat omdat die man gekend is erg religieus te zijn, en haalt het argument aan dat "een onschuldig man doden volgens de Koran neerkomt op het doden van de hele mensheid". Weliswaar is Larijani in 2012 door de EU op een 'sanctielijst' geplaatst omdat hij als hoofd van het Iraanse gerecht – net als rechter Salavati – mensonterende vergeldende straffen voor protesteerders (na twijfel bij de bevolking over de verkiezingsuitslag van 2009) toestond en zelfs aangemoedigde, wegens "crimes against God, and against the state". De man schreef vijf boeken over "islamitic viewpoints" en staat bekend als grote criticus van de westerse visie. Toch is hij zowat de laatste hoop van Djalali, die in zijn brief alle laster beargumenteerd weerlegt.
Onduidelijk of het door die brief komt, of door de niet-aflatende Westerse aandacht voor de zaak, maar begin januari 2018 volgt het bericht dat nu toch ook de 33ste tak van de Revolutionaire Rechtbank in Iran de zaak zal herbekijken. Dat deze tak de doodstraf op 4 februari 2018 nogmaals bevestigt, is alweer geen verrassing, aangezien deze net als tak 15 (met rechter Salavati als hoofd) afhangt van dezelfde Ayatollah Larijani.
Daarmee worden alle elementen – die in het voordeel van Djalali pleiten en op zijn minst ernstig onderzocht dienen te worden – nogmaals genegeerd.
_Europese onmacht
Aangezien experts nu stellen dat er geen gerechtelijke stappen in Iran meer mogelijk zijn, hoewel er duidelijk grote stappen zijn overgeslagen in het "gerechtelijk proces", pleiten Europese diplomaten en gezagsdragers nu voor het niet-uitvoeren van de doodstraf wegens principiële en humanitaire redenen, en vragen ze president Rouhani en Ayatollah Khamenei, de grootste religieuze leider in Iran, Djalali gratie te verlenen. Opnieuw geen respons.
Mensenrechtenadvocaten, waaronder VUB-alumnus Chihaoui, kaarten de zaak intussen aan bij Internationale Rechtsinstanties. Op 9 februari 2018 roepen verzamelde VN-mensenrechtenspecialisten Iran op om de doodstraf tegen Djalali op te heffen, net als verzamelde Nobelprijswinnaars later, beide eveneens zonder resultaat.
In februari 2018 verleent Zweden Djalali het Zweeds en dus Europees staatsburgerschap. Die démarche toont vooral aan hoe weinig Europese landen vermogen tegen de gang van zaken in Iran. Ook nadien slagen zelfs Europese toppolitici er niet in iets aan zijn situatie te verbeteren.
_Terroristen in Belgische cel
Een van de (bedenkelijke) mogelijkheden om schot te krijgen in een zaak van een gewetensgevangene, is om hem uit te wisselen tegen Iraanse gevangenen in Europese cellen. Die mogelijkheid kwam er onverwacht toen 4 Iraanse terroristen – waaronder een diplomaat – midden 2018 worden opgepakt in Frankrijk en Duitsland, en later aan België uitgeleverd. Deze planden een aanslag op de jaarlijkse samenkomst van Iraanse dissidenten in Parijs. Dat blijkt echter een obscuur diplomatiek kluwen, en Djalali werd er niet beter van.
In de tijd van de Europese sancties tegen Iran (in verband met hun nucleair programma en onder druk van de VS) zou 1,6 miljard dollar (origineel eigendom van de Iraanse centrale bank) geblokkeerd staan op een Luxemburgse rekening. Iran wil dat graag terug, en daar is vooral de "Deputy Foreign Minister" Takht-e-Ravanchi sinds maart 2017 mee bezig. Djalali meldde aan zijn vrouw dat ook die som ter sprake kwam in zijn gevangenschap, maar ook die piste is duister en stoot moreel en van rechtswege op grote vragen.
_Gezondheid
Djalali's gezondheid gaat intussen zienderogen achteruit. Zijn origineel gewicht van 82 kg zakte na twee hongerstakingen naar 72 kg (oktober 2017), naar 60 kg (januari 2018) en verder naar 54 kg (begin 2019). Hij klaagt van spierzwakte, darmklachten, verminderd zicht uit het linkeroog, en ook mentaal heeft hij het erg moeilijk om de moed erin te houden sinds de bevestiging van zijn vonnis eind 2017. Rechter Salavati weigert hem bezoek van een arts in zijn cel, of aan een ziekenhuis. Tot hij eind 2018 dringend geopereerd moet worden voor een ingeklemde liesbreuk. Na die ingreep wordt hij onmenselijk ongemakkelijk aan zijn ziekenhuisbed vastgeklonken, en verzoekt hij daarom zelfs vroeger naar zijn cel te kunnen terugkeren. Intussen weet men dat zijn bloedwaarden erg afwijkend zijn, maar ook dat mag niet verder onderzocht worden. Meermaals werd door Iraanse ministers (o.a. van Volksgezondheid) tijdens Europese bezoeken aan hun collega's beloofd dat ze ervoor zouden zorgen dat Djalali de nodige medische hulp zou krijgen, maar deze werd totnogtoe stelselmatig geweigerd in Iran zelf.
_Hoe moet het verder?
Vandaag zijn de opties beperkt, zeg maar griezelig mager. De aanhoudende aandacht in Europa zorgde er weliswaar voor dat Djalali (nog) niet werd geëxecuteerd (Iran voert dat overigens meestal uit door ophanging), maar stelde op die manier ook een patstelling in.
Iran wil Europa enigszins te vriend houden temidden van de economische sancties vanwege de VS in verband met het fameuze akkoord tussen enkele grote landen en Iran om het Iraans nucleair programma te bevriezen. Dat akkoord werd inmiddels door Iran zelf weer getorpedeerd.
Iran zal toch nog voorzichtig zijn om de Europese leiders niet voor het hoofd te stoten door Djalali om te brengen, hoewel dat als een zwaard van Damocles boven zijn hoofd blijft hangen. Hem vrijlaten, na alle hem aangewreven beschuldigingen, zou immens gezichtsverlies betekenen voor de (religieuze) gezagsdragers in Iran en behoort dus wellicht tot het rijk der fabelen. De enige optie die Iran dus rest, is om prof. Djalali te laten "rotten" in zijn cel.
Finaal zou een politieke en religieuze omwenteling in Iran wellicht de enige echte oplossing bieden voor Djalali. Hoewel er schuchtere tekenen zijn dat (een deel van) de bevolking daar ook op aanstuurt (zie de vrouwen die hun leven riskeren door hun hoofddoek publiek af te doen of te dansen op social media, het voetbalminnend meisje dat zichzelf in brand stak ter wille van de vrijheid, en de herhaalde volksprotesten om het land op meer democratische koers te krijgen), werden alle initiatieven de laatste 35 jaar hardhandig de kop ingedrukt, en riskeren arrestanten eveneens de doodstraf. Zolang de Ayatollahs het gerecht stevig in handen hebben, zal elke afwijkende stem steevast gesmoord worden.
Juridisch, diplomatiek, politiek en op vlak van mensenrechten werd intussen ongeveer alles geprobeerd. Buiten prof. Djalali zijn er nog honderden andere 'gewetensgevangenen' in Iran met even recht- en uitzichtloze situaties. De boodschap voor alle Europese staten die handel drijven (Iran heeft handelsverdragen voor ettelijke miljarden euro's met onder meer bedrijven uit Frankrijk, Italië en Duitsland), diplomatiek of wetenschappelijk samenwerken met Iran, is dat het land onbetrouwbaar is en alle internationale regels met de voeten treedt. De Vlaamse rectoren onder impuls van VUB-rector Caroline Pauwels gaven een erg duidelijk voorbeeld door alle academische samenwerking met Iraanse kennisinstellingen op te schorten in april 2018.
Iran is een zeer slechte leerling, maar er zitten nog (veel) andere rotte appels in de wereldklas. Respect voor mensenrechten, individueel en collectief, horen een conditio sine qua non te zijn voor samenwerking op alle vlak met een land, zowel voor politici, zakenlieden, als voor wetenschappers.
_De Warmste Lichtwandelingen
Het Humanistisch Verbond, de lokale huizenvandeMens en de VUB roepen op tot drie Warmste Lichtwandelingen ten voordele van de campagnes van Amnesty International Vlaanderen voor Ahmadreza Djalali en de Iraanse mensenrechtenadvocate Nasrin Sotoudeh. De Lichtwandelingen vinden plaats in Mechelen (14 december), Willebroek (15 december) en Antwerpen (19 december). Voor meer informatie, surf naar www.dewarmstelichtwandeling.be.
Overname van dit artikel voor publicatie wordt toegestaan, mits bronvermelding.
Het Vrije Woord
vriend en collega-spoed- en rampenarts van Ahmad Reza Djalali
_Gerlant van Berlaer -
Meer van Gerlant van Berlaer

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws