• |
Kwintessens
Geschreven door Ronald Soetaert
  • 697 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

2 mei 2019 Beste JB
In de 'blogreeks' 'Brieven aan JB', schrijft em. prof. Ronald Soetaert (UGent) vriendelijk badinerende epistels aan Johan Braeckman, medestichter en bezieler van de humanistische denktank Kwintessens. De stukjes houden het midden tussen brief, blog en cursiefje en bieden de auteur het ideale forum om tongue-in-cheek te reflecteren over ernstige en minder ernstige thema's. Mens en maatschappij anno 2019, liefdevol geborsteld met enkele mild ironische, maar daarom niet minder scherpe humanistische penseelstreken. Hier leest u zijn derde brief.
Eventjes lichtzinniger want ik kom van het café. Een terugkerende klacht van mijn generatie (mei '68-igers met pensioen) is dat we geen stamcafé meer hebben. Dat is vervelend want onze stam werd immers opgericht in cafés. Waar ik naartoe wil, is het belang van het café voor het humanisme. Voor ik u op slechte gedachten breng, ik bedoel niet een 'humanistisch café'. Dat is te geforceerd. Ik bedoel een echt café. Of desnoods een koffiehuis. Ik koop boeken over dergelijke pleisterplaatsen waar het allemaal begon. Als ik op reis ben, verdwaal ik vaak vrijwillig op zoek naar een echt café. Ik ga dan zitten en ik lees, of doe alsof. Een paragraaf en dan even opkijken, sommige schrijvers zijn daar uitstekend voor geschikt. De Hongaarse schrijver György Konrád schreef: "De lezer hoort tussen twee zinnen tijd te hebben om een blik uit het raam te werpen". Daarvoor is het café zeer geschikt.
De lezer van deze berichten zal ondervinden dat ik de neiging heb om een stelling te illustreren met voorbeelden uit de literatuur. Laat ik me beperken tot Konrád die ik trouwens ooit ontmoette op café toen ik een boek van hem aan het lezen was. Het was in Boedapest waarover Konrád schreef: "Wie wel eens met Hongaren – dissident of niet – in een koffiehuis in Boedapest heeft gezeten, kent dat wonderlijke tegenstrijdige mengsel van vrolijke gelatenheid, onbekommerde zelfspot en opgeruimde somberheid waarmee de gesprekken gevoerd worden". Dat is wat ik zoek in het café. Een paar jaar later was ik in Jeruzalem en op een hotelkamer las ik opnieuw Konrád. En ik onderstreepte wat hij over de stad schreef: "Hoe kunnen jullie hier in vredesnaam op de Messias wachten als je nog niet eens over een fatsoenlijk café beschikt? Waar dacht je dat de Messias het eerst naar binnen zal lopen en met ideeën voor de dag komen? Toch zeker in een café in Midden-Europese trant?". Konrád heeft gelijk. Het Humanistisch Verbond moet cafés steunen, niet noodzakelijk met geld maar de leden horen kroeglopers te zijn. Een humanist gaat niet in therapie maar gaat op café. Hij ligt niet op een freudiaanse bank maar hangt aan een toog. Hij doet niet aan wellness of meditatie, hij bestelt iets. Voor verbinding met de mensheid, geeft hij een rondje. Op reis bezoekt hij eventueel een paar kerken maar hij spiedt ondertussen in het rond naar een goed café. Dát is zijn cultureel erfgoed. In de steden bezoekt hij de gewijde plaatsen – de cafés en restaurants dus – waar de mensen samenkwamen en -komen om van gedachten te wisselen. En de drank is het glijmiddel. Nu zou ik u nog pagina's lang kunnen onderhouden met citaten uit de literatuur. Maar ik moet naar het café, een wekelijkse afspraak met vrienden. Ik zal binnenkomen, een paar mensen zullen zwaaien en de cafébaas zal ongevraagd een Orval brengen. Ach, ik weet wel, dat is bier van een abdij. Maar de humanist is ruimdenkend.
_PS
Het is laat geworden want het was gezellig. Min of meer. Maar ik moet mijn stelling nuanceren. Het is niet omdat een mens op café gaat dat hij/zij zich bekeert tot het humanisme (het kan, maar het is geen voldoende voorwaarde). Gisterenavond was ergernis bon ton. Een mens blijkt een dier dat zich ergert. Gisteren draaide de ergernis over het verkeersplan in Gent. En over de linkse groene bende die daarvoor verantwoordelijk was. En ik wou het gezellig houden, ik verzweeg maar dat ik misschien wel de Gutmensch – of de humanist – was die mijn tooggenoten aan het bekladden waren. De hanen kraaiden (figuurlijk) toen ik naar huis stapte in het verkeersluwe Gent.

(wordt vervolgd)
Beste JB
Kwintessens
-
_Ronald Soetaert em. prof. UGent
Meer van Ronald Soetaert

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws