• |
Het Vrije Woord
Geschreven door Jan Lampo
  • 264 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

13 februari 2019 Terugdenken aan Hubert Dethier
Hubert Dethier. De beminnelijke, overwerkte prof met zijn piepklein kantoortje in gebouw C van de Campus Etterbeek van de Vrije Universiteit Brussel. De man die even meesterlijk over film doceerde als over ethiek of middeleeuwse filosofie. En dat niet alleen in Brussel, maar ook in Amsterdam.
Hubert Dethier was voor duizenden studenten 'de' patron van de sectie Wijsbegeerte. Ondanks de bijzonder smalle gangen in gebouw C en de brutalistische betonarchitectuur van de campus was er niet genoeg geld om de zware last van al die vakken te verdelen over meer schouders. Ik kan mij voorstellen dat Hubert daaronder heeft geleden, maar het deed nooit iets af aan het enthousiasme waarmee hij les gaf. Hij deed dat briljant – een geboren lesgever was hij. Hubert was niet exclusief ‘opgegroeid’ in de ivoren toren van de academische wereld, maar had de knepen van het vak nog onder de knie gekregen in het middelbaar onderwijs.
Een geboren docent. Een orator didacticus. Maar heel toegankelijk voor zijn studenten. Zo empathisch en betrokken dat sommigen daar in de loop der tijden ongetwijfeld misbruik van hebben gemaakt. Ook strebers en andere arrivisten beginnen hun loopbaan als student. Maar anderen, vele anderen, werden door Hubert gerustgesteld en gesterkt – 'empowered', zoals we nu zeggen. Hubert steunde en stimuleerde.
Ik heb geschiedenis gestudeerd, geen filosofie. Zo komt het dat ik bij Hubert maar één vak volgde: middeleeuwse wijsbegeerte. Averroës en de leer van de Dubbele Waarheid – een eye opener, zeker in een land waar men toen de hele intellectuele geschiedenis voor Luther nog probeerde te herleiden tot Thomas van Aquino. Toen ik aan mijn thesis over ketterij begon, ontpopte Hubert zich dan ook tot begeesterde en begeesterende 'tweede lezer'.
Hij sprak weleens over mijn vader. Dat vond ik niet zo leuk, omdat geen enkele zoon van twee- of drieëntwintig graag te veel over zijn vader hoort. Tegelijk verbaasde het me, omdat ik me er zeer van bewust was dat (vooral) 'nieuwe' linksen en vrijzinnigen mijn pa sinds de jaren 1960 hadden weggezet als oude krokodil en tjevenvriend.
Later kwam Hubert opnieuw persoonlijk met mijn vader in contact. Er ontstond of herleefde een diepe vriendschap, gebaseerd op hun beider ondogmatische en speculatieve natuur. Die – tot spijt van wie het niet graag leest – ook bij vader Lampo op een fundamentele en onwrikbare vrijzinnigheid was gebaseerd. Hubert en Hubert waren elkaars broeder.
Mijn vader was toen al in de zeventig. Ik weet dat de affectie van zijn jongere naamgenoot heel veel voor hem betekend heeft. Daar zal ik de ‘jongere’ Hubert altijd dankbaar voor blijven. En natuurlijk ook voor het feit dat hij voor Pa Lampo de weg naar de Prijs van het Vrijzinnig Humanisme (2003) effende. De trofee die daarbij hoort, een loodzware (!) koperen vlam, staat op een prominente plaats in mijn boekenkast. Ik heb hem zelf niet verdiend, maar ernaar kijken is een daad van herinnering – nu ook aan Hubert Dethier.
In 2002 had ik het voorrecht om met Hubert op reis te gaan. Niet met hem alleen, maar met een hele groep die later de harde kern van het Hubert Lampo Genootschap zou vormen. We gingen naar Zuidwest-Frankrijk, het land van de katharen, waar zich ook het dorpje Rennes-le-Château bevindt.
Rennes-le-Château speelt een centrale rol in een intussen wereldberoemde mystificatie. De pastoor van het dorp, de abbé Saunière, zou er omstreeks de vorige eeuwwisseling de schat van de Visigoten hebben gevonden. Mijn vader gebruikte dat gegeven voor zijn roman De geheime Academie, niet vermoedend dat dezelfde stof enkele jaren later ook aan bod zou komen in Dan Browns bestseller The Da Vinci Code. De Geheime Academie is een beter boek, maar dat terzijde.
Rennes-le-Château is al decennia een bedevaartsoord voor aanhangers van 'alternatieve' waarheden en complottheorieën. De inwoners hebben o.m. meegemaakt hoe een enthousiasteling, die hoopte zelf nog een deel van de schat van de Visigoten op te duikelen, er een huis huurde, de waterput in de tuin uitgroef en toen dat niets opleverde, zijn toevlucht nam tot dynamiet om verder in de rotsbodem door te dringen. Zo komt het dat ze een beetje schichtig werden. Het was dan ook ten strengste verboden te picknicken op het gras bij het dorpsplein.
Laat dat nu uitgerekend zijn wat mijn reisgenoten wilden doen. Wie zou hen tegenhouden? Ik had er geen goed gevoel bij, maar legde me neer bij de meerderheid. We zaten nog maar net onze baguette te verorberen, toen een verontwaardigde meneer op ons afstormde. Hij bleek de burgemeester van Rennes-le-Château te zijn en maande ons in niet mis te verstane termen aan zijn gazon te ontruimen.
Hubert Dethier – hij droeg een ietwat Van Gogh-achtige strohoed – stond recht. In volzinnen die uit Victor Hugo leken te komen, verontschuldigde hij zich voor ons gedrag, maar voegde er meteen aan toe dat wij ‘schrijvers en filosofen’ waren, helemaal uit België, die uit oprechte interesse naar het dorp waren gekomen.
De burgemeester was zo onder de indruk dat wij mochten blijven zitten en dat hij buigend afscheid nam van Hubert en van ons. Dit maar om te zeggen dat Hubert, net door zijn inlevingsvermogen, in staat was tot een stukje subliem theater waarvan zijn tegenstander geen seconde de ironie aanvoelde.
Hubert was ook de man die mij (en vele anderen met mij) deed kennismaken met een bizar meesterwerk als L’année dernière à Marienbad van Alain Resnais, naar een scenario van Alain Robbe-Grillet, een film die mijn kijk op de wereld en op de kunst zeker een duwtje heeft gegeven.
Ten slotte – en daar wil ik ook graag aan herinneren – was Hubert een toegewijde, bezorgde vriend én de promotor van mijn betreurde vriendin Daniëlle Girardin, die in 1993 op straat in Antwerpen werd vermoord. Toen ik hem in dat verband interviewde voor mijn boek De Campusmoorden vertelde hij me dat hij Daniëlle min of meer als een opvolgster zag. Het heeft niet mogen zijn.
Daniëlle en Hubert en Hubert. Als er een hiernamaals voor speculatieve goddelozen bestaat, hoop ik dat ze daar aan een tafeltje samen zitten te discussiëren. Maar ja, voor goddelozen is er geen hiernamaals. Jammer maar helaas.
Hubert wist dat op het zijn het niet-zijn volgt en dat men daar niet bang voor moet zijn. Maar zolang ik leef, zal ik met achting en vriendschap aan hem denken. Mijn lieve, betreurde maître à penser.
Foto Hubert Dethier: © Johan Swinnen
Het Vrije Woord
Jan Lampo is verbonden aan het Letterenhuis. Hij beheert tevens een blog over literatuur, geschiedenis en Antwerpen.
_Jan Lampo Historicus en auteur
Meer van Jan Lampo

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws