Kwintessens
Geschreven door Rudy Van Giel
  • 520 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

18 oktober 2022 'Homo word je via je moeder' (deel 2)
In deel 1 van dit essay doe ik verslag over de wetenschappelijke zoektocht naar het zogenaamde homo-gen. Tot op de dag van vandaag is het zogenaamde homo-gen evenwel nog altijd niet ontdekt, en dit ondanks de verwoede speurtocht ernaar. Men heeft het niet verder gebracht dan het aanduiden van ‘gebieden’ op de chromosomen die een rol spelen in iemands seksuele gerichtheid. Misschien volstaat het niet om zomaar één of meerdere genen te traceren, maar dient men te zoeken naar een samenspel of naar een moleculaire cascade op cellulair niveau?
_Sven Bockland
Als negentienjarige knaap verscheen de Vlaming Sven Bockland voor het eerst op het scherm, waarna hij zijn medewerking verleende aan diverse reportages voor onze openbare omroep, zowel op radio als op televisie. En dankzij zo een opname voor de reeks Overleven, belandde hij in 1999 in Amerika, waar hij in contact kwam met Dean Hamer. Het klikte meteen tussen hen beiden. Deze ontmoeting bleek de aanzet voor Bocklands tweede carrière, die van academicus dit keer: 25 was hij toen hij voor de Amerikaanse overheid aan de slag kon in de National Institutes of Health. En daar in Californië, aan de UCLA, ging fotografe en documentairemaakster Lieve Blancquaert hem jaren later opzoeken om een reportage te draaien die in 2007 op Canvas werd uitgezonden: De film van mijn leven. (Zie hier.)
Ook Sven Bockland was opgevallen hoe opmerkelijk de rol van de moeder is bij het bepalen van de seksuele oriëntatie van haar zonen. En net als zijn mentor concentreerde hij zijn aandacht op haar X-chromosoom. (Een meta-analyse uit 2021 wijst trouwens opnieuw naar Xq28 – zie hier.) Hij zocht het evenwel op het terrein van de epigenetica – de tak van wetenschap die bestudeert welke delen van ons DNA in- en uitgeschakeld worden. Het is namelijk slechts een beperkte fractie van ons erfelijk materiaal dat tot expressie komt, een groot deel blijft gewoon verborgen.
Bockland spitste zijn onderzoek toe op het fenomeen van de X-inactivatie. In tegenstelling tot een man bezit een vrouw namelijk twee X-chromosomen, waarvan zij er één uitschakelt. Statistisch verwacht je dan ook dat nu eens het ene en dan weer het andere kans maakt om tot uitdrukking te komen: fiftyfifty. Bij het zeldzame skewed X chromosome inactivation echter ligt de verhouding één kwart tegenover drie kwart, en bij extreme skewing hebben zelfs 90 procent der cellen ervoor gekozen om hetzelfde X-chromosoom te inactiveren. En het is nu net deze verregaande skewing waarvan Sven Bockland heeft ontdekt dat ze vaker dan gemiddeld aanwezig is bij moeders van homoseksuele zonen …
Ondanks het feit dat alle onderzoeksresultaten wijzen op een biologische 'oorzaak' waarom iemand homoseksueel is, blijft het frappant dat eeneiige tweelingbroers – mensen met dus identiek hetzelfde erfelijkheidsmateriaal – niet noodzakelijkerwijze allebei gay zijn; dit is slechts bij de helft van de tweelingen het geval. Er moeten dus ook andere factoren een rol spelen, in het bijzonder prenatale, waaraan de foetus in de baarmoeder wordt blootgesteld – 'congenitaal' in het medisch jargon. Wie weet betreft het wel een verschillende aanwezigheid van bepaalde stoffen – hormonen? – in de uterus. Omdat het zonder meer opvallend te noemen is dat de waarschijnlijkheid voor een jongen om gay te zijn procentueel toeneemt naarmate hij meer oudere broers heeft, ontwikkelde zich een denkrichting dat de moeder chemische verbindingen zou kunnen produceren waarvan de hoeveelheid bij iedere nieuwe zwangerschap toeneemt, zodat er zich een almaar heftiger afweerreactie genereert. En die afweerreactie heeft misschien weerslag op de delen van de hersenen waarin zich iemands seksuele geaardheid ontwikkelt; het is niet onmogelijk dat de genen voor heteroseksuele gerichtheid op die manier worden uitgeschakeld … Vandaar dat men vandaag verklaringen zoekt in de richting van een immuunrespons – om kort door de bocht te gaan: een soort van afweerantilichamen – die mannelijke embryo's wél opwekken bij de moeder maar vrouwelijke niet. Al blijft dit vooralsnog een hypothese.
Wat er ook van zij, alle onderzoeken wijzen er meer en meer op dat biologische factoren een doorslaggevende rol spelen, zoals de studie uit 2008 van het Karolinksa Instituut te Stockholm op zomaar eventjes 3826 een- en twee-eiige tweelingen. Verder slaagde men er diverse malen in een verschil te ontdekken tussen de hersenen van homo's en hetero's, maar evenzovele malen ook weer niet. Sven Bocklandt bijvoorbeeld onderzoekt het brein van homoseksuele schapen. Maar ik denk dat dit essay niet de geschikte plaats is om dieper in te gaan op de hypothalamus met zijn INAH-3 en zijn nucleus suprachiasmaticus. Dat terrein lijkt mij te specialistisch; het blijft voer voor neurologen. Laten we het gewoon bij de vaststelling houden dat in de loop der jaren de bewijzen zich opstapelden dat homoseksualiteit geen keuze in levensstijl is, maar een volledig aangeboren eigenschap. En laten we voor alle duidelijkheid belichten dat 'aangeboren' geen synoniem is van 'hereditair': geaardheid erf je niet zomaar over van je moeder, het is een kwestie van het aan- en uitschakelen van segmentjes in het menselijke DNA.
Lees hier deel 3 van dit essay.
Lees hier deel 1 van dit essay, en bekijk ook de volledige literatuurlijst onderaan deel 1.
Kwintessens
Geboren in Antwerpen, verkaste naar de Limburgse kompels, om ten slotte als huisarts te werken in een volkse en multiculturele wijk te Gent, waar 86 nationaliteiten bij hem stonden ingeschreven. Stof waarover hij zijn hele leven heeft geschreven. Hij publiceerde 'Kankeren. Een arts wordt patiënt' (Borgerhoff & Lamberigts), gevolgd door een tiental artikelen in diverse tijdschriften. (Foto © Johan Martens)
_Rudy Van Giel -
Meer van Rudy Van Giel

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws